Net goed

Mini te koop

Op het Goodwood Revival-festival is tussen parkeerterrein en toegangspoort een ondefinieerbaar evenement gaande, iets tussen automarkt en kermis in. Tussen de koek- en zopietenten en de carrousels bieden klassiekerspecialisten hun soms indrukwekkende oldtimers aan. In Goodwood kijk je nauwelijks op van een gele Rolls Royce Silver Ghost die gewoon buiten op het platgetrapte gras voor een klein half miljoen in ponden op een koper staat te wachten. Echt gek is een topstuk van de concurrent; de nederige beige Austin Seven van 1960, een zeldzaam door de tand des tijds gespaarde vroege Mini, met een 'lovely history' volgens het infodocument achter de voorruit. Dat vermeldt ook de prijs. Die geloof je niet. Deze Mini moet 47.500 pond opbrengen.
Waarom? De meterstand van 2600 mijl is een, de kilometerfetisjist zal staan te kwijlen. De staat; beloofd wordt een 'immaculate condition'. En natuurlijk de verzamelaarswaarde; veel zullen er niet meer zijn. Maar wat is de objectieve waarde van de auto? Best een moeilijk verhaal, zolang je nuchter blijft. Een halve eeuw geleden was Issigonis' oer-Mini een briljant concept. Nu laat elke kleine erfgenaam, van Panda tot Picanto, hem voor een fractie van de prijs alle hoeken van de kamer zien.
Ik heb als youngtimerliefhebber soms fors gebloed voor iets speciaals, maar dat had dan wel dubbele nieren of een ster op de kap. De prijs/kwaliteitsverhouding was motiveerbaar. Je kreeg er iets voor terug: uitzonderlijke rijkwaliteiten (M3) of tijdloos comfort (alle Benzen). Maar bijna zestig mille in euro's, voor een rijdend sardineblik! Met alle respect voor de Mini-rijders, het gaat alle perken te buiten. Het is waanzin.
Of handel.
Dit geld betaal je ofwel als geen zee te hoog gaat voor de liefde, dan wel in de koele overtuiging dat de staat en zeldzaamheid de investering wettigen, dus in de hoop te zijner tijd het dubbele te vangen. Ik moet het nog zien. Mijn intuïtie zegt dat deze Seven nog wel even staat. Ik hoop het. En ik zeg: net goed. Want wat haat ik de uitvreterscultuur die de marktwerking van mijn jachtdomein heeft gemaakt.
Maar: hoe relatief is alles.
Later die dag zie en hoor ik op Goodwood een oorverdovende parade van Ferrari's 250 GTO voorbijtrekken. Vijftien in getal, twintig miljoen het stuk. Schande? Had ik het geld, ik zou het schreeuwend van de pijn betalen.

Lezersreacties (15)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.