Nu de Europese Unie hard werkt aan regelgeving voor onder meer de auto-industrie die de Europese industrie moet beschermen, doet Toyota een oproep: ga voor 'Made with Europa' in plaats van 'Made in Europa'. Met andere woorden: Toyota pleit voor een ruimere definitie van wat als Europees geproduceerde auto geldt.
Toyota ziet de bui al hangen. Nu de Europese Unie steeds meer protectionistische maatregelen treft om de eigen industrie te beschermen en het hard werkt aan nieuwe regelgeving voor de auto-industrie, doet het een oproep aan de EU en andere beleidsmakers. 'Gemaakt met Europa' zou de voorkeur genieten boven 'Gemaakt in Europa', aldus Toyota dat veel modellen buiten Europa produceert.
Toyota vreest door nieuwe regelgeving negatief geraakt te worden en benadrukt dat Toyota 'geen gast in Europa is'. Het noemt zich zelfs 'een Europese fabrikant' en zegt dat het de Europese industrie het liefst ziet floreren. Het merk zegt dat het de Industrial Accelerator Act - waarmee Europa zijn eigen industrie wil versterken - steunt, maar dat de ambitie ervan moet passen bij de vraag van consumenten en de snelheid waarmee de markt verandert.
Met 'Made with Europe' geeft Toyota aan dat het vindt dat niet alleen auto's die volledig binnen de EU worden gebouwd als Europees moeten gelden. Zo zou de Europese Unie auto's die in 'vertrouwde partnerlanden zoals Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Japan' worden gebouwd, moeten ontzien. Door die landen erbij te betrekken, ontstaat volgens Toyota een markt van ongeveer 31 miljoen auto's, waarmee Europa internationaal beter kan concurreren.
Het merk is van mening dat de eisen aan het Europese aandeel van een auto geleidelijk worden ingevoerd. Na drie jaar zou dat aandeel op 70 procent moeten uitkomen. Daarbij moet niet alleen naar de herkomst van onderdelen worden gekeken, maar ook naar zaken als waar engineering, onderzoek, ontwikkeling en eindassemblage plaatsvinden. Toyota heeft in Europa onder meer fabrieken in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Tsjechië, Polen, Portugal en Turkije.
Flexibelere CO2-doelen
Toyota heeft meer te melden. Zo is het van mening dat de Europese CO2-regels flexibeler moeten. Het merk pleit voor een periode van vijf jaar, van 2028 tot 2032, waarin autobouwers aan de CO₂-doelstellingen kunnen voldoen. Voor 2035 stelt Toyota CO₂-reductie van 90 procent voor. Daarbij zouden auto's met een verbrandingsmotor die enkel op volledig hernieuwbare brandstoffen rijden als uitstootvrije auto's moeten worden aangemerkt. Waterstofauto's zouden voorlopig buiten de Europese productie-eisen moeten vallen.
Toyota stelt voor om de CO₂-uitstoot van lichte bedrijfswagens in 2030 met 35 procent te verminderen en in 2035 met 80 procent. Daarbij zou het volgens Toyota mogelijk moeten zijn de boel over een periode van vijf jaar te middelen.
Ook Britse regels moeten op de schop
Toyota richt niet alleen zijn vizier op Brussel, maar dringt er bij het Verenigd Koninkrijk op aan zijn Zero Emission Vehicle-mandaat beter aan te laten sluiten op de Europese regelgeving. Voor 2030 stelt de fabrikant een maximaal aandeel emissievrije auto's van 50 procent voor en 40 procent voor lichte bedrijfswagens. Ook moeten fabrikanten langer de tijd krijgen om aan de doelstellingen te voldoen.






