Er zijn maar weinig auto-ontwerpers die zo’n grote invloed hebben gehad op het autodesign als Christopher Edward Bangle. Als hoofdontwerper bij BMW leidde hij een van de meest radicale designrevoluties in de geschiedenis van het merk. Toch zijn veel van die destijds controversiële ontwerpen uitgegroeid tot gewilde klassiekers in de dop.
Chris Bangle groeide op in de Verenigde Staten, in een periode waarin daar revolutionaire autodesigns het licht zagen. De Amerikaanse auto’s van de jaren 50 en 60 maakten een blijvende indruk op hem, maar niet op de manier die je verwacht. Als student analyseerde hij in de jaren 70 het Amerikaanse design door auto’s te fotograferen en er een diapresentatie van te maken. In die tijd bestond er nauwelijks serieuze literatuur op het gebied van autodesign, zo stelt hij. “De auto’s van die periode staan in mijn geheugen gegrift. Ik vond het interessant om uit te zoeken waarom pony cars pony cars waren, waarom muscle cars muscle cars waren, en hoe bij sedans de barokke overdaad van de jaren 50 op een gegeven moment achterwege bleef.”
In 1960 ging het al over vliegende auto's
Hij herinnert zich echter ook hoe de optimistische kijk op de toekomst die de naoorlogse Amerikaanse autocultuur kenmerkte, langzaam verdween. Een ontmoeting met voormalig General Motors-ontwerper Orlan Erwin maakte diepe indruk. Erwin vertelde hem dat ontwerpers in 1960 oprecht geloofden dat er binnen tien jaar vliegende auto’s zouden zijn. “Auto’s vliegen nog steeds niet”, zegt Bangle, terugkijkend op dat gesprek. “Voor een hele generatie ontwerpers stortte die droom volledig in.”
Terwijl het Amerikaanse autodesign worstelde om zichzelf opnieuw te definiëren tijdens de oliecrises en de sociale onrust die de VS in de jaren 70 in de greep hielden, ontwikkelden Europese ontwerpers zoals Giorgetto Giugiaro en Marcello Gandini een andere visie op de toekomst – een visie die praktisch gebruiksgemak, efficiëntie en optimisme hoog in het vaandel had staan. “Ze kwamen met auto’s die een zekere positiviteit uitstraalden na de moeizame naoorlogse jaren in Europa”, aldus Bangle. “Maar dan zonder dat fantasierijke futurisme dat de Amerikaanse designers hadden omarmd, met het beeld voor ogen dat we allemaal rond gingen vliegen zoals de Jetsons (komische animatieserie, 1962-1987, red.).”
Bangle wilde eerst predikant worden
Hoewel hij al vanaf jonge leeftijd gefascineerd was door auto’s, mikte Bangle aanvankelijk op een heel andere carrière. Hij studeerde aan de universiteit van Wisconsin met het doel predikant te worden. De lessen literatuur, filosofie en creatief schrijven bleken later uitstekend van pas te komen in zijn carrière als designer. Toen hij ontdekte dat hij ook een opleiding tot professioneel autodesigner kon volgen, schreef hij zich in aan het Art Center College of Design in Californië (tegenwoordig is het ‘ArtCenter’ zonder spatie). Hij was er echter nog niet zeker van of hij ook daadwerkelijk aan de slag kon in de auto-industrie. “We zaten toen midden in een recessie. Ik heb mijn portfolio zelfs aangepast, zodat ik ook een baan kon zoeken in de filmindustrie. Ik dacht dat ik niet aan de bak zou komen in de auto-industrie.”
General Motors stuurde Bangle naar Duitsland
Bij General Motors dachten ze daar anders over. Het bedrijf nam hem in dienst en stuurde hem naar Duitsland, waar hij zijn Europese carrière begon bij Opel in Rüsselsheim. In het Duitsland waarin Bangle begin jaren 80 belandde, was de Koude Oorlog nog steeds een realiteit. Amerikaanse troepen waren overal in het land gestationeerd en er waren politieke spanningen. “Bijzonder turbulente jaren”, zegt hij. “Voor een jongeman als ik was het allemaal fascinerend. Er waren protesten en stakingen, je had politieke bewegingen zoals de Rote Armee Fraktion – er gebeurde veel.” In plaats van zich aan te passen aan een specifieke, Europese manier van werken, liet Bangle zich onderdompelen in een samenleving die snelle veranderingen onderging. Het was een ervaring die zowel zijn wereldbeeld als zijn benadering van design zou vormen.
Belangrijke lessen bij Fiat Centro Stile
Ook bij Fiat Centro Stile in Turijn leerde hij belangrijke lessen. Hoewel veel mensen hem vooral associëren met de Coupé Fiat, ziet Bangle zijn Italiaanse jaren om een andere reden als belangrijk: hij leerde wat er echt allemaal komt kijken bij het ontwerpen van een auto. “Bij Fiat kwam ik binnen als ontwerper en vertrok ik als manager. Toen wist ik pas wat autodesign écht inhoudt.” Hij prijst de discipline van het ontwerpproces dat in Italië werd gehanteerd. Zo had je onder meer de traditionele piano di forma, een methode om oppervlakken en verhoudingen te definiëren lang voordat er sprake is van een model op ware grootte. Die discipline was later van invloed op de manier waarop hij de ontwerpafdeling van BMW leidde.
Coupé Fiat
Bangle vond het in het begin voorspelbaar bij BMW
Toen Bangle begin jaren 90 bij BMW aan de slag ging, viel de designtaal van de fabrikant bij veel mensen in de smaak, maar het was allemaal wel erg voorspelbaar. De 3-serie oogde als een kleinere 5-serie; de 7-serie was een soort grotere 5-serie. Hij merkte het direct: veel mensen bij BMW beseften dat verandering noodzakelijk was. “Toen ik daar aankwam, waren de medewerkers er rijp voor. Ze wisten niet precies welke kant het op moest, maar zo konden ze niet doorgaan.” Het was voor hem een uitdaging om mensen over te halen vooruitgang te omarmen, waarbij het vooral geraden was het woord ‘verandering’ niet in de mond te nemen. Bangle verwijst naar een beroemde quote van Mark Twain: ‘Ik ben beslist voor vooruitgang. Ik kan echter absoluut niet tegen verandering'.
Geleidelijke weg
Zijn aanpak was dus die van de geleidelijke weg, maar wel met een duidelijk doel. De BMW-designers werden aangemoedigd om meer mogelijkheden te verkennen. Tijdens de ontwikkeling van de E46 3-serie kwamen de designers bijvoorbeeld met een ongewoon groot aantal voorstellen op ware grootte. “Gedurende het ontwerpproces worden belangrijke designkeuzes gemaakt”, zegt Bangle. “Je kunt niet alles vooraf volledig uittekenen.” Opmerkelijk genoeg werd de E46-generatie van de 3-serie – door veel liefhebbers beschouwd als een bijzonder geslaagde vertegenwoordiger van de traditionele BMW-designtaal – evenzeer getekend onder zijn leiderschap als later bijvoorbeeld de controversiële E65 7-serie, de E60 5-serie en de E85 Z4. Als we die modellen benoemen, benadrukt Chris Bangle dat die BMW-modellen verschillende ‘vaders’ hebben. Zo tekende de Deense designer Anders Warming de Z4. Bangle benoemt het niet zo, maar hij beschouwde zichzelf overduidelijk als de dirigent van een orkest. Het was geen one-man-band.
Desondanks kreeg hij wel alle kritiek te verduren, want die was er volop, met name op deze controversieel gelijnde generatie BMW’s. Zo kreeg de hoge achterzijde van de E65 7-serie met de als het ware op de carrosserie liggende achterklep de bijnaam ‘Bangle Butt’. Bangle vond dit soort kritiek ongetwijfeld niet leuk, maar hij realiseert zich ook dat dit er nu eenmaal bij hoort als je de grenzen drastisch verlegt. Bangle beschouwt de weerstand als een reactie op onvermijdelijke veranderingen. Auto’s werden groter en kregen complexere techniek, waardoor de klassieke BMW-verhoudingen steeds moeilijker te realiseren waren.
“De sierlijke BMW’s van vroeger werden auto’s die veel groter moesten uitvallen. Dat vroeg om een andere benadering.” Volgens Bangle was het niet alleen een kwestie van styling, maar vooral van packaging en proporties. De bekende BMW-lijnen waren niet meer mogelijk binnen de nieuwe technische randvoorwaarden. Binnen BMW kreeg hij gelukkig veel steun van het management, dat zich al vroeg achter de nieuwe ontwerpkoers schaarde. “Het was mijn taak om alle kritiek op te vangen. Dat hoort erbij wanneer je iets fundamenteel verandert.” Ruim twintig jaar later krijgen veel BMW’s uit het Bangle-tijdperk mildere beoordelingen dan destijds. Ooit controversiële modellen gelden nu vaak als gedurfde ontwerpen die hun tijd vooruit waren en mooi oud zijn geworden.
Hetzelfde recept
Ook over het design van hedendaagse modellen heeft Bangle – het zal niet verbazen – een uitgesproken mening. Vaak hoor je dat moderne auto’s steeds meer op elkaar lijken, hij wijst erop dat die kritiek van alle tijden is. Tegelijkertijd vindt hij dat fabrikanten tegenwoordig minder bereid zijn om echt nieuwe voertuigconcepten te introduceren. “Veel auto’s zien er spectaculair uit, maar zijn onder de streep opgezet volgens hetzelfde recept”, stelt hij.
Via zijn ontwerpbureau Chris Bangle Associates werkt hij nog altijd aan projecten die bestaande conventies ter discussie stellen. Met het opvallende elektrokarretje REDS probeerde hij elektrische mobiliteit opnieuw vorm te geven en een nieuwe voertuigarchitectuur te ontwikkelen. Als vanouds blijft hij schoppen tegen heilige huisjes. Zijn ontwerpen verdeelden jarenlang de meningen, maar hebben onmiskenbaar hun stempel gedrukt op het autodesign van de afgelopen decennia. “Mensen komen naar ons toe omdat ze weten dat we grenzen verleggen. Ze weten dat ze een nieuwe weg moeten inslaan, maar hebben geen idee hoe ze dat moeten aanpakken.”
En dan ben je bij Chris Bangle als vanouds aan het juiste adres. Of het nu gaat om de Coupé Fiat, de BMW 7-serie of een experimenteel elektrisch voertuig, Bangle heeft de gangbare opvattingen altijd uitgedaagd. Daarvoor kreeg hij een hoop kritiek te verduren, maar met het verstrijken van de tijd bleek toch vaak dat hij de juiste keuzes had gemaakt. Voor een ontwerper wiens werk ooit de autowereld tot op het bot verdeelde, is dat misschien wel het mooiste compliment dat je kunt geven.
Levensloop
1956: Christopher Edward Bangle wordt op 14 oktober geboren in Ravenna (Ohio).
Eind jaren 70-begin jaren 80: studeert aan het ArtCenter College of Design in Pasadena, Californië.
1981–1985: werkt bij Opel in Duitsland, waar hij bijdraagt aan de ontwikkeling van concept-cars.
1985: is als hoofd van Fiats Centro Stile betrokken bij het design van onder meer de Alfa Romeo 145. Hij is ook ontwerper van de Coupé Fiat.
1992: hoofd van de designafdeling bij het BMW-concern, als eerste Amerikaan.
Jaren 90: als hoofdontwerper verantwoordelijk voor de modellen van BMW, Mini en Rolls-Royce.
Begin jaren 00: introduceert de zeer invloedrijke en controversiële ‘flame surfacing’-ontwerptaal.
2009-heden: ontwerpt met zijn bedrijf Chris Bangle Associates vanuit Clavesana (Italië) producten en realiseert projecten voor bedrijven uit diverse sectoren.
Dit zijn de bekendste Bangle-auto's:
De auto met de fameuze ‘Bangle-butt’, de 7-serie E65 die als opvolger van de ingetogen gestileerde E38 7-serie insloeg als een bom. Inmiddels cult, en wat ons betreft ook 25 jaar na zijn debuut nog altijd modern.
Vandaag de dag vinden veel liefhebbers het een prachtige en elegante auto, maar destijds verslikten veel BMW-klanten zich toen ze de 6-serie E63 voor het eerst zagen. Vooral de Cabriolet met zijn rechtopstaande achterruit vergde gewenning.
Als volumemodel was de 5-serie van de E60-generatie al iets minder wild vormgegeven dan de 7-serie die hem voorging; evengoed deed hij stof opwaaien bij de behoudende klantenkring. Veel kopers gingen voor het M Sport-pakket met dikkere bumpers en grotere wielen.
Ook het design van de eerste Z4-generatie was op zijn minst controversieel te noemen. Hier een exemplaar in de zeldzame kleur ‘Hellrot’, volgens Chris Bangle zelf de mooiste kleur voor dit model.
Als hoofd van Fiats Centro Stile was Chris Bangle ook verantwoordelijk voor het exterieur van de extravagante Coupé Fiat (1993–2000), die overigens werd gebouwd door Pininfarina. Het was de laatste auto die hij volledig zelf ontwierp.
De 3-serie van de E46-generatie, door velen beschouwd als de klassieke BMW-stijl, werd door Erik Goplen ontworpen onder toeziend oog van Bangle. Dit model laat zien dat hij niet alleen maar extravagante ontwerpen realiseerde.






