Triotest kleine betaalbare EV's: Fiat Grande Panda, Hyundai Inster, Leapmotor T.03
Beste en slechtste kleine EV in dezelfde test
De komst van de Hyundai Inster schudde het compacte EV-segment enorm op. Er zijn echter kapers op de kust in de vorm van een nieuwe Fiat met een oude naam en een prijsvechter uit China. De strijd op de bodem wordt steeds heftiger!
De Tesla Model S trok het beeld van de elektrische auto weg uit de klasse van de Citroën C-Zero en de Mitsubishi i-Miev en dat was goed nieuws. Het slechte nieuws was dat het vervolgens heel lang behelpen bleef in de compacte en betaalbare elektrische klasse. Een Renault Zoe was nog wel aardig, maar de Smart ForTwo Electric en de Dacia Spring waren goedkope auto’s die toch wel erg veel nadelen hadden. De elektrische versies van de Peugeot 208 en Opel Corsa waren aanzienlijk beter, maar toch wel fors aan de prijs. De ban werd ruim een jaar geleden doorbroken door de Citroën ë-C3 op het nieuwe Smart-Car Platform van het Stellantis-concern. Die Fransman verlegde het niveau onder de €30.000 flink en daar was duidelijk behoefte aan. Zijn monopolie was echter een kort leven beschoren. De Chinese Dongfeng Box en de Koreaanse Hyundai Inster legden hem meteen het vuur na aan de schenen, en de basisversie van de Renault 5 was, hoewel krap, ook een sterke nieuwe concurrent.
En dan hebben we het nog niet eens over de concurrenten uit eigen huis, want Citroën is natuurlijk niet het enige merk dat kan profiteren van dit nieuwe platform. De Opel Frontera doet dat ook, net als de gloednieuwe Fiat Grande Panda die vandaag de hoofdrol speelt. Nee, dit is geen opvolger van de al bekende Panda, die nog steeds op de prijslijsten staat. In plaats daarvan duikt hij in het gat dat de Grande Punto heeft achtergelaten. Hij is er net als de nieuwe C3 als benzineauto en als EV. Wij focussen ons vandaag op de elektrische versie, die het mag opnemen tegen de benchmark: de Hyundai Inster. Wij hebben onlangs exact de auto die eerder won van een Dongfeng aan onze duurtestvloot toegevoegd, dus dat maakt het vinden van een testauto gemakkelijk: gewoon beneden in de garage de sleutel pakken is genoeg. Toch zijn er meer nieuwe concurrenten. Het Chinese Leapmotor waagt ook de sprong naar Europa, ondersteund door het Stellantis-netwerk. Naast de forse PHEV met de naam C10 brengt het merk ook de zeer compacte en zeer goedkope elektrische T.03 naar Nederland. Die auto mag laten zien of hij het verschil kan maken.
De Leapmotor is erg basic.
Hyundais interieur is bovengemiddeld voor dit segment.
Een vrij frivool geheel in Fiat Grande Panda. De ovalen vorm is een verwijzing naar het beroemde dak-circuit in Turijn.
Grote en kleine accu’s
Qua specificaties zitten de auto’s ondanks de prijsverschillen niet heel ver uit elkaar. De Fiat is er maar met één accu, die een capaciteit van 45 kWh heeft. Daaraan gekoppeld krijg je altijd een 113 pk sterke elektromotor op de voorwielen. Anders dan bij de ë-C3 van Citroën zijn er vooralsnog geen plannen om met een kleinere en goedkopere accu te komen. Bij de Hyundai is er meer keus. Naast een instapper met 42 kWh en 97 pk hebben alle andere versies 49 kWh en 115 pk. Zo ook onze duurtester. Bij de Leapmotor is het nog eenvoudiger. Los van vermogen en accu is er sowieso maar één uitvoering leverbaar: 41 kWh krijg je, met 95 pk op de voorwielen. Deze kost €19.000 en extra’s zijn er niet, behalve enkele lakkleuren. Zelden was een prijslijst zo overzichtelijk. Fiat houdt het eveneens simpel, al is er iets meer keus. Er zijn maar twee uitvoeringen: de Red als basis en de luxere La Prima. Onze testauto is die tweede. We hebben dan onder meer 17-inch lichtmetalen wielen in plaats van de witte stalen wielen, klimaatregeling, navigatie, een draadloze telefoonlader, parkeersensoren en, jawel, bamboe interieurdetails. De vrij unieke geïntegreerde laadkabel in de neus is niet standaard, maar een kosteloze extra optie. En ja, er is een reden om het niet te doen, want je laadsnelheid gaat wel omlaag: 3-fasenladen kan er niet mee. Onderschat dit nadeel niet! De demo heeft gelukkig verwarmbare stoelen als optie. Bij broertje ë-C3 zijn die gek genoeg niet leverbaar in Nederland.
De Inster biedt een breder palet, dat begint bij €25.000 en eindigt bij onze testauto. Wij hebben een Evolve-uitvoering van €28.800. Die heeft een Winter Pack met een warmtepomp en verwarmbare stoelen en stuur. Verder heeft hij nog een Tech Pack met zaken als parkeerhulp met surroundview en dodehoekdetectie. De totaalprijs komt daarmee op €31.780 . Klimaatregeling, een in delen neerklapbare achterbank, V2L-techniek en 17-inch wielen zijn aanwezig. De Koreaan is daarmee flink duurder dan de andere twee, maar als je de meest luxe zaken weglaat, zakt hij onder de €30.000 zonder dat het testoordeel wezenlijk verandert.
Een verschuifbare achterbank in de Hyundai maakt hem flexibel inzetbaar.
Een magere zit in de Leapmotor, met weinig beenruimte.
In Fiat Grande Panda zit je heel redelijk achterin.
Saaie Hyundai Inster, hippe Panda
Qua design gooien de Hyundai en de Grande Panda het duidelijk over een andere boeg. Beide hebben een schoenendoosvorm, maar waar de Hyundai echt heel grijs en saai overkomt, is de Fiat juist goed gelukt. Onze versie met de hippe zwarte wielen werkt, maar wellicht dat de uitgeklede Red-versie met zijn witte stalen retrowielen bij een deel van de doelgroep beter aanslaat. De auto straalt echt Fiat uit, wat belangrijk is in deze tijden waarin auto’s van concerns steeds meer op elkaar lijken. De Inster heeft op zijn beurt zonder meer een eigen uitstraling, maar ook de sexappeal van een Suzuki Ignis. Hij straalt uit dat hij functie voor vorm wil zijn. De Leapmotor valt naast de twee andere auto’s compleet weg. Meer no-nonsense dan deze stadsauto kan design bijna niet zijn. Je kunt er wat klassieke Panda in zien, maar ook wel Daewoo Matiz. Het is een stadsauto in hart en nieren dus. Aan de binnenkant is het niet anders: pretentielozer kan een auto bijna niet worden. Een Dacia Spring is een baken van vrolijkheid vanbinnen vergeleken met de T.03. Luxe of verfijning? Niet aan de orde. De zitpositie is lekker rechtop, maar het stuur is alleen in hoogte verstelbaar, niet in diepte.
Achter het stuur een 8-inch digitale instrumentenpaneel voor onder meer je snelheid, waarschuwingsmeldingen, actieradius, maar geen batterijpercentage. Op de middenconsole een 10,1-inch touchscreen, met onderaan icoontjes voor onder meer radio en navigatie. De knoppen zijn wat klein om vlot onderweg te bedienen, en te lang kijken levert een waarschuwing op! Ergerlijk. Voor sommige functies moet je zelfs stilstaan; wellicht expres, omdat de bediening rijdend te priegelig is. De navigatie is mooi voor dit segment, maar evengoed onprettig in de bediening. Apple CarPlay of Android Auto is er helaas niet. Achterin is de hoofdruimte net voldoende, al is de beenruimte extreem beperkt. De bank zit bovendien mager. De kofferbak is met 208 liter ook aan de kleine kant en heeft bovendien een enorme tildrempel.
De Inster oogt vanbinnen als drie klasses hoger. De stijl van de Ioniq-modellen is te herkennen, al is deze auto iets speelser. Opvallend: je ziet nergens de naam de Hyundai staan. De auto mist ook een middentunnel, waardoor je een soort bank-effect krijgt, met geïntegreerde bekerhouders. We missen hierdoor wel aflegplek. Het dashboard heeft twee forse schermen. Voor je neus kun je kiezen voor verschillende indelingen, waaronder klassieke klokken. Het multimediasysteem staat duidelijk een klasse boven dat van de twee concurrenten. Daarbij zijn er ook flink wat fysieke knoppen om zaken snel toegankelijk te maken. De hele cockpit oogt erg hoogwaardig en zo voelt het ook. Achterin hebben we ruimte genoeg, omdat de achterbank in delen verschuifbaar is. Je kunt dus ruimte verdelen tussen kofferbak en achterbank en dat is altijd prettig. Op z’n grootst is die kofferbak wel nog iets krapper dan de Fiat. Die is op de achterbank wel weer krapper dan de Hyundai, al is vooral de hoofdruimte dik in orde. We zitten wel iets minder goed in de Panda door de kwaliteit van de bank.
Voorin is het net zo’n speels geheel als aan de buitenkant, met opvallende materialen en opvallende kleuren. Het past bij Fiat in het algemeen en bij de Panda in het bijzonder. Het bamboe-achtige materiaal aan de passagierskant is op de grens, maar het werkt. De ovale vorm is een verwijzing naar het beroemde dakcircuit in Turijn. De voorstoelen zitten helaas niet zo prettig; de geïntegreerde hoofdsteun kan vervelend in je rug duwen als je lang bent. Het multimediasysteem kennen we van concerngenoten. Het oogt modern, maar is niet heel uitgebreid. We zijn wel blij met de aparte klimaatregeling met fysieke knoppen. We hebben bovendien wat meer opbergruimte dan in de andere twee auto’s.
De Leapmotor heeft een hoge tildrempel en weinig ruimte. De andere twee bieden merkbaar meer.
Eigen karakter
We klagen wel eens dat het resultaat van platforms delen voor minder onderscheid zorgt, maar de Panda voelt in niets als een Citroën of een Opel. De auto rijdt echt als een Fiat: comfortabel zonder de zachtheid van Citroën, met lichte besturing om je snel door alle steegjes in Italiaanse steden te leiden. Je wordt daarbij geholpen door veel trekkracht, want de 113 pk sterke elektromotor heeft flink wat meer power dan zelfs de Panda 100 HP. Die was natuurlijk ook een stuk lichter, maar toch. Op lagere snelheden voelt de Panda lekker vlot, maar ook op de snelweg staat hij redelijk zijn mannetje, tenzij je van Berlijn naar München wilt knallen. Net als hij de grotere 600e weet Fiat vrij goed zijn eigen stijl aan de Stellantis-techniek te geven, wat in elk geval zorgt voor de broodnodige persoonlijkheid. De Hyundai heeft die ook, want het is een prima auto om te rijden. Hij combineert een prima wegligging met genoeg comfort. Spannend wordt het nooit en in basis is het een relatief zacht onderstel, maar alles voelt volwassener dan in de Fiat. Echt stuurgevoel is er niet, maar vergeleken met de andere twee auto’s is het nog altijd de best rijdende supermini. De auto schrikt minder van lange snelwegritten, omdat hij meer tegen het B-segment aanschurkt.
Fijn is dat je met de flippers de mate van regeneratie kunt kiezen. Daarbij zijn zaken als de ADAS-systemen veel beter dan bij de andere twee auto’s. Tussen die twee andere modellen zit ook veel verschil. De Hyundai staat wellicht wat boven de Fiat, maar die Grande Panda staat op zijn beurt mijlenver boven de Leapmotor. De Italiaan rijdt licht en comfortabel, met de typische Fiat-besturing. In tijden dat we veel klachten hebben over de eenheidsworst binnen grote concerns is het Fiat gelukt deze Panda echt een eigen vibe mee te geven. Hij is net iets minder soft dan een ë-C3 en is uitermate geschikt voor het krappe Italiaanse werk in steden of slecht onderhouden krappe landwegen. In Nederland houdt hij zijn persoonlijkheid en is hij qua rijden een prima vrij charmante auto. Dat kan niet worden gezegd van de T.03. De wegligging is beter dan die van de net zo goedkope Dacia Spring (geen lastige opgave …), wat wordt geaccentueerd door zijn opvallend goede remweg. Toch heeft de Roemeen in elk geval nog wat persoonlijkheid, terwijl de Leapmotor echt het ultieme vervoer-en niets-meer is. Hij rijdt zoals hij oogt: ongeïnspireerd en matig. Vermogen heeft hij genoeg, maar de motor maakt ellendig veel herrie. Rijden op de snelweg is onprettig en inspannend door zijn matige rechtuitstabiliteit en complete gebrek aan enig stuurgevoel. Het kan, als het moet, maar blijf liever binnen de gemeentegrenzen.
Het voelt allemaal als een terugblik op de Mitsubishi iMiEV en Co, terwijl we hadden gehoopt dat die tijden toch echt achter ons lagen. Die Japanner zag er bovendien leuker uit. Qua stroom doet de Chinees het wel beter dan die oer-EV van toen. Zijn lage gewicht zorgt voor een actieradius van 225 kilometer en destijds haalden we nog niet eens de helft. Zou je weg blijven van de snelweg, dan wordt dat uiteraard beter. Toch vinden we het verbruik voor dit formaat auto niet heel indrukwekkend, al is het maar omdat de testomstandigheden ideaal waren qua temperatuur en weer. De Fiat scoort op dit vlak ook erg matig. Gezien de ervaringen met zijn platformgenoten met dezelfde techniek is dat niet verrassend, maar evengoed slecht. Als het kouder wordt, belooft dat weinig goeds. De Hyundai zet ook geen bizar indrukwekkende score neer voor een kleine auto, maar hij is wel zuiniger dan de rest. Het snelladen start op een wat lager niveau dan bij de Fiat, maar hij houdt het wel beter vol. Daarbij helpt zijn grotere accu om ook de praktijkactieradius over de 300 kilometer te krijgen. Als enige vandaag heeft hij een warmtepomp en dat is met die grotere accu een van de redenen dat de auto flink duurder is. Als het straks kouder wordt, pluk je daar echter wel de vruchten van…
Dit is een test, maar wat is jouw mening over jouw auto? We waarderen het als je wilt bijdragen door het bijhouden van de AutoWeek Verbruiksmonitor of door een gebruikersreview te schrijven waarin je jouw ervaringen met de auto deelt. Daarmee help je potentiële kopers echt vooruit!
Dit artikel is gratis te downloaden in PDF-formaat. Hiervoor maak je eenmalig een AutoWeek account aan, waarna je onbeperkt uit het AutoWeek archief kunt downloaden.
Oordeel
1. Hyundai Inster2. Fiat Grande Panda E 3. Leapmotor T.03 De Inster herbevestigt zijn overmacht in deze klasse. Ja het is de duurste auto, maar zolang je de warmtepomp maar neemt, kun je andere extra’s missen. Hij rijdt beter, is ruimer en heeft een mooier interieur dan de rest. Bovendien zijn de EV-capaciteiten, zoals het verbruik en het 3-fasenladen, een stuk beter. De Fiat Grande Panda bevalt ons boven verwachting. Het Stellantis-platform lijkt de auto op het lijf geschreven. Hij rijdt vriendelijk en oogt vanbinnen en vanbuiten wel hip, maar zijn laadcapaciteiten zijn in de praktijk niet geweldig en in deze ideale omstandigheden is het verbruik – en daarmee de range – vrij slecht. De Leapmotor is bizar goedkoop naast de rest, maar de reden is duidelijk. Dit zit duidelijk nog een klasse lager; daar waar de Dacia Spring Electric ook zit. Blijf weg van de snelweg of blijf liever gewoon weg van de auto. Hij rijdt beter en veiliger dan de genoemde Dacia, maar we raden je aan een beetje door te sparen voor bijvoorbeeld een Dongfeng Box of de nog te verschijnen kale instapper van de Citroën ë-C3. Dit zakt wel wat door de ondergrens. De mening van Damiaan Hage Zet de buitenkant van de Fiat Grande Panda op de techniek en de binnenkant van de Hyundai Inster en dan kom je wat mij betreft dicht in de buurt van de perfecte auto in de instapklasse. Als het kan natuurlijk voor de prijs van de Leapmotor T03. De kwaliteiten van de Inster steken voor mij met kop en schouders boven die van de andere twee uit. Ik realiseer me terdege dat hij de duurste is, maar de rijeigenschappen, de kwaliteitsbeleving en het doordachte multimediasysteem zijn op het niveau van een hoger segment. Het enige waar ik moeilijk aan kan wennen, is het ontwerp. Het is mij te kinderlijk voor zo’n volwassen auto. De mening van Luc Vranken De Hyundai Inster is een prima klein ding om te rijden! Homogeen, strak, natuurlijk wat stug op hobbels, maar niet té. Ook heeft hij een zeer volwassen dashboard en een goede zitpositie. De Panda is wat ruimer nog, maar weker en heeft minder goede stoelen en een minder mooi dashboard. Hij is wel leuk en hip vanbuiten. Dat kunnen we van die Inster niet zeggen. De Leapmotor was even slikken. Dat is wel een paar stapjes de ladder af!
PRIVATE LEASE Hyundai Inster

Ontdek deze occasions: had je ze al gezien?

Hyundai Inster 42 kWh / E-Motion | VAN € 25.125,- VOOR € 23.200,- | Private lease vanaf 269 ,- PM |
- 2025
- 11 km

Hyundai Inster 42 kWh / E-Motion | VAN € 25.125,- VOOR € 23.200,- | Private lease vanaf 269 ,- PM |
- 2025
- 11 km

Hyundai Inster 49 kWh / E-Motion | VAN € 26740,- VOOR € 24.900,- | Private lease vanaf 269 ,- PM |
- 2024
- 12 km