De overheid van de Amerikaanse staat Californië schaft geen auto's van General Motors, Fiat Chrysler en Toyota aan. Dat besluit is genomen omdat die autobouwers zich niet schikken naar de strengere emissienormen in de staat. Ook andere fabrikanten die zich schikken naar het standpunt van president Trump worden niet langer uitgenodigd voor aanbestedingen voor overheidsvoertuigen.
In Californië heeft men momenteel nog het recht in handen om zijn eigen uitstooteisen te hanteren voor personenauto's. Die zijn strenger dan de normen die president Donald Trump wil hanteren. Trump wil daarom Californië in één lijn trekken met zijn beleid, maar dat stuit op flinke weerstand vanuit de overwegend Democratische staat. De grote autofabrikanten General Motors, Fiat Chrysler en Toyota hebben al aangegeven dat ze in de pas willen lopen met Trumps emissie-eisen en tegen het afwijkende, strengere uitstootbeleid van Californië zijn.
Als reactie hierop heeft de staat volgens Reuters besloten om geen overheidsvoertuigen meer van deze fabrikanten te kopen. Nieuwe politieauto's, ambulances, brandweerauto's en dergelijke worden voortaan bij andere fabrikanten aangeschaft. De politie in Californië gebruikt bijvoorbeeld de Dodge Charger (FCA) en de Chevrolet Suburban (GM) op grote schaal. Wanneer die aan vervanging toe zijn, staat voorlopig dus Ford vooraan om één van zijn modellen naar voren te schuiven.
Het zou kunnen dat deze zet van de Californische overheid navolging krijgt, want maar liefst 22 staten hebben al geprotesteerd tegen Trumps besluit om de strengere Californische emissie-eisen in de ban te doen. Veel staten willen strengere normen hanteren uit milieu- en klimaatoverwegingen. Volgens de Californische gouverneur hebben de diverse fabrikanten die in de ban worden gedaan nu 'gekozen om aan de verkeerde kant van de geschiedenis te staan'.
