Schoonheid
Schoonheid wordt ontzettend overschat. Wat de Porsche-baas die zich voor de Panamera excuseert vergeet, is dat zo'n ding juist niet te mooi moet zijn. Natuurlijk is die vierdeurs 911 een kwelling voor het oog, maar de grove, wrede vorm drukt perfect de strekking van de auto uit. De Panamera is hardboiled gereedschap voor een zware klus, gemene bochten vreten en 300 halen. Hij is eng, en daarom staan de kopers in de rij. Lelijkheid moet!
Dat gevaar gezien mag worden hebben we van de natuur geleerd, waar al wat bijt en moordt je visueel de stuipen op het lijf jaagt. De mooie vierdeurs-Porsche die ze in Zuffenhausen blijkbaar willen maken zou de doodsteek zijn voor het concept. Chrysler begreep het; dat noemde z'n grootste griezel Viper. Niet om aan te pakken zo lelijk. Helemaal goed.
Een tweede genre dat je op de catwalk niet hoort terug te vinden is de topklasser. Zo'n auto moet de monsterlijk gezwollen borstkas in een vierkant directeurspak zijn. De misschien wel mooiste Mercedes S-klasse, de W220, is de minst geslaagde van de reeks omdat hij leed aan de beschaafde elegantie die zijn impact aantastte. Hij was te rank en sierlijk voor zijn genre. Die fout heeft Mercedes-Benz met de opvolgers krachtdadig rechtgezet. Ze zijn weer grof en oversized zoals het hoort, hun woordenschat gaat in één zin: opzij, da komm' ich.
Er was enige tijd terug veel gemor over de concept voor een Bentley-suv. Ik begreep toen ik dat monster zag onmiddellijk wat Bentley op het oog had: pure, maximaal imposante massa, precies wat de klanten willen. Zo moeten ze hem maken, groot en lelijk. Zo'n klomp wordt voor het merk gegarandeerd de wereldhit die de Cayenne, ook al zo'n lekker ding, voor Porsche was. En de reden is dat zijn lelijkheid hem enger, onverbiddelijker en voor de klant met onderscheidingsdrang dus nóg aantrekkelijker maakt. Die paradox, waar de estheet geen vat op krijgt, moet de CEO van Porsche zo spoedig mogelijk tot zich laten doordringen.
Noem mij tot slot één super- of hypercar die mooi is. De Pagani Zonda is een monster, de Bugatti Veyron een soort intimiderende megastofzuiger met de charme van een kerncentrale. Grote Ferrari's, de 599 en de 612? Niet om aan te zien. Heel goed. Ferrari weet hoe je auto's maakt voor mannen die alle perken te buiten willen. Bar en boos, vies, voos en vet moet het zijn. Apropos, ik weet waarom McLarens saai worden gevonden. Ze zijn te soft, te weinig onheilspellend; ze zijn al bijna mooi. Dat hebben Lamborghini en Horacio Pagani met hun dramatische ontwerpen veel beter begrepen. Snelheid moet stinken, vuile handen maken, afstoten en aantrekken op de pijngrens. Schoonheid is voor watjes.

Bas van Putten
Columnist/Schrijver
Bas van Putten is schrijver en columnist voor diverse kranten en tijdschriften. Zijn wortels liggen in de muziek, maar zijn hart gaat al jaren uit naar auto's.
Lees ook

Weblog Joas - Schuif nou eens op naar rechts!

Weblog Frank: Brandstofprijzen verlagen is als in je broek plassen

Weblog Jan: Stop de kitsch

Weblog Marc - Zijn achterlichten echt zinvol bij mist overdag?
