Saai

Citroën CX 2400 Prestige 1976

Schoonheid is nergens zonder lelijkheid. In de jaren zeventig staken de mooie jongens scherp af tegen de grijze muizen. De ster van de CX straalde zo fel omdat de concurrentie functioneel met meerderheid van stemmen goed genoeg vond. Hij werd die eyecatcher dankzij de fletsheid van zijn tegenhangers. Een gekke Citroën was nog die schaarse witte raaf. Het alternatief heette 200-serie of Rekord, de dooie degelijke dienders.

Nu auto's moeten scoren op hun cool-factor doet iedereen speciaal. Merken die esthetische terughoudendheid betrachtten - Volvo, Opel, Peugeot, Nissan, Mercedes-Benz – gaan vol voor de buitenkant. Met een 240 of Primera hoef je als autobouwer niet meer aan te komen. De Rekord van nu heet Insignia. Zie het verschil.

Smaken veranderen. Over de resultaten mag je twisten. Maar ik ben bang dat de designcultuur van deze tijd een bedreiging vormt voor de schoonheidsbeleving. Als teveel auto's mooi zijn, of tenminste erg hun best doen om de aandacht vast te houden met hun uiterlijk, bestaat het risico dat het oog afstompt voor het uitzonderlijke. In die fase zitten we, vrees ik. Iedereen staat zo ontzettend op zijn tenen. Noem mij één auto die normaal zijn saaie zelf is.

Op een parkeerterrein vol oude Audi's bij het Audi Tradition-feestje in Leusden dacht ik: wat zagen die fossielen er gewoontjes uit. Een 100 sedan was een sedan, rechttoe rechtaan, een 100 S coupé bijna hetzelfde, dan met een schuine achterruit. Begrijp dat ik de opgedraafde Ur- en SportQuattro's niet meetel en de tijdloze schoonheid van een 100 C3 niet bij de doordeweekse ervaringen indeel. Waar het om gaat is dat het degelijke Audi-middenveld de brute Quattro's ruimte gaf om visueel boven het maaiveld uit te steken.

Het bijzondere moet bijzonder blijven. In een wereld vol fotomodellen zou geen man meer naar een vrouw omkijken. Daarom heeft die laatste onooglijke mohikaan op de markt, de Dacia Lodgy, zo'n belangrijke functie. Hij ijkt als lelijkerd de hiërarchie die mooie auto's mooier maakt. Mij zou het niet verbazen als designers stiekem iets herkenden in de moegestreden topkoks die hun sterren aan de wilgen hangen. Dat bord moet altijd weer dat kunstwerk zijn, terwijl ze snakken naar een degelijk gebakken tournedos. En daarom pleit ik voor de terugkeer van de grijze muis. Hij zal de schoonheid redden, zoals de tournedos de echte keuken.

Lezersreacties (88)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.