Dacht je dat je alles wel wist over de Volvo 300-serie? De Volvo 363 CS die het merk op stapel had staan op basis van de 343 was voor ons in elk geval nieuw. Met de V6 van de Volvo 264 (PRV-motor) en 140 pk had het een concurrent voor de BMW 323i met 143 pk zes-in-lijn kunnen worden. Hoe het precies zit met de 363 CS lezen we in het boek dat onze medewerker Maurice Fransen heeft geschreven over de 300-serie die dit jaar 50 jaar geleden op de markt kwam.
Er bestaan zelfs officiële afbeeldingen van de Volvo 363 CS. Geheel in de nomenclatuur die het merk er in die dagen op nahield kun je die aanduiding herleiden tot een model uit de 300-serie, de 6 staat voor 6 cilinders en de laatste 3 voor het aantal portieren. CS stond voor Competition Service. En CS verwijst natuurlijk ook wel een beetje naar het merk BMW. De 363 CS had uiteraard achterwielaandrijving en omdat de 300-serie bij zijn aantreden best wel aan de prijs was, voor hetzelfde geld kocht je immers een bescheiden BMW 3-serie van de generatie E21 had een zescilinder-Volvo 300 een concurrent kunnen worden voor de snelste 3-serie van dat moment: de 323i.
Het inmiddels verkrijgbare boek over de Volvo 300-serie.
In maart 1976 ontstond het plan
De plannen voor de 363 CS lekken in het voorjaar van 1977 uit, toen de snelle 3-serie uit Duitsland net was voorgesteld. We lezen in het boek met de titel ‘Volvo 300-serie, de Daf die een Volvo was’ dat de afdeling Productplanning in maart 1976 de mogelijkheden in kaart brengt om de Volvo 343 uit te rusten met de V6-motor uit de Volvo 264. Of de auto ook daadwerkelijk voor marktintroductie wordt klaargestoomd is niet helemaal duidelijk. Een woordvoerder laat in die dagen weten dat auto’s bedoeld zijn als testauto’s voor de rallysport.
Ontwikkeling uitbesteed
Volvo Car besteedt de ontwikkeling uit aan het Oostenrijkse Denzel AG, en dat bedrijf krijgt in juli 1977 niet alleen de opdracht de zescilinder 363 CS te ontwikkelen, ook een 343 GTS moet er komen. Die krijgt de motor van de 200-serie, de B21E, een 2,1-liter krachtbron die dankzij 123 pk de snelste viercilinder 343 aan een top van 176 km/h moet helpen. Daarmee had de 343 GTS een concurrent van de toen bestaande Volkswagen Golf GTI moeten worden. Er kwam overigens wel een 343 met krachtiger viercilinder, maar die 2-liter GLS had de B19A-motor met een inhoud van twee liter, goed voor 95 pk.
Er kwam nogal wat pas- en meetwerk kijken bij de montage van de krachtiger motoren in de 343 GTS en 363 CS. Zo paste de krachtbron van de 200-serie niet zo maar in de 300-serie. De motor ligt lager en en verder naar voren, wat betekent dat het oliecarter, de accu en het reservewiel een andere plaats krijgen.
De V6 in de Volvo 300-serie.
140 pk in de 363 CS
Dat is nog niets vergeleken bij de installatie van de 2,7-liter PRV-motor. Maurice Fransen schrijft dat de Oostenrijkse ingenieurs de V6 uit de Volvo 264 een zelfde oplossing toepassen als Peugeot bij de 604 met dezelfde krachtbron (Peugeot, Renault, Volvo=PRV). Ze gebruiken het koppelingshuis van die grote Peugeot om de motor passend te krijgen. Overigens staat de 363 CS voor 140 pk ‘in de geheime boeken’ en da’s 15 pk minder dan de PRV in de Volvo 264. De 343 moet ook op andere punten worden aangepast. Zo lezen we dat de wielophanging en demping zijn afgestemd op het hogere motorgewicht. Schijfremmen achter moeten de auto beter kunnen laten vertragen. Er schijnen uiteindelijk twee exemplaren van de 363 CS te zijn gebouwd, waarover in het boek van Fransen nog een leuke anekdote te lezen is van projectleider Frans Christophe. Die haalde met een van die exemplaren een redacteur van het Duitse blad Auto, Motor und Sport in op de autobahn en die reed op dat moment een voor die tijd erg hoge snelheid van 180 km/h. Die hing dus meteen aan de lijn bij Volvo Duitsland wat voor 343 dat dan kon zijn!
