Dodge Charger SRT Hellcat - Auto-immigratiedienst

‘Not subtle, not sorry’

64 reacties

Video

‘Not subtle, not sorry’, staat er in de brochure van de Dodge Charger Hellcat. Het dekt aardig de lading bij deze auto, die niet alleen duidelijk uit een andere plaats, maar eigenlijk ook uit een andere tijd lijkt te komen.

Het oer-Amerikaanse Dodge lijkt in een vacuüm te opereren. Terwijl de autowereld inmiddels al meer dan een decennium bezig is met een enorme elektrificatieslag en het ondanks jaren van economische voorspoed allemaal groener, zuiniger en efficiënter moet, lepelt Dodge de ene na de andere enorme V8 in sterk ­verouderde modellen. In het geval van de Charger komt er ook nog eens bij dat dit een ‘full-size sedan’ is, een uitstervende soort. De Dodge Charger bestaat sinds de jaren 60 en is van oudsher een coupé, maar werd in 2005 na jaren van afwezigheid geherintroduceerd als sedan. Die auto was het zustermodel van de Chrysler 300C, die ook in Europa werd geleverd.

Dodge Hellcat

De huidige generatie van de Charger verscheen in 2010. Ten opzichte van de directe voorganger heeft hij een geheel nieuwe koets, maar het platform mocht blijven. De Charger kreeg in 2015 een uitgebreide facelift, maar zelfs die nieuwste versie is dus alweer zeven jaar oud. Als bescheiden SXT concurreert de Dodge Charger in Noord-Amerika met andere grote sedans als de Toyota Avalon en de Nissan Altima, al heeft de Amerikaan achterwielaandrijving en een duidelijk stoerdere uitstraling. Als Hellcat is de Charger de enige auto met achterportieren in de wereld van de ‘muscle cars’ en zo heeft hij dus eigenlijk geen ­concurrenten.

Hellcat sinds 2015

Het Hellcat-idee ontstond in 2015, allereerst voor de retro-coupé Challenger. Sindsdien verscheen de nu al legendarische naam niet alleen op de Charger, maar zelfs op de SUV van Dodge, de Durango. In zeven jaar tijd werden er wat wijzigingen doorgevoerd en verschenen er varianten op het thema, maar de basis bleef gelijk: een bizar krachtige 6,2-liter Hemi-V8. In de Charger Hellcat Jailbreak komt het blok inmiddels tot meer dan 800 pk, maar wij rijden de ‘gewone’ Hellcat. Dat betekent 717 pk en 881 Nm. ­Jawel: meer dan 700 pk, in een subtopper! Daarmee is deze stokoude Amerikaan krachtiger dan welke E63, RS6 of M5 ook en staat hij op min of meer gelijke voet met een auto als de Ferrari F8 (720 pk).

Dodge Hellcat

Supercharger

In totaal levert Dodge op dit moment niet minder dan vijf verschillende V8-versies van de Charger. Dat begint met een 5,7 in de R/T, gevolgd door de Scat Pack met een 6,4-liter Hemi en 485 pk. In vergelijking met die auto heeft de Hellcat dus opvallend genoeg een wat kleinere cilinderinhoud. Daar staat echter een machtig wapen tegenover: een enorme ‘supercharger’, ofwel een door een riem aangedreven compressor. Die zit boven op de motor en dwingt de ­motorkap een heel eind de hoogte in, wat vanaf de bestuurdersstoel niet te missen is. Na een druk op de startknop komt de ­machine tot leven met een doordringende, machtige brul, die ramen doet trillen. Standaard is de auto zelfs zó luid dat ‘ons’ Duits gekentekende exemplaar voor import moest worden voorzien van een klep in de uitlaat die hem met een druk op de knop wat gemanierder maakt. Zelfs als we die enorme motor even vergeten, is het rijden met een Dodge Charger voor een Europeaan best even wennen. De auto is met 5,11 meter duidelijk langer dan een BMW ­5-serie of Audi A6 en is bovendien 2 meter breed, net als bijvoorbeeld de nieuwe Range Rover. Zijn formaat is dus niet ­uitzonderlijk, maar wel fors en wordt ­bovendien geaccentueerd door de relatief hoge zit, de enorme stoelen en het ongebruikelijk grote stuurwiel. Knap is dat de aandrijflijn zich bij normaal gebruik keurig gedraagt, op dat geluid na dan. Normaal versnellen is geen enkel probleem en de van andere merken bekende achttraps automaat van ZF schakelt rustig en soepel.

Denk trouwens niet dat de auto ooit zuinig wordt, want zelfs met een extreem tactische rechtervoet lijkt 1 op 8 onhaalbaar. Nu is zeuren over brandstofverbruik in dit geval niet zo gepast, maar we doen het toch. ­Behalve de enorme kosten betekent dit ­namelijk ook een extreem beperkte actie­radius. Met 1 op 5 is de relatief kleine ­70-liter tank razendsnel leeg en dat is ­ronduit irritant. Opvallend ook, in een auto die verder op geen enkel vlak bescheidenheid laat zien.

Dodge Hellcat

Achterpassagiers zitten riant en de Charger heeft een riante kofferbak. Het interieur toont dat dit model vrij ouderwets en voordelig is, al is de kwaliteitsindruk eigenlijk best prima. Het is allemaal lekker lomp, met grote knoppen en stevige materialen. Het infotainment is zowaar nog vrij snel en modern. We kennen dit systeem in een uitgeklede vorm van ‘stalgenoot’ Fiat, al voegt Dodge er een hele lading Hellcat-­specifieke zaken aan toe. Alle mogelijke temperaturen zijn via het scherm inzichtelijk, er zijn timers voor sprinttijden en ‘quarter mile’-prestaties, er is een launch control met instelbaar toerental en de auto heeft zelfs ‘line lock’. Dat betekent dat de voorwielen worden geblokkeerd, maar de achterwielen vrij kunnen draaien. Dat levert in no-time enorme rookwolken en bijna vloeibare achterbanden op, wat bevorderlijk schijnt te zijn voor de grip tijdens een dragrace.

Bilstein-dempers

Dat kan bepaald geen kwaad, ontdekken we al snel. De achterbanden verliezen dolgraag grip en de kont zet snel een stapje opzij, zelfs met ingeschakeld ESP. Dat klinkt ­enger dan het is, want de Charger rijdt niet zo intimiderend als hij oogt. Het uitbreken laat zich goed voorspellen en is met een kleine stuurbeweging goed op te vangen. Wie aan de goede kant van de gripgrens blijft, komt bovendien nog best de hoek om met dit apparaat. Sinds 2020 wordt de ­Hellcat dan ook standaard geleverd als ‘Widebody’. Die is herkenbaar aan zijn enorme spatbordverbreders en heeft ten ­opzichte van eerdere versies bredere ­banden, maar daarbij ook instelbare elektronische stuurbekrachtiging en schok­dempers van Bilstein.

Sowieso is bijna alles instelbaar, al missen we een fysieke, snel bereikbare knop om de boel in één klap op scherp te zetten. De auto is comfortabel, maar laat ook mooi met zich spelen. De remmen zijn goed op hun taak berekend en wekken vertrouwen, wat gezien de buitenaardse versnelling heel prettig is. Alleen het formaat zit tijdens een lekker potje sturen echt in de weg, want ­Nederlandse wegen zijn gewoon te smal voor dit monster. Nog vaker zijn ze te kort, want met zoveel kracht is het einde meestal snel in zicht. Het gaspedaal ontketent een berg ouderwets geweld dat met geen pen te beschrijven is. De motor zet een enorme keel op, de supercharger jankt het uit en de auto versnelt in een tempo dat de top van ruim boven de 300 zeer geloofwaardig maakt. Spectaculair, maar in Nederland is de Hellcat wel een gekooid beest. Wie zijn rijbewijs liefheeft en anderen niet al te veel in gevaar wil brengen, kan hooguit enkele seconden genieten. In die zin is het niet zo erg dat de auto hier door zijn CO2-uitstoot van rond de 400 gram (!) per km onbetaalbaar is. Wie hem nieuw op kenteken zet, betaalt € 115.000 aan bpm en verdubbelt zo de in Duitsland geldende prijs.

Toch is dat ook jammer, want het lompe, pure geweld van dit bizarre apparaat zal in de toekomst niet meer bestaan. Die ­toekomst komt al snel, want in 2023 trekt Dodge de stekker uit de Hellcat-productie. Het einde van een tijdperk, een tijdperk dat we stiekem toch zullen missen.

Lezersreacties (64) (gesloten)

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kunt u er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.

Reactie verwijderen

Weet je het zeker dat je dit bericht wilt verwijderen?

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens

De discussie is gesloten.
Reageren is niet meer mogelijk.