Verliefd op de driepitter

Ford 1.0 Ecoboost

De afgelopen maand ben ik regelmatig met driepitters onderweg geweest, te weten: de Seat Mii (999 cc, atmosferisch, 60 pk), de Nissan Micra DIG-S (1.198 cc, mechanische compressor, 98 pk) en de Ford Focus Wagon (995 cc, turbo, 125 pk). Conclusie: de driecilindermotor is zo gek nog niet. Sterker: ik ben er zelf een beetje verliefd op geworden. De door het oneven aantal cilinders veroorzaakte onbalans weten de fabrikanten uitstekend te elimineren. Stationair draaiend zijn alle drie de motoren nauwelijks te horen of te voelen en pas als je stevig gaat accelereren is daar die karakteristieke driecilinderroffel.

Het is ronduit verbazingwekkend hoe stil deze machientjes zijn bij constante toerentallen bij een snelheid van bijvoorbeeld 120 km/h. Met name het lage geluidsniveau in de kleine Seat is indrukwekkend, hoewel ook de motor van de Nissan zich heel erg koest houdt. In de grotere Ford is het eigenlijk vanzelfsprekend dat je weinig van de krachtbron hoort in het interieur. Maar toch, deze motor zal op termijn de 1,6-liter viercilinder vervangen en die kent toch wel zijn kritische toerengebieden, wat zich vertaalt in een hinderlijke brom. Over de prestaties ook al geen klagen. De lichte Mii komt goed vooruit met zijn 60 paardjes en na een uiterst beheerst rit noteerde ik een verbruik van ruim 1 op 23. Top! Met de Micra lukte het om 1 op 20 te rijden en wie met de Focus niet boven de 100 km/h komt, op tijd schakelt en goed anticipeert, komt eveneens aan die waarde.

Ik reed met de Focus een kleine 750 kilometer Autobahn met de cruise op 130 km/h en zag na de tankbeurt dat het verbruik 1 op 15,7 bedroeg. In de Alpen en de Dolomieten stond de 1.0 EcoBoost zijn mannetje, tekort kom je nooit. En dan ook nog 210 km/h aantikken in Duitsland! Zo gek was DKW dus niet in de jaren vijftig, met die driecilinder tweetaktmotor. Die werd aangeprezen als de 3 = 6, omdat het merk claimde dat deze motor de rustige, trillingvrije loop van een zescilinder viertaktmotor wist te evenaren. En het moet gezegd: die oude, walmende en stinkende Duitse pruttelpot loopt verdraaid mooi. In München wordt momenteel naarstig gewerkt aan een nieuwe, 1,5-liter driecilindermotor voor o.a. de 1- en 3-serie.

Mijn aanvankelijke angst en scepsis zijn na de recente ervaringen volledig verdwenen. En als het anderen al lukt om zulke fraaie driepitters te bouwen, dan mogen we van de Bayerische Motoren Werke helemáál een fraai stuk techniek verwachten. Ik kan niet wachten op de eerste kilometers met de 315i!

Lezersreacties (83)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.