De 7 coupé-cabriolets die voor een frisse wind zorgden

De wind die weer ging liggen

Peugeot 206 CC
AutoWeek 19 2021
AutoWeek 19 2021

Je leest het in AutoWeek 19 2021

Ze kwamen, wonnen onze harten en verdwenen weer als sneeuw voor de zon. Coupé-cabriolets leken het helemaal te gaan worden, maar zijn twee decennia later op enkele exoten na volledig verdwenen. De zomer staat voor de deur en dat is een mooie aanleiding om nog eens terug te blikken op zeven spraakmakende CC’s.

Een hoog gewicht, veel ruimteverlies, traag, soms storingsgevoelig en vaak netvlies-teisterende compromissen aan esthetische normen en waarden: het waren makken die de coupé-cabriolet uiteindelijk de nek om zouden draaien. De materialen en technieken voor stoffen cabriodaken werden zoveel beter dat de CC amper nog bestaansrecht had en op enkele buitenbeentjes na (Mazda RF, Ferrari’s 488, F8 Spider en Portofino, McLarens 600LT en 720S Spider) is de CC-rage verleden tijd. Natuurlijk zijn we de Renault Mégane CC, Lexus SC 430, Mitsubishi Colt CZC en vele andere niet vergeten, maar dit zijn er zeven die sowieso boven het maaiveld uit staken, zelfs met het dak eraf.

Peugeot 402 Eclipse

Peugeot 402 Eclipse

De CC-hausse van onze tijd mag dan zijn begonnen met de Mercedes-Benz SLK, maar de eerste échte stamt van veel langer geleden. De wereld maakte met de Peugeot Eclipse uit 1934 kennis met het verschijnsel van een hard dak dat in de auto kon worden weggevouwen. Als je dat laatste criterium even loslaat, weet dan dat er een Amsterdamse koetsbouwer was die in 1915 op basis van een Lancia 35 pk-chassis iets bouwde dat hij – trommelgeroffel – Coupé-Cabriolet noemde en waarvan het dak in panelen achterop kwam te liggen. Na de Tweede Wereldoorlog deed Ford het kunstje nog even op de Fairlane Skyliner.

Peugeot 206 CC

Peugeot 206 CC

Ongetwijfeld de CC der CC’s is de Peugeot 206 CC. In 1998 toonde het merk op de beurs van Genève de 206 20♥ met invouwbare harde kap, ongetwijfeld met een verontwaardigde ‘ho even, dat was ons idee’-blik op de SLK. De naam was een woordspeling, want in het Frans Vingt-Coeur wat je net zo uitspreekt als vainqueur, wat weer winnaar betekent. En een winnaar werd de 206 CC, want hij was behalve erg leuk ook nog eens best praktisch en betaalbaar, waardoor dit model de democratisering van de CC betekende. Ook van diens opvolger 207 kwam er een CC, maar toen waren de hoogtijdagen al wel zo’n beetje voorbij en de 208 bleef dan ook dicht.

Nissan Micra CC

Nissan Micra CC

Wellicht de meest geforceerde CC, samen met de Mitsubishi CZC die een tijdje later verscheen. Een coupé-cabriolet bouwen op een auto van dit formaat is met recht een uitdaging en vorm volgde dan niet alleen functie. In de Nissan Micra CC werd vorm door functie vermorzeld. Maar goed, je reed wel open in die zorgeloze zomers van het begin van onze eeuw en anders dan in de Copen kon je in de Micra (en ook de Colt) met een beetje veel inschikken ook nog twee mensjes op de achterbank kwijt.

Mercedes-Benz SLK

Mercedes-Benz SLK

In 1994 gaf Mercedes-Benz op de beurs van Turijn het startschot voor een wederopleving van het CC-dak. De diepblauwe SLK die daar stond was op dat moment nog een concept-car, maar twee jaar later was de productieversie klaar. De SLK was bedoeld om de Z3 van aartsrivaal BMW wat wind uit de zeilen te nemen, maar sprong er vooral uit vanwege zijn bijzondere dak. Opmerkelijk was dat BMW bij de modelwisseling de Z4 net als de SLK van een harde kap voorzag.

Daihatsu Copen

Daihatsu Copen

Misschien wel de sympathiekste CC ooit was de Daihatsu Copen, die bewees dat een Kei-car echt wel leuk kan zijn. En wij kunnen dat weten, want we hadden hem een tijdje in onze duurteststal. Inmiddels is niet alleen de Copen, maar het hele merk lang en breed verdwenen van onze markt, maar vergeten zijn we het leuke bolletje allerminst. Aanvankelijk was hij er alleen rechtsgestuurd, een LHD-versie kwam later. In 2014 kwam er een tweede generatie Copen, maar toen was Daihatsu al uit Europa verdwenen.

Volkswagen Eos

Volkswagen EOS

In Wolfsburg waren ze minder overtuigd dat CC de toekomst was, maar de boot missen wilden ze evenmin. Dus voer Volkswagen lange tijd twee koersen. Eigenlijk moest de Eos het stokje overnemen van de Golf Cabrio en dat deed hij ook een aantal jaren, maar in 2011 kwam de Golf Cabrio terug, met behoud van de Eos, die net wat hoger was gepositioneerd. Voor zijn marktintroductie werd de Eos lange tijd geteisterd door technische problemen rond het dak, maar toegegeven, dat was dan ook een bijzondere constructie. Behalve dat het gewoon op z’n CC’s openging, kon het dakpaneel ook in zijn eentje naar achteren, waardoor de Eos een CC met schuifdak was.

Renault Wind

Renault Wind

Een succes is hij nooit geworden, maar aan de originaliteit heeft dat niet gelegen. Het dak van de op de Twingo gebaseerde Renault Wind klapte 180 graden achteruit de kofferruimte in. Dat vergde een flink achterdek, met als gevolg een behoorlijke kofferruimte. Maar daardoor was de Wind een tweezitter, wat hem bij veel potentiële kopers van de shortlist deed vallen. Bovendien bleven B-stijlen en achterruit staan, waardoor het cabriogevoel wat minder was dan in andere open auto’s. In 2013, drie jaar na zijn aantreden, blies Renault het kaarsje van de Wind alweer uit.