Hugo heeft deze Volvo 145 al 54 jaar, de stationwagon bracht hem in Madrid, Moskou en Marrakech
Onverwoestbare globetrotter
Zowel tijdens zijn werkzame leven als daarna heeft Hugo van den Berg veel van de wereld gezien. Het merendeel daarvan zag hij vanachter het stuur van zijn rode Volvo 145E Grand Luxe die hij in 1972 nieuw aanschafte en die na bijna 325.000 kilometer nog altijd trouw zijn werk doet.
We hebben niet bij hem thuis in Naarden afgesproken, want daar staat de dagelijkse Toyota C-HR. De Volvo huist in een vroegere opslagplaats voor Zuiderzeeschepen aan de rand van Naarden-Vesting waar hij zich in goed gezelschap bevindt. Hugo heeft daar meer bijzondere vierwielers staan, zoals bijvoorbeeld een op de Triumph GT6 gebaseerde Fairthorpe TX uit 1968 waarvan er zeven zijn gebouwd en er nu nog slechts twee in ons land zijn. Ook andere klassiekerliefhebbers hebben er hun auto’s gestald. Regelmatig komt een gezelschap in wisselende samenstelling bijeen om te kletsen en te sleutelen.
Begonnen met een Kever
Onder het genot van koffie met koek doet Hugo zijn verhaal. “Mijn eerste auto was een Volkswagen Kever. Daarin ben ik ook getrouwd, althans dat was de bedoeling, want op weg naar het stadhuis brak de krukas. Ook heb ik Citroën 2CV gereden, maar langzaamaan ging het richting grotere en steviger vierwielers. In die tijd werkte ik voor de MID, de Militaire Inlichtingen Dienst, en leerde er Russisch en Spaans.” Dat laatste kwam goed van pas, want Hugo werd voor een periode in Spanje gestationeerd. Het was de tijd van dictator Franco en het land was straatarm. “Zelfs de rijkste mensen lieten zich rondrijden in een Seat 600, met de passagiersstoel verwijderd, zodat er toch genoeg beenruimte was. Met onze inmiddels herstelde Kever vielen we er niet uit de toon, maar helaas: die hield er ook mee op. De Renault 4 die de Kever opvolgde was niet zo’n succes: onderweg van Madrid naar Barcelona begaf de versnellingsbak het. Met behulp van diplomatieke kringen kwamen we aan een Volvo Amazon. Uiteindelijk maakte ik de overstap naar een Duits mediabedrijf.”
Volvo 145 gekocht bij Naardense Volvo-dealer
Daar hoorde een leaseauto bij, maar Hugo wilde er niet aan. “De Amazon had in de tussentijd plaatsgemaakt voor een Renault 16, maar de Zweed had een dermate solide en veilige indruk achtergelaten dat ik toch weer die kant op wilde gaan. Met inmiddels twee kinderen vond ik een stationwagon handig, en met dat gegeven - en behulp van de bank - kochten we bij de Naardense Volvo-dealer een nieuwe, rode 145 E Grand Luxe, waarvan het kenteken 00-40-VN op 17 november 1972 werd afgegeven.”
Het ging Hugo bij de overstap van Renault 16 naar Volvo 145 om degelijkheid en vooral veiligheid. “Gelukkig heb ik de veiligheid van de Volvo nog nooit nodig gehad.” De kale aanschafprijs van bijna 22.000 gulden gold destijds als een behoorlijk vorstelijk bedrag, maar toch bleek onze gastheer nog iets achter de hand te hebben om zijn pas verworven aanwinst verder te verfraaien met mistlampen, Wolfrace-wielen en een Coenen-schuifdak.
Kort na aanschaf met de 145 naar Madrid gereden
De eerste rit met zijn nieuwe auto kan Hugo zich niet meer herinneren, wel dat hij vrij kort na aanschaf al een reis naar vrienden in Madrid aflegde. Daarnaast werd eens per jaar een familiebezoek in Frankrijk ondernomen. Tijdens die verre reizen ontdekte Hugo de geneugten van de stationwagon. “Het kinderbankje dat tegen de rijrichting in in de bagageruimte stond, heb ik verwijderd, zodat de laadcapaciteit werd vergroot. Op die manier ontdekte ik dat er exact 67 flessen wijn in de achterbak pasten. Die nam ik vanuit Frankrijk mee naar ons land, als smokkelwaar. Verder kocht ik in Groot-Brittannië veel auto-onderdelen en nam die eveneens in het geniep mee. Het is een simpel, mooi en betrouwbaar werkpaard voor gezin, arbeid en smokkelwaar”, zo vat Hugo zijn rode vervoermiddel samen. Nooit de behoefte gehad om hem te verkopen? “Nee, en mijn vrouw ook niet.”
Ondanks auto van de zaak mocht 145 blijven
Maar hoe prettig de Zweed in de omgang ook was, op een gegeven moment kreeg Hugo toch een auto van de zaak. De Volvo 145 mocht desondanks blijven. Hij stond niet in de weg en kreeg allengs een andere, misschien wel veel leukere rol toebedeeld. “Met een paar vrienden heb ik mooie, verre ritten uitgezet. Onder meer naar Rusland, ik heb drie keer Moskou bezocht. Ook in de Sahara ben ik met de Volvo geweest. Prachtige reizen, ik houd daarvan. Zo heb ik ook eens de Rally van Monte Carlo gereden. Overigens niet in mijn of een andere Volvo, maar met een Triumph TR3A zijn de sportieve kilometers afgelegd.”
Echt sportief is de 145 niet te noemen, al gaat hij met zijn stoere wielen, mistlampen en speciale IPD-stabilisatoren waardoor hij in snelle bochten minder overhelt, toch aardig die kant op. Evenals de rode lak die hier en daar laat zien dat de Zweed niet meer de jongste is. Hij is dan ook in originele, gebruikte staat, op de krachtbron na , want die is ooit vervangen.
Mooie-rittenauto
Zo veranderde langzamerhand de rol van de Volvo: van gezinsauto naar mooie-rittenauto. Maar ook dat loopt op zijn eind, want inmiddels mag de 145 van een welverdiend pensioen genieten. Hugo: “Dat wil zeggen: ik rijd er nog wel mee, maar niet meer zoveel als vroeger, ook omdat we een aantal maanden per jaar in ons tweede huis in Zuid-Frankrijk verblijven.” De Volvo heeft een mooi souvenir aan de vele verblijven in het land van Marianne overgehouden: “Vanwege de felle zon heb ik op een gegeven moment vinyl op het dak laten plaatsen. Voor de rest doe ik het onderhoud zelf. Van huis uit ben ik niet technisch, maar heb mezelf alles aangeleerd.”
De 145 staat goed gestald
Handig is daarbij de stalling, waar veel auto-onderdelen, ruimte en mede-sleutelaars voorradig zijn - naast ontelbare autotijdschriften. Je hoeft je daar dus nooit te vervelen. Dat doen wij ook niet, want wij krijgen van Hugo een rondleiding langs merendeels fraaie auto’s die door anderen zijn gestald. Alles bijeen - klassiekers, tijdschriften, aangename mensen - maakt ons bezoek tot een plezierige belevenis met uiteraard Hugo en zijn klassieke Zweedse baksteen in de hoofdrol. Dat ‘klassieke’ ondervindt hij als hij aan het toeren is, want langzamerhand genieten auto en chauffeur meer en meer belangstelling van medeweggebruikers. Dat brengt ons bij de toekomst van de 145. “Hij gaat later naar mijn kleinzoon, alhoewel ik een tijdje terug ook al een tweetakt-Saab 93 voor hem heb gekocht.” Zo’n grootvader zouden wij allemaal wel willen hebben!
Volvo 140-serie (1966-1974)Als opvolger voor de Amazon bracht Volvo in 1966 de 100-serie uit. De wat rondere lijnen van de geliefde Amazon maakten plaats voor een sobere, meer vierkante vorm. Dat leidde al snel tot de geuzennaam ‘baksteen’. Die benaming kwam nog meer tot zijn recht in de strakkere 200-serie die in 1974 de 100-serie afloste, maar wat in feite weinig méér voorstelde dan een grondige facelift. De 100-serie was verkrijgbaar als sedan met twee of vier portieren (142/144) en als vijfdeurs stationwagon (145). De 145 waarvan de achterbank was verwijderd en het dak verhoogd met een laadvolume van 2.400 liter tot gevolg, ging als 145 Express door het leven. Dit model werd gezien als opvolger van Duett en Amazon Kombi. Er waren verschillende krachtbronnen van 1,8-liter en tweeliter voorradig, voorzien van een enkele of dubbele carburateur, dan wel brandstofinjectie. Bijzondere vermelding verdient de 164 met zijn drieliter zescilinder lijnmotor (carburateur of injectie) achter een afwijkend front. Als luxegradaties kon je vanaf 1971 kiezen uit de basisversie, De Luxe en Grand Luxe. Nadat voorgaande Volvo’s op veiligheidsgebied al furore hadden gemaakt met bijvoorbeeld vanaf 1959 standaard driepuntsgordels op de PV-modellen (Kattenrug), kwam de 100-serie wederom met een wereldprimeur: een hydraulisch werkend dubbel remcircuit, waarbij beide circuits onafhankelijk van elkaar op drie wielen werkten; twee voorwielen en een achterwiel. Mocht een circuit om wat voor reden dan ook uitvallen, dan was toch voldoende remwerking aanwezig. De schijfremmen vóór kregen vier remzuigers, achter waren het er twee (bij schijven) of twee remcilinders wanneer trommelremmen waren gemonteerd. Waren achter schijfremmen geplaatst, dan kregen deze in het hart een kleine trommelrem die als handrem diende. Zo’n beetje elk productiejaar paste Volvo grotere en kleinere verbeteringen toe. Enkele bijzonderheden: in 1969 maakte de 1.8-motor (B18) plaats voor de tweeliter (B20) en behoorde een rechterbuitenspiegel voortaan tot de standaarduitrusting; in 1970 deden verwarmbare voorstoelen hun intrede, drie jaar later gevolgd door een nieuw, ergonomisch verbeterd dashboard plus veiligheidsstuur, nadat in 1972 de lange versnellingspook al had plaatsgemaakt voor een korter exemplaar. Tevens kreeg de 100-serie in 1973 een nieuwe neus aangemeten. Het laatste jaar van de 100-serie bracht forse veiligheidsbumpers, werd de brandstoftank naar een veiliger plek verplaatst en kreeg het dashboard uitbreiding in de vorm van een waarschuwingssysteem voor defecte verlichting. Zo bleef de 100-serie ieder jaar actueel met vooral op veiligheidsgebied nieuwe snufjes. Toen de 200-serie hem in 1974 opvolgde, waren iets meer dan 1,25 miljoen exemplaren van de 100-serie gebouwd. Niet gek voor een auto die met zijn prijs een stukje boven de Amazon was gepositioneerd. |
