Zij een lift, hij een terugreis: Jan vroeg in Marokko stonede hippies om zijn benzine te betalen
Op avontuur met zijn Vauxhall Viva
Na de nodige dollars te hebben verdiend tijdens een stage in de Verenigde Staten, trakteerde Jan Bovenlander zichzelf op een Vauxhall Viva die te koop stond bij de Ford-dealer in Middelburg. Hij mocht mee voor een scherp prijsje, want de Britse tegenhanger van de Opel Kadett sloot niet aan bij de collectie van de merkdealer.
Eind jaren 60 vertrok je als jonge student naar de VS voor een stage. Hoe was dat?
“Mijn faculteit (Elektrotechniek in Delft) had één stageplek bij Bell Telephone Lab in New Jersey beschikbaar, en die plek werd zowaar aan mij gegund. Tijdens mijn stage vond de eerste maanlanding plaats. Ik herinner me nog dat het voltallige personeel van Bell Labs dat op een immens groot scherm volgde. Ik keek mijn ogen uit naar de gemiddelde auto die aanzienlijk groter en protseriger was dan wat ik thuis gewend was. Gas Guzzlers werden deze onzuinige wagens daar genoemd. Het was een tijd dat op dit gebied zo ongeveer alles kon. Het was ook de tijd van tegenstellingen. Een ruime helft van Amerika verzette zich tegen de oorlog in Vietnam.”
Terug in Nederland kocht je met de verdiende dollars een Vauxhall Viva. Hoe kwam die wagen op je pad?
“Die kocht ik in 1969 bij een Ford-dealer in Middelburg, waar ze mij vertelden dat de Vauxhall goedkoper geprijsd was dan de wagens van hun eigen merk, omdat hij niet tussen hun collectie paste. Ik noemde haar ‘Bolide Dorothy’, omdat ik aan de edelmoedigheid van het echtpaar Harris en Dorothy, waar ik verbleef, te danken had dat ik dat aardige centje had overgehouden.”
Nog geen jaar later reisde je ermee naar Marokko. Je was kennelijk nogal behoorlijk reislustig.
“Samen met een studievriend ben ik in het voorjaar van 1970 naar Spanje gereden . In de zomer van dat jaar volgde een uitgebreide tocht: het plan was Zuid Spanje, maar toen we daar waren besloten we de oversteek naar Marokko te wagen. We hadden geen geld genoeg om benzine voor de terugtocht te kopen, maar in ons puberaal optimisme dachten we dat wel op te lossen. Ik had tenslotte de reis- en kredietbrief van de ANWB bij me!”
Jullie hadden nauwelijks geld voor de terugreis. Hoe hebben jullie dat opgelost?
“We kwamen in Marrakech, waar wij twee Amerikaanse hippies ontmoetten die een lift zochten naar Amsterdam. In ruil voor het voorschieten van de helft van de brandstofkosten namen wij ze mee. Bij het passeren van de Marokkaans-Spaanse grens zat ik wel in mijn piepzak, want deze hippies waren verknocht aan Marokkaanse hasj. Ze hadden weliswaar gezworen hun voorraad achter te laten, maar je weet maar nooit.”
Jullie hebben het tot in Frankrijk gered voordat de ellende begon?
“Vier personen en bagage bleek te veel voor Bolide Dorothy. Zo’n honderd kilometer ten zuiden van Bordeaux gaf zij het stomend en rokend op. Een plaatselijke garagehouder uit Liposthey bracht ons naar zijn dorpsgarage. Daar zetten wij ons tentje neer. Het dorpscafé leverde ons de sanitaire diensten. De diagnose was een lekke koppakking. Mijn studievriend, die vloeiend Frans sprak, is naar Bordeaux gelift en heeft daar een nieuwe koppakking opgehaald. De volgende dag gingen we huiswaarts.”
En toen was Roemenië de volgende bestemming.
“In 1971 ging ik met mijn eerste serieuze vriendinnetje die kant op. Wij wilden een avontuurlijke vakantie. Het werd Roemenië. Dat land zuchtte toen onder het bewind van Ceausescu. De sfeer was bedrukt en er was behalve paprika's weinig voedsel te koop. We namen een route door het nauwelijks bevolkte gebied ten noorden van Cluj (Transsylvanië). De plaatselijke bevolking was geen bezoek van toeristen gewend en toen we ergens hadden geparkeerd, liep het hele dorp uit.”
Hoe liep het af met Bolide Dorothy?
“In Schiedam zijn we aangereden door een andere automobilist. De verzekeraar achtte de auto total loss, maar ik kon de schade nog wel redelijk goed camoufleren. Mijn vriendin heeft de auto nog een jaar gebruikt, totdat wij een echt grote auto kochten: een Citroën ID21F Break uit 1966. Die auto heb ik nog altijd in mijn bezit.”
Eigenaar Naam: Jan Bovenlander Bouwjaar: 1948 Woonplaats: De Wilgen Beroep: Gepensioneerd ingenieur Eerste auto: Vauxhall Viva uit 1966 Gekocht voor: 3.000 gulden in 1969 Droomauto: “Mijn Citroën ID21F.” |
Lees ook

Opa kocht Vauxhall Viva omdat hij goedkoper was dan een Ascona, kleinzoon kreeg 'm 11 jaar later

Met deze 7-serie voorganger kwam BMW iets dichter bij Mercedes-Benz

Met de nieuwe Ypsilon mag het dan niet lukken, voorganger Y10 is nu mobiel monumentje

Met de Kadett City had Opel toch een antwoord op het 'hatchbackgeweld'
