Oliebron of nier

Olieveld
Berichten over waardevastheid van auto's worden op de een of andere manier nooit heel erg belangrijk gevonden. Mannen kwijlen liever over pk's, climate control en achterwielaandrijving dan dat ze hun vriendin voorrekenen hoe weinig hun speelgoed na een aantal jaren nog opbrengt.
De abstractheid van cijfers die in berichten over waardevastheid staan helpt natuurlijk ook niet echt. Er wordt altijd gesproken over procenten, waardoor het voor mensen die niet de moeite nemen om uitgebreid te gaan rekenen onduidelijk blijft hoeveel de keuze voor een bepaald type auto nu echt kost.
Cijfers in een nieuwsbericht over de Duitse occasionmarkt (die wel redelijk vergelijkbaar is met de Nederlandse) drukten mij toch weer met de neus op de feiten. Het gaat niet om een paar tientjes of een paar honderd euro verschil, maar met een beetje pech vele duizenden euro's! Vooral grote sedans van buiten Duitsland zijn bodemloze putten waar het doorrekenen van de afschrijving particulieren spontane hartverzakkingen bezorgt. Wie geen oliebron in zijn tuin heeft en geen nier wil verkopen, kan die auto's maar beter mijden.
Dus de plannen om die superchique Jaguar of die excentrieke Citroën C6 bij de dealer te bestellen, kunnen maar beter worden afgeblazen. In plaats daarvan is het handiger om de zak met zuurverdiende centen in te leveren bij bijvoorbeeld de BMW- of Land Rover-dealer.
Dat is de situatie voor nieuwe auto's, op de tweedehandsmarkt worden de rollen omgedraaid. Een gebruikte MINI (het meest waardevaste merk) is in mijn ogen zo duur dat je beter een nieuwe kunt kopen. Of je koopt zo'n incourante auto, waar de eerste eigenaar al flink voor heeft moeten bloeden. Zullen je vrienden ook blij mee zijn, als ze een keer op de achterbank plaats moeten nemen...

Lezersreacties (16)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.