Saab dood

De Saab van Bas van Putten

Maar Saab blijft altijd overeind, grapten wij nog, toen zwager S. dit weekeinde met nota bene een Husqvarna-kettingzaag een overlastboom op mijn erf opruimde. Een dag later weten we dat na de rode god van Noord-Korea ook king Victor, zonnekoning van Trollhättan, zijn hellevaart heeft voltooid. Saab is kapoet.

De technische details van het faillissement laten me koud, de menselijke nasleep doet me huiveren. Ik denk aan die duizenden Saab-gezinnen die het in crisistijd bij Koenigsegg en Volvo kunnen schudden. Maar ik denk ook aan wat nu echt voorgoed verloren is: een merk dat met geen ander merk was te vergelijken. En het grijpt me meer aan dan ik dacht. Goddomme, wat een drama. Zo'n unieke club.

Vorige week werd ik al heel sentimenteel toen ik op een internetveiling een doorleefde rode Saab 96 aantrof, tegen een minimumbedrag van 1.800 euro het snoepje van de week voor de hoogste bieder. Ik herinnerde me hoe Victor Muller dat model ophemelde toen we elkaar vorig jaar in Italië ontmoetten. Zo moest de nieuwe Saab worden. Druppelvorm, geavanceerd, onverwisselbaar. "Alles waar Saab voor stond – zuinig, clever – is waar we net weer naar toe gaan met de industrie. We hebben de tijd verschrikkelijk mee." Ik knikte opgetogen. Ik wilde hem geloven. Veel mensen hebben Victor Muller willen geloven. Blijde boodschap, die speels geraffineerde overtuigingskracht – je viel als een blok. Dat rode Saabje zette ik op mijn facebook-pagina met het dringende verzoek aan mijn vrienden zich over het machientje te ontfermen. Het speet me diep dat ik hem er niet bij kon hebben.

Want ik heb zelf een Saab, nu precies vier maanden. Ik heb uitgelegd waarom ik hem kocht. Het was medelijden, solidariteit. Ik had het plan er na de ondergang van Saab mee naar Zweden te rijden, hem nog één keer terug te brengen naar zijn moederland. Ik zou een Requiem schrijven. Daarna, zeiden we thuis tegen elkaar, doen we hem voor een fooi weer van de hand.

Maar hij sloeg ons in de ban. Hoe langer we hem hebben, des te meer ga ik houden van typische Saab-details die ik vroeger voor excentriciteiten hield en waarvan ik nu de logica per dag beter begrijp: contactslot op de middentunnel, de uitgekookte combi-coupévorm die elegantie paart aan een enorme binnenruimte, de unieke indeling van het dashboard. En bovenal: ik vind het zo'n mooie, sobere, beschaafde auto. Voorzien van alle noodzakelijke luxe, maar zonder overdrijving. Over de gebreken van de 900S halen we als blijde bekeerlingen de schouders op, zo sympathiek vinden we hem. Een auto voor een bepaald soort mensen waarvan ik er misschien altijd al een was, zonder het te weten.

Die markt ging Muller terugpakken, beloofde hij in Brescia. Met anderhalf miljoen Saabs op de weg moest dat lukken. "Als van die anderhalf miljoen een op de tien een nieuwe Saab koopt heb je een geweldige business."

Wat hij naast al het andere misschien vergat was dat de loyale klanten onder die anderhalf miljoen een tweedehands kopen, net zoals de laatste authentieke Volvo-rijders spugen op een nieuwe. De advocaat met gevoel voor het merk koopt een gebruikte 9-5, geen verse. Die is namelijk duur, en met meer competitie dan in de gloriedagen van het merk ooit het geval was ga je dan toch vergelijken. Dat deden de Saab-juristen die ik vorig jaar een rit liet maken in de nieuwe. Hun conclusies waren duidelijk. Leuk. Mooi. Jammer genoeg niet perfect. En die prijs, daar had je ook een foutloze BMW voor.

Maar over een paar jaar ruilen ze hun Aero's van 2005 allemaal in tegen de laatste 9-5 van de geschiedenis. Die is dan zo betaalbaar en zo cult dat ze zijn zwakten door de vingers zien. Zo tragisch kan het leven zijn.

Lezersreacties (36)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.