Genève, dinsdag 5 maart 2013. De hele dag verdringt een enorme mensenmenigte zich rond een silhouet onder een rood doek. Hier worden straks goudstaven uitgedeeld, denk ik dan. Of Angelina Jolie doet alles voor je waar je niet eens van durfde te dromen. Minstens.
Nee, hier wordt over een paar uur een auto onthuld. Goed, een Ferrari. En niet zomaar een Ferrari, maar de opvolger van de Enzo. De snelste Ferrari ooit. Maar niettemin, een auto. Een stuk blik, pardon, koolstofvezel. Een stuk gereedschap om van A naar B te gaan. En op de keper beschouwd nog heel primitief ook. Het eerste het beste insect zit meer vernuftig in elkaar dan de meest complexe auto ooit. "Een kunstwerk!", hoor ik anderen roepen. Right. Er worden er 499 van gebouwd. Je zult ze moeten poetsen..
In dezelfde lijn ligt de heisa eerder rond Afrojack die zijn gloednieuwe Ferrari in de puin reed en er vervolgens vrolijk lachend voor poseerde. Wat een overspannen reacties overal, alsof hij een fles afbijtmiddel over de Mona Lisa had uitgegoten. Good for him. Het zou me niks verbazen als het allemaal in scène gezet is; meesterlijke publiciteitsstunt, net als zijn vermeende verkering met Paris Hilton. De schadeherstellers hebben er weer een mooie klus aan: goed voor de economie. En Afrojack beheerst weer even het 'nieuws'. Als zijn muziek maar half zo goed was als zijn pr, had ik al zijn platen.
Maar goed, hijgende journalisten rond afgedekte auto's op beurzen. Ik zit ruim twaalf jaar in dit vak en heb alle beurzen van betekenis wel gedaan, maar ze blijven op mijn lachspieren werken. En begrijp me niet verkeerd: beurzen horen voor mij nog steeds tot de hoogtepunten van mijn beroepsleven. Maar niet vanwege het blik. Voor mij is het netwerken, mensen spreken, contacten leggen, de stress om in zo kort mogelijke tijd zo snel mogelijk zo veel mogelijk video's online te krijgen. De hectiek in de perskamer. Lange dagen. Blaren onder je voeten. En die auto's? Als je ze echt als allereerste wilt zien, kun je beter thuis achter je computer blijven zitten.

