Wat lijkt de dieselhysterie op het Pietendebat. De escalatieprocessen verlopen parallel. In stadium 1 wordt een probleem gesignaleerd; Piet is racistisch, diesel smerig. Stadium 2: Het publieke debat komt op gang, meer op emotie dan op feiten. In stadium 3 volgen de eisen. Weg met de roetpiet, weg met die stinkdiesels uit onze mooie steden!
Dat loopt finaal uit de hand. Sociale media zijn monsters, hun ophitsende effecten onbedwingbaar. De in het nauw gedreven politiek, die geen kiezers voor het hoofd wil stoten, spreekt zich uit. Rechts relativeert, links capituleert, men vindt elkaar in de verbindende consensus. Volgen maatregelen: milieuzones en roetveegpieten. Daarna de vraag wat er nu eigenlijk gewonnen is. Niet veel. De Pietenstrijd woedt voort, de emotie blijft hardnekkig wringen met de ongewenste feiten.
Neem dit opmerkelijke nieuws van de NDR over dieselzones in Hamburg. Wat blijkt? Op twee meetpunten zijn de emissies van schadelijke stoffen ondanks het dieselverbod niet gedaald maar gestegen, terwijl meetstations in zones zonder dieselverbod een geringere stijging registreerden. Koren op de molen van de petrolheads, verlegenheid bij links. Vliegen afvangen over en weer, verdere polarisatie. Intussen kunnen de Duitsers, en wij dus ook, hun oude diesels bij de dealers bijna gratis ophalen. In het NDR-bericht verder geen woord over de uitstoot van de schepen in de Hamburgse havens. Feiten zijn bijzaak.
Zal ik eens wat zeggen? De energietransitie van verbrandingsmotor naar EV wordt eveneens geregeerd door paniekvoetbal. In de Volkskrant stond afgelopen zaterdag een groot, goed gedocumenteerd stuk over het onderwerp. “Elektrisch rijden heeft negatieve invloed op de Duitse economie”, luidde de kop.
De vlag dekt de lading. De Duitsers, bevend van Teslavrees en getraumatiseerd door hun sjoemeldiesels, gaan elektrisch. De transitie gaat helaas wel massaal werkgelegenheid kosten. De eerste signalen van krimp in de Duitse economie worden al zichtbaar. Ik lees dat de omschakeling naar EV’s in het Duitsland van 2030 zal leiden tot een verlies van 600.000 arbeidsplaatsen. De eerste werknemers vliegen er binnenkort al uit, omdat elektrische auto’s nu eenmaal veel minder arbeidsintensief zijn dan een auto met verbrandingsmotor. De verliezers zitten straks thuis hun kachels op te stoken. Je vraagt je in gemoede af of ze het geld hebben voor zonnepanelen en een warmtepomp.
Wat zal er gebeuren, als in de loop van volgend jaar de orderboeken voor de elektrische VW Neo worden geopend? En als, iets later, VW zijn beloofde EV van 20.000 euro op de markt brengt? Je ziet de doemscenario’s voor je. Het publiek, dat aan de goede kant van de geschiedenis wil blijven staan, bestelt hem massaal. De verkoop van Polo’s, Golfs, Tiguans en T-Rocs stort volledig in, de levertijden lopen op. Als VW de vraag niet aankan, stappen de klanten over op Tesla, Kia, en Hyundai, merken die na jaren zweten hun productie mettertijd wél op orde hebben. De kelderende concernomzet wordt niet voldoende gecompenseerd door de lagere marges op elektrische auto’s, en aanvullend belast door de miljardeninvesteringen in EV-productielijnen en technologie. En wat als de Chinese EV-golf naar Europa komt? Je vraagt je af of VW dan nog een Plan B heeft. Dat het op dit moment een paar van de schoonste diesels ever in het aanbod heeft hoort niemand meer.
Waarom gebeurt dit? Natuurlijk is elektrisch in principe, in principe, goed voor het milieu. Maar er zit iets in van een massapsychose die nu de dieseldiscussie volledig uit het lood trekt. De Duitse fabrikanten hebben zich als lemmingen laten opjagen in een door politiek en mediale waan gestuurde revolutiestemming. Het kan ook goed gaan, heus. Maar de risico’s zijn immens.
Is de consument intussen goed geïnformeerd over de ecologische voetafdruk van EV’s? Kent hij de feiten over batterijenproductie, grondstofwinning en recyclingopties? Nee. En het is de vraag of ze de angel uit de kabeljauwse twisten zouden halen; veel te moeilijk, veel te genuanceerd. De burger ziet door de bomen het bos niet meer, en feiten zijn toch bijzaak. Hij wil maar één ding: voor of tegen kunnen zijn, net als bij Zwarte Piet. En hij kiest vóór, want vooruitgang staat goed. De EV is de roetveegpiet van de industriële revolutie.

