De lijnen van Japanse, Koreaanse en Chinese auto's hebben me nooit erg kunnen opwinden. Ik denk dat ik geen uitzondering ben. Wat heb ik luid gelachen om de eerste Toyota Prius. Van de Kia Opirus pieste ik zowat in m'n broek en de Hyundai Matrix mocht dan wel Pininfarina-badges hebben, serieus kon ik zulks toch niet nemen. Moet ik het verder nog hebben over een keur aan SsangYongs of een verdwaalde Landwind? Om het voorzichtig uit te drukken: de Aziatische smaak is de mijne niet. Of misschien moet ik het iets nuanceren: de Aziatische smaak wàs de mijne niet. Het tij lijkt te keren. Het heeft er alle schijn van dat de Aziaten hun lijnenspel aanpassen aan mijn Europese smaak.
Bij Kia hebben ze voormalig Audi-designer Peter Schreyer in de gelederen opgenomen (hij is ondertussen ook verantwoordelijk voor Hyundai en is in de Kia-hiërarchie zelfs tot president gepromoveerd). Mazda pochte destijds met onze eigen Nederlandse Laurens van den Acker (tegenwoordig de designbaas bij Renault) en Samsung huurt voormalig BMW-designchef Chris Bangle in. Het Chinese Qoros ten slotte heeft Gert Volker Hildebrand als designdirecteur gecontracteerd, de man die begin deze eeuw bij BMW de Mini reïncarneerde. Allemaal grootheden om maar niet meer uitgelachen te worden. En met succes.
Auto's als de Hyundai i40, de Kia Cee'd, de Roewe 550 of hetgeen Qoros ons laat zien, doen mij het lachen verstommen. Het zijn stuk voor stuk auto's die nog verrassend genoeg zijn en waar ik de minste moeite mee heb. Maarrr … bouwen ze nu eindelijk wat ik gewend ben of ben ik gewend aan wat zij bouwen? Alle grote namen ten spijt vrees ik voor een belangrijk deel het laatste. Mijn normen en waarden veraziatiseren. En dat is de schuld van Volvo, voorheen bekend om z'n nuchtere Scandinavische rechttoe rechtaan ontwerpen. Wie nu een V40 of S60 zonder logo's zou zien, heeft geen idee uit welke Japanse fabriek dit komt. En ook bij BMW kunnen ze er wat van. Neem een X1, down to earth-design lijkt bij de Bayerische een begrip uit een ver verleden. In Stuttgart is het overigens niet veel anders. Kijk naar de nieuwe A-klasse en het is alsof ze nooit een W124 gebouwd hebben.
Natuurlijk moet je met je tijd meegaan, maar je rug rechthouden is ook wat waard. En dat kan. Neem Skoda, die Tsjechen timmeren in China flink aan de weg. En dat doen ze met modellen die staan voor wat Skoda is. Eerlijk en zonder overbodige franje. Net als de Rapid is de nieuwe Octavia vrij van spontane knikken kriskras over de flanken. Overdreven holle vlakken die overgaan in spontane bollingen ontbreken. Geen lijn te veel, ontwerpen die staan als een huis. Je kunt wel verlekkerd naar de immense Chinese markt kijken, je hoeft er niet mee te dwepen.

