Acceptatie autogordel duurde lang, vrouwen waren bang voor gekreukte kleding en geplette borsten
Volvo bedacht de driepunter
De grootste levensredder in de geschiedenis van de auto is zonder twijfel de veiligheidsgordel. Dat Volvo de driepuntsgordel heeft uitgevonden, in 1959 om precies te zijn, is bij velen bekend. Maar wist je dat de Zweden het patent vervolgens gratis beschikbaar hebben gesteld aan alle andere autofabrikanten? We duiken in de historie.
De autogordel, die letterlijk het verschil kan maken tussen leven en dood, heeft vele vaders. Wie hem echt heeft uitgevonden, daarover verschillen de meningen. Het nut valt echter niet te betwisten. Volgens schattingen hebben inmiddels ruim een miljoen mensen hun leven aan de gordel te danken.
Het begon volgens internetbronnen allemaal 124 jaar geleden, met een recordauto genaamd Baker Torpedo, die niet was goedgekeurd voor de openbare weg. Naar het schijnt heeft de veiligheidsgordel bij die auto voor het eerst zijn diensten bewezen. Het is dan ook des te tragischer dat bij een recordpoging op Staten Island in New York met die Torpedoeen dodelijk ongeval plaatsvond. De tweezitter reed in op een groep toeschouwers, met alle gevolgen van dien. Twee mensen kwamen om het leven, maar de inzittenden van de Torpedo overleefden het ongeluk, dankzij de autogordel. Een jaar later, op 11 mei 1903, vroeg de Fransman Gustave-Désiré Leveau patent aan voor een vierpuntsveiligheidsgordel, onder het patentnummer 331926. Louis Renault vond in hetzelfde jaar de vijfpuntsgordel uit. Zo, dat ging lekker! Het ‘punten verzamelen’ werd uiteraard niet in dat tempo voortgezet.
Autogordels waren in die dagen nog steeds iets heel bijzonders. In 1948 werden ze voor het eerst gemonteerd op de voorstoelen en de achterbank van een auto, de Tucker Torpedo, maar tot serieproductie kwam het niet. De vrees was dat ze een indruk van onveiligheid zouden kunnen wekken. In 1956 bood Ford als optie gordels voor de achterpassagiers aan. Voor een meerprijs van 9 dollar waren ze onderdeel van het ‘Lifeguard’-pakket.
We hebben het hier over tweepuntsheupgordels, zoals je die ook kent van vliegtuigen. Bij de Tucker 48 hingen de gordels vanaf de B-stijl schuin over de schouders naar beneden richting de cardantunnel. Het risico dat de inzittenden bij een aanrijding onder de gordel door zouden glijden, was volgens toenmalige bronnen extreem groot. Uiteindelijk vond men in Zweden, waar anders, een oplossing voor dit probleem. De eerste veiligheidsingenieur die werd aangesteld door Volvo, Nils Ivar Bohlin, deed intensief onderzoek naar de krachten waaraan het menselijk lichaam wordt blootgesteld bij een verkeersongeval.
Ruimhartig: patent gratis ter beschikking
Na een jaar lang onderzoekswerk vroeg Bohlin op 29 augustus 1958 patent aan op het resultaat van zijn inspanningen: de driepuntsgordel. Een jaar later ging deze baanbrekende gordel deel uitmaken van de standaarduitrusting van de modellen PV544 (‘Katterug’) en P120 (‘Amazon’) – en werd daarmee een van de belangrijkste uitvindingen in de autogeschiedenis. Daarbij toonden de veiligheidsexperts bij Volvo zich bijzonder ruimhartig. De Zweden zagen er bewust vanaf om hun technologie te monopoliseren; in plaats daarvan stelden ze het patent gratis ter beschikking aan alle autofabrikanten. Toch deden gebruikers de gordel in die jaren slechts met tegenzin om, als dat überhaupt al gebeurde.
Toen autofabrikanten in de jaren 60 en 70 voor het eerst modellen standaard gingen voorzien van driepuntsgordels, bleven veel automobilisten sceptisch; soms weigerden ze simpelweg de gordel om te doen. In krantenartikelen en lezersbrieven werden veiligheidsgordels een vorm van betutteling genoemd; veel mensen vonden het een beperking van de persoonlijke vrijheid en zagen het als een lastige verplichting. Tegenstanders voerden aan dat de gordel het moeilijker maakte om na een zwaar ongeluk weg te komen uit een auto en dat hij inwendige verwondingen kon veroorzaken als het lichaam er bij een botsing in bleef hangen. In het Duitse weekblad ‘Die Zeit’ was indertijd bijvoorbeeld te lezen dat de veiligheidsgordel ‘de weg vrijmaakt voor een vorm van overheidsbemoeienis die het recht van het individu om op eigen risico te leven geweld aandoet’. Het effect van de voorziening stond echter buiten kijf.
Lage bereidheid in jaren 70
Toch werd in ons land op 1 juni 1975 een gordelplicht ingevoerd voor de voorinzittenden; die voor de achterpassagiers volgde pas op 1 april 1992. De bereidheid aan de plicht te voldoen was in de jaren 70 als gezegd nog schrikbarend laag. Het merendeel van de Nederlanders beschouwde de gordel als een noodzakelijke en zinvolle veiligheidsvoorziening, weinigen deden hem daadwerkelijk om.
Vanuit hedendaags perspectief kun je je het debat van toen over vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid nauwelijks voorstellen. Vandaag de dag is het immers ondenkbaar dat je zonder op pad gaat. Het is allemaal te danken aan Nils Ivar Bohlin en de wijze waarop men destijds te werk ging bij Volvo, waar veiligheid hoger op de agenda stond dan winst.
Op 29 augustus 1958 vroeg Volvo patent aan voor de driepuntsgordel. Een jaar later ging die bij de Volvo’s 544 en 120 deel uitmaken van de standaarduitrusting.
In het begin waren vrouwen bang dat de gordel hun kleding zou kreuken of hun borsten zou platdrukken.
Bij crashtests van Volvo werd al snel duidelijk dat autogordels levens konden redden.
Lees ook

'Zelf autorijden wordt het nieuwe roken'

Deze auto's delen deuren

Verzwijg je zaken bij afsluiten autoverzekering dan kun je op zwarte lijst komen

Deze (snelle) hatchbacks uit de jaren 80 en 90 worden snel meer waard
