Gerard koestert de Ford Model A die zijn overgrootmoeder in 1930 nieuw kocht

Voor de eeuwigheid gebouwd

Ford Model A

Angstig voor de strapatsen die haar beide zoons op hun motoren uithalen, koopt een blijkbaar niet onbemiddelde weduwe in oktober 1930 een gloednieuwe Ford Model A voor ze. Wie weet wat ze gedacht of gezegd zou hebben wanneer ze wist dat 95 jaar later haar achterkleinzoon nog steeds veel plezier aan de antieke Amerikaan beleeft.

Die achterkleinzoon is de 41-jarige Gerard uit de omgeving van Utrecht, wiens liefhebberij zich niet tot het erfstuk beperkt. Zo is boven de voordeur een halve T-Ford geparkeerd en treffen we in de schuur achter het huis nog meer bijzondere Fords: van brandweerwagen via pick-up tot bestelauto. Ook enkele klassieke tweewielers, oude tractoren (Fordson!), veel gereedschap uit lang vervlogen tijden en allerlei wandversieringen in de vorm van historische verkeersborden, kentekenplaten, Ford-attributen en ander moois zijn in deze mancave aanwezig. De ‘jongste’ aanwinst is een Model R uit 1907; de voorloper van de T-Ford die het jaar erop zou verschijnen. “Een week geleden is -ie vanuit de VS aangekomen. Hij is nog in originele staat, voorzien van patina. Zo zie ik ze het liefst”, aldus de eigenaar, die ruim driekwart eeuw jonger is.

a href=

Starten met een startknop

Vergeleken met die R - vier wielen met daarop een open carrosserie met stuur en bank, veel meer is het niet - lijkt zelfs de A nog een jonkie. Immers, het pedaalwerk van de A (met links de koppeling, in het midden de rem en rechts het gaspedaal) verschilt niet van de huidige manier van autorijden, inclusief starten via een startknop (maar dan wel uitgevoerd als voetknop naast het gaspedaal) en de aanwezigheid van vierwielremmen. Toch is het onderwerp van deze Uit de eerste hand ook al bijna een eeuw oud. Daarmee is die veruit de meest ervaren van alle vierwielers die we voor deze rubriek hebben geportretteerd.

Ford Model A

Gekocht bij Ford-dealer Jongerius

Het begon er dus mee dat de overgrootmoeder van Gerard voor haar beide zoons deze charmante auto aanschafte bij de Utrechtse Ford-dealer Jongerius (het bedrijf bestaat al geruime tijd niet meer, maar het pand is in oude luister hersteld, net als de directievilla). Een van die mannen was de grootvader van Gerard, die overigens ook Gerard heette, net als de vader van Gerard die de Ford vervolgens overnam en later het stokje doorgaf aan Gerard nummer drie. “Zelf heb ik vier zoons, maar geen van hen heet Gerard. Die naam is tegenwoordig niet zo hip meer”, lacht onze gastheer. Hoe het ook zij, ogenschijnlijk leken de broers onder de indruk van de vierwieler. Ze deden voorzichtig mee, want tien jaar later - bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog - was de auto nog steeds in hun bezit en bovendien het decennium ongeschonden doorgekomen. Dat lukte tijdens de grote wereldbrand eveneens, maar daar was wel een clandestien verblijf in een Utrechts pakhuis voor nodig. Gerard: “Begin 1945 kreeg de familie een ontheffing om de A weer van stal te halen. Omdat ze een boerderij hadden, mochten ze de auto gebruiken voor de voedselvoorziening in verband met de hongerwinter.” Deze ontheffing en nog veel meer oude brieven en stukken heeft de familie ook bewaard. Zo komt de geschiedenis van de vierwieler helemaal tot leven.

Ford Model A

Deze Model A trad op in televisieseries

Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in een kwitantie uit 1966: voor een vergoeding van 75 gulden werd de auto uitgeleend om in enkele afleveringen van de tv-serie Memorandum van een dokter te figureren - “met Bram van der Vlugt achter het stuur”. In die tijd was de staat van de A overigens al heel wat minder. “Na de oorlog werd de Ford door de hele familie gebruikt, en dan met name bij het draaiende houden van de boerderij. Moest er bijvoorbeeld ergens een kalf worden opgehaald, dan werd de achterbank verwijderd en het kalf op die plek vervoerd. Ook is de auto op het land gebruikt met een hooischudder erachter.” De man die het stuur bediende, was inmiddels Gerards vader. “Op een gegeven moment is een tweede auto aangeschaft, waardoor de A een soort manusje-van-alles werd - dat kon ook, want alle familieleden woonden in dezelfde straat. En ja, begin jaren '60 was de Ford al dertig jaar oud, dus de inruilwaarde was nihil. Waarom zou je 'm dan wegdoen als-ie toch amper plaats inneemt op het boerenerf?”

Ford Model A

Over van opa naar vader Gerard

Zo ging in 1961 de tot XK-16-23 gekentekende A (oorspronkelijk provinciaal kenteken: L-5691) over van opa Gerard naar vader Gerard en zijn broer, waarna eerstgenoemde ‘m vanaf 1963 voor zichzelf had. Hij werd als een van de éérsten lid van de A-Ford Club Nederland, de oudste klassiekervereniging van ons land. “Op een dag deed hij mee aan een technische meeting. Daar kwam aan het licht dat de auto zich in een dermate slechte staat bevond, dat mijn vader er eigenlijk niet eens meer mee terug naar huis mocht rijden.” Hoe, dat vertelt het verhaal niet, maar auto en eigenaar zijn toch behouden thuisgekomen, waarna de A gewoon z’n werk bleef doen - er was immers nog geen apk-plicht. “Pas eind jaren ’70 belandde hij in een hoekje. Maar niet voor lang. Mijn vader zou in 1982 gaan trouwen, dus leek het hem een jaar ervoor een mooie gelegenheid de auto te gaan restaureren om als trouwauto te dienen. Dat lukte inderdaad binnen een jaar. Je moet weten dat van de A in slechts vier jaar tijd bijna vijf miljoen exemplaren zijn gebouwd, dus waren er meer dan voldoende onderdelen en plaatwerk voorhanden. De niet erg ingewikkelde techniek deed de rest: in 1982 was -ie weer helemaal in oude glorie hersteld.”

Ford Model A

Dat Gerards vader grondig en zorgvuldig te werk was gegaan, blijkt wel uit het feit dat het bij deze ene restauratie is gebleven. “Sindsdien is er maar weinig aan gebeurd,” zegt Gerard, die de Amerikaan in 2015 onder zijn hoede kreeg toen zijn vader overleed. Het rijden in de auto vergde geen gewenning voor hem. “Nee, ook al had ik op mijn 16e(!) een Fiat 125, mijn liefde voor antieke Fords zat er al vroeg in. Toen ik 18 was, kocht ik een Ford Model A Pick-up uit 1930 die ik zelf helemaal heb opgebouwd en gerestaureerd. Buiten dat ben ik door mijn vader in het diepe gegooid: ik had nog maar enkele dagen mijn rijbewijs toen ik van hem in de A moest gaan trouwrijden. Doodsangsten heb ik uitgestaan.”

Altijd starten en lopen

Maar ook dat ging goed, zoals eigenlijk alles min of meer naar wens verliep in het leven van de bejaarde vierwieler. Gerard: “Ik vind het uniek dat de Ford alles heeft overleefd - ook de oorlog. En nadat hij als trouwauto voor mijn vader fungeerde, ben ik er zelf ook in getrouwd. Veel rijden we er tegenwoordig niet in: werk en gezin slokken tijd op en bovendien heb ik nog een aantal auto’s die óf ook rijdend zijn óf rijdend gemaakt moeten worden. Maar als we rijden - het is leuk om ‘m op een zomerse dag te pakken om met de jongens een ijsje te halen - dan is het genieten. Het is ook niet zo’n moeilijke auto: dankzij de grote 3.3-motor pakt -ie al bij lage toeren op. Bochten en rotondes kan ik in z’n drie nemen - de hoogste versnelling. Over aanspraak onderweg hebben we nooit te klagen, en die is altijd positief.” Dat merken wij ook tijdens de fotoshoot: fietsers stappen af, maken foto’s en stellen Gerard vragen die hij geduldig beantwoordt. Hij weet er ook alles van, kan lezen en schrijven met de Ford en spaart hem niet - zijn rijstijl is beslist sportief te noemen, ook op smalle wegen. “Het geheim zit ‘m in het motorkapornament. Da’s een politieagent wiens rechterarm een baken is om het midden van de rijbaan te houden.”

 

Ford Model A

De Ford Model A trekt altijd veel bekijks.

Gerard rijdt er 80 mee over de snelweg

Hij vervolgt: “Ik ga er ook gewoon de snelweg mee op. Zijn topsnelheid bedraagt 105 km/h, maar bij 80 vind ik het welletjes. Ritjes met de club, de Elfstedentocht voor vooroorlogse auto’s … dat is het wel. Vóór jullie komst stond hij vier maanden stil, maar het was meteen starten en lopen. Echt betrouwbaar! Pech onderweg hebben we zelden gehad en als er eens iets gebeurt, dan kom je met een hamer en een paar schroevendraaiers een heel eind. De betrouwbaarheid, de grote motor en het goed mee kunnen komen met het verkeer vind ik pluspunten, evenals de omvang van de club met z’n prima onderdelenvoorziening. Minpunten? Tja … Het is natuurlijk wat spartaans rijden en harder werken, want bijvoorbeeld geen stuurbekrachtiging, maar dat heeft ook wel weer z’n charme. Voor mij in ieder geval wel. Oude auto’s vind ik veel leuker dan nieuwe. Eigenlijk is het: hoe ouder, hoe beter”, aldus Gerard, die aangeeft er nog wel 40 tot 50 jaar mee te willen rijden voordat hij het stokje hopelijk kan overdragen aan generatie vijf.

Ford Model A

Ford Model A

Ford Model A (1927-1932)

De eind 1927 geïntroduceerde, door vader Henry en zoon Edsel Ford ontworpen Model A of kortweg A-Ford had grote schoenen te vullen. Immers, het was de opvolger van de legendarische T-Ford die tussen 1908 en 1927 ruim 15 miljoen keer van de lopende band rolde. Dat lukte de A niet, al was -ie met een oplage van dik 4,8 miljoen stuks in nog geen 4,5 jaar eveneens erg succesvol. De A was in een groot aantal carrosserievarianten verkrijgbaar - van de relatief eenvoudige tweedeurs, vijfpersoons Tudor sedan (het onderwerp van deze reportage) via grotere en luxueuzere Phaetons tot coupés en cabrio’s. Ook stationwagons, pick-ups en zelfs vrachtauto’s werden op het A-chassis gebouwd. De toepassing van onder meer vier hydraulische schokdempers, een ‘normaal’ pedaalstelsel, mechanische trommelremmen op alle wielen, een (vanaf 1930) elektrische ruitenwisser en - als eerste productieauto ter wereld - voorruit van veiligheidsglas maakten ‘m een stuk moderner dan zijn inmiddels sterk verouderde voorganger. Wat vertrouwd en beproefd was, mocht blijven - neem de dwarse bladveer.

Als motorisering werd een 3,3-liter viercilinder lijnmotor gebruikt die met een maximum vermogen van 40 pk bij 2.200 tpm ongeveer twee keer zo sterk was als ‘Tin Lizzie’. In landen waar (extra) belasting werd geheven op motorinhoud of vermogen, zoals Finland, Frankrijk en Groot-Brittannië, werd een 2,2-liter van 22 pk aangeboden die tegenwoordig weinig geliefd is en als verkeersobstakel gezien wordt. De afhankelijk van de carrosserievariant 1.027 tot 1.150 kilo zware A met 3.3-machine bereikt 105 km/h en komt juist heel aardig mee met het huidige verkeer, wat mede te danken is aan het relatief hoge koppel bij een laag toerental (174 Nm bij slechts 1.000 tpm), waardoor bijna alles in de derde c.q. hoogste versnelling kan worden gedaan. In tegenstelling tot de T was de A aanvankelijk juist niet in zwart leverbaar (het chassis was wel altijd zwart gespoten), waarbij de open modellen opvallend felle lakkleuren als geel en rood kenden - het waren de hoogtijdagen van de Charleston. Elk jaar werden kleinere en grotere wijzigingen aangebracht. Zo was de achterlichtbehuizing de eerste jaren buisvormig. Latere exemplaren, zoals Gerards A, hebben de bijnaam ‘Theekopjes’. Ook ging vanaf bouwjaar 1930 de wielmaat van 21 naar 19 inch. In maart 1932 stopte de productie. Opvolgers waren de Model B (eveneens een viercilinder) en de Model 18 met V8-motor.

Lezersreacties (3)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.