Weblog Bas - Waarom ik Gandini ooit een brief schreef

Lancia Stratos

Het is te laat. Woensdag overleed een van de grootste naoorlogse auto-ontwerpers op 85-jarige leeftijd. Maar wat had ik Marcello Gandini graag gesproken. Dat kun je zo hebben met mensen die je diep bewondert. Je wilt alles van ze weten. Niet om ze hun geheimen te ontfutselen, want in het raadsel van hun kunnen schuilt het wonder, maar om van hun verbeeldingskracht te proeven.

Daarom schreef ik Gandini in 2013 een brief. Via fotograaf Pieter Kamp was ik aan het adres van Gandini’s dochter gekomen, een sympathieke vrouw die vanuit Milaan zijn spaarzame contacten met de buitenwereld onderhield. Ik mailde haar hoe graag ik hem wilde ontmoeten. Ze gaf me weinig hoop, haar vader was terughoudend jegens journalisten, maar misschien kon ik mijn verzoek nader toelichten door wat vragen op papier zetten?

Dat deed ik. De brief heb ik nog. Natuurlijk slijm ik een beetje. De fanboy verloochent zich nooit, waarvoor ik mij in dit geval niet schaam. Ik kan naar waarheid uitleggen dat veel auto’s die ik in mijn jeugd bewonderde zonder te weten wie ze had ontworpen van hem bleken te zijn toen ik me serieus met auto’s en design ging bezighouden. De vuistbijl-achtige concept cars Carabo en Stratos HF Zero, de BMW 5-serie E12, de Lamborghini Miura, Countach en Espada of de grandioze Marzal-concept, de Citroën BX en de Renault SuperCinq, de Fiat X 1/9 en de Lancia Stratos, de schitterende Maserati Quattroporte IV; op de laatste na allemaal jeugdliefdes, allemaal Gandini, allemaal meesterwerken.

Als je beter keek, zag je bovendien steeds meer overeenkomsten tussen die auto’s, terwijl ze stuk voor stuk uniek in hun soort waren. Dat noem ik de Gandini-paradox. Altijd herkenbaar waren de scherpe, dynamische, bijna wreed concrete lijnen, hoe elegant de Miura ook golfde (maar juist op dat ontwerp was hij zelf uitgekeken, zou hij enkele jaren voor zijn dood nog zeggen tegen collega’s die hem wel hadden bereikt). Je vond Gandini’s signatuur terug in de half afgedekte wielkasten van de Quattroporte IV en de BX, in koplampen en achterlichtpartijen die de hoeken van de auto’s altijd articuleerden, nooit verdoezelden. Zijn concept-cars waren onvergelijkbaar radicaal, maar ook in de traditionele formats van sedan of stadsauto leek een Gandini-ontwerp op geen andere auto.

Dat schreef ik de held via zijn dochter, en ik sprak de ijdele hoop uit dat hij me zou kunnen uitleggen hoe hij het had gedaan. Helaas. De maestro had geen zin of was te druk, of allebei. Of dacht: Niet nog een stamelende bewonderaar, ik moet nog voor de lunch een helikopter tekenen. Ik begreep het. Nu ik mijn briefje teruglees, zie ik dat ik alleen maar mijn bewondering wilde uiten. Alsof Mozart het mysterie van zijn kunst had kunnen uitleggen. Gandini zag zichzelf als ingenieur. Hij praatte niet, hij handelde. Geen vage dromen, geen utopische gedachten over hoe het verder moest met de auto. Hij had een voorstelling en ging met de zekerheid van zijn meesterschap aan de slag.

Al zijn droomauto’s zijn fantastisch en begeerlijk. Met de Countach wilde het Bertone-team waar hij destijds deel van uitmaakte iets volkomen nieuws creëren en dat lukte. De honingraatelementen op het dashboard van de Lamborghini Marzal zijn pure barok. In mijn herinnering zijn de stoelen zilverkleurig als de glimbroeken van rocksterren uit die tijd, en dat mocht gezien – het glas reikt in de deuren tot de dorpels.

Gandini wist ook hoe je zwevende objecten aan de aarde moet verankeren. Een auto zweeft natuurlijk niet echt, maar een van de minder tastbare kenmerken van een mislukt ontwerp is dat het geen contact maakt met de weg. De wielen die het fundament horen te zijn hangen er maar zo’n beetje bij. Ergste voorbeeld nu: de MG ZS. Dat is bij Gandini nooit zo. De neuzen van de supercars boren zich met een onverbiddelijke glijvlucht in het asfalt. Vaak zie je, bijvoorbeeld bij de Supercinq, sextant- of passer-achtige contouren achter het profiel, zodat een kleine auto groter wordt dan hij lijkt door de manier waarop hij zich naar beneden toe verbreedt. Daar zit de magie van de ontwerper die beseft dat fraaie lijnen niets zijn zonder het onzichtbare geraamte van een onderliggende balans.

Die zit bij de nog geen 85 centimeter hoge Stratos Zero heel eenvoudig in de anatomische noodzaak. De spectaculaire grafische kracht van de bijlvorm wordt versterkt door zijn praktische functie. Model voor zijn vorm is de zittende coureur; de neus voor zijn benen, de cockpit voor de tors; de koets is letterlijk als een tent zo strak mogelijk over de bestuurder heen gespannen. Ik heb er weleens een schets van gezien, met een gehelmde Stig-achtige haast liggend in de auto, want rechtop zitten was onmogelijk. Dat moest zo zijn, hij moest als sportwagen in spe zo gestroomlijnd mogelijk de lucht doorklieven. De tekening herinnert aan Leonardo da Vinci’s illustraties bij de gulden snede. Je ziet een voorstelling van haast mystiek geworden logica, een voor normale stervelingen onzichtbare proportionele orde. In die denk- en levenssfeer vertoefde Gandini tot zijn laatste snik. Hij heeft geen laffe auto getekend. Of je nu naar de Countach of de eerste BX kijkt, je hart maakt een vreugdesprong. Daarom ben ik deze week een beetje treurig, want ik had hem toch willen ontmoeten, al was het maar om mijn dankbaarheid te betuigen. Hij was een genie.

Lezersreacties (16)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.