De AutoWeekend Top 10: Nederlandse trots
| 1 | Daf 55 Marathon |
| 2 | Volvo 480 Turbo |
| 3 | Smart Forfour Brabus |
| 4 | Volvo 360 GLT |
| 5 | Volvo S40 T4 |
| 6 | Mitsubishi Colt CZT |
| 7 | Mitsubishi Colt Ralliart |
| 8 | Daf combi |
| 9 | Mitsubishi Outlander II |
| 10 | Mitsubishi Carisma GDI |
Een dag na de bouw van de laatste Mitsubishi in Born ligt het voor de hand dat de AutoWeekend Top 10 wordt gewijd aan Nederlands enige echte autofabriek. Hoewel de productiestap gelukkig niet de zwanenzang van de fabriek is – volgend jaar gaat BMW er immers verder – is het toch het einde van een tijdperk. Sinds de opening van de fabriek in 1967 zijn er meer dan 4,5 miljoen auto's geproduceerd. Het modellenprogramma is vrij overzichtelijk, maar wat zijn eigenlijk de leukste auto's van Limburgse bodem?
Natuurlijk mag iedereen zelf bepalen wat hij leuk vind, maar wat ons betreft moet er in ieder geval een Daf op de eerste plaats. Dat de Japanners en Zweden later in ons land neerstreken is leuk, maar toen er nog Dafjes van de band rolden was de fabriek pas écht een Nederlandse trots. De leukste Daf was toch wel de 55 Marathon. Als upgrade van de geüpgradede versie die de 55 toch al was (ten opzichte van de 44) was dit autootje flink pittiger dan wat men voor die tijd van het merk gewend was. Nu lachen we om 63 pk, maar in het lichte Dafje was het genoeg voor een top van 145 kilometer per uur, meer dan zat lijkt ons. Bovendien was de auto leverbaar als coupé, wat de auto heel wat sierlijker maakte dan de 'gewone' 2-deurs. De coupé deed het dan ook relatief erg goed binnen de 55-serie. Een sportieve aankleding maakte de Marathon compleet.
Goede tweede is de Volvo 480, en dan het liefst in de Turbo-versie. Deze auto werd niet alleen in Born gebouwd, maar is er ook grotendeels ontwikkeld, en daarmee dus eigenlijk een Nederlands product. Voor Volvo-fans was de 480 een echte schok, want de coupé was totaal anders dan de andere auto's die het merk in die tijd leverde. De 480 Turbo had een 1,7-litermotor met 122 pk, genoeg voor een 0-100 tijd van 9 seconden, goed passend bij het sportieve uiterlijk. Toch bleef dat uiterlijk de grootste attractie van de auto.
Voor de nummer drie moeten we opnieuw een sprong voorwaarts in de tijd, want daar vinden we de Smart Forfour Brabus. Dit autootje kostte ruim 33 mille, maar voor dat geld kreeg de koper wel een 1.5 met 177 pk in de neus.
Net als bij de Smart Forfour had de Volvo 300-serie niet het uiterlijk van een scheurmonster. Toch zorgde een 2,0-literblok uit de 240 in de 360 GLT voor hele nette prestaties. Grappig detail is dat er al jarenlang een heuse Volvo 360 Cup bestaat, waarin mensen voor relatief weinig geld in deze achterwielaandrijver kunnen racen op Zandvoort.
Ronduit snel
Op de vijfde plek in de lijst opnieuw een Volvo, in dit geval de S40 T4, hoewel die natuurlijk in de stationwagenversie V40 T4 net zo leuk was. De auto was niet overdreven zwaar, en in combinatie met de 200 pk turbomotor is deze Volvo niet langer vlot, maar zeker naar de begrippen van toen ronduit snel. In 7,5 seconden zat de S40-rijder op de 100 km/h, om daarna door te stomen naar 235 km/h. Aan de buitenkant onderscheidde de snelste versie zich nauwelijks van zijn minder bedeelde broertjes, en dat is in het geval van zo'n nette sedan alleen maar een voordeel.
Op de plekken zes en zeven staan twee Coltjes. Dit compacte type van Mitsubishi liep tegelijk met de Smart Forfour van de band en de auto's waren ook op elkaar gebaseerd. De CZT was er eerst, en was een driedeurs Colt voorzien van dezelfde motor als Brabus in de snelste Smart gebruikte. Mitsubishi vond 150 pk echter wel genoeg, en daar hadden ze eigenlijk wel gelijk in. Later leverden de Japanners ook de vijfdeurs Colt met deze motor, en net als bij zoveel producten van NedCar maakte het snelle blok van deze onopvallende een echte wolf in schaapskleren.
Voor de auto die we op nummer acht tegenkomen, gaan we terug naar de beginperiode van de fabriek. De combi's van Daf waren wat we tegenwoordig omschrijven als een shooting brake: driedeurs stations met een schuin aflopende achterkant. Hadden ze bij Daf toen nooit kunnen bevroeden, maar toch. Hierdoor zijn deze auto's ineens actueler dan ooit, want deze carrosserievariant is voorzichtig begonnen aan een comeback.
De onderste plekken in de lijst zijn voor Mitsubishi's. De eerste serie van de Outlander II (de Outlander I kwam nog gewoon uit Japan) was echt een leuke SUV, of 'crossover' zoals dat tegenwoordig heet. De Carisma GDI was op technisch vlak behoorlijk vooruitstrevend. Misschien niet het meest sprankelende model, maar Mitsubishi –en daarmee NedCar- liep in 1997 wel voorop met directe benzine-inspuiting. Hoewel die voorziening de auto niet het succes opleverde waar men op gehoopt had, is deze techniek later door veel fabrikanten overgenomen.
Lees ook

Noé (22) kocht als eerste auto meteen een hot hatch, deze Peugeot 206 GTI. Mooie score!

Hyundai-CEO: ’Globalisering is helemaal over’

Op de foto’s zie je niet dat deze keurige Volkswagen Corrado al 439.000 km op de klok heeft

'BMW iX3 vs BMW M2 CS: allebei top, maar compleet anders' - podcast
