Ik ben Opeliger dan ik dacht. Ik vergeet altijd dat ik voor mijn donkerblauwe Omega jaren ad interim Kadett reed. Het Parool, mijn eerste werkgever, had als redactie-auto's twee E-Kadetts in de running, waarmee wij konden uitrukken bij brand of voetbalrellen.
Smeriger vuilnisbakken heb ik nooit gezien. Journalisten rookten ook in auto's toen nog allemaal als ketters, aan de poken kleefden frisdrankresten, in de portiervakken lag vergeten junkfood te verschimmelen; stoelen en banken waren bezaaid met colablikken en beleidsrapporten. Maar voor mij waren die rijdende bacteriekolonies onweerstaanbaar. Fijne, kwieke machines vond ik het.
Mijn favoriete dienstschicht was de oudste van de twee, een donkergroene 1.6S. Ik begreep toen niet hoe een auto met 'maar' 90 pk zo snel kon zijn. Nu weet ik dat die groene stinkzwam leeg 875 kilo woog. Daardoor kruiste je ook nog prima 150 met Kadett Twee, een witte 1.4i met 30 paarden minder. Ze bromden ook zo lekker.
Sindsdien noem ik Opels uit die tijd liefkozend Opeltjes in de betekenis van 'levenslustig, sympathiek, pretentieloos vervoer'. Ze hadden écht wat. Die auto's swingden Hollands onopvallend, helemaal de volksaard – ook de mijne.
Vanwaar deze herinneringen uit de oude doos?
Nou, ik reed de afgelopen week de nieuwe Astra en dat is na de Karl de tweede Opel die mijn gevoel bevestigt dat het merk de weg heeft teruggevonden naar het oeridee van onderhoudende bescheidenheid. Dwars door de verplichte glamourlaag van multimedia en wifi-hotspots heen zie en voel ik een lekker autootje dat me aan de Kadetts van toen doet denken. Door de gewichtsreductie is de looiigheid van de vorige generatie Astra's totaal verdwenen en is een driecilinder eenliter met 105 pk - gekoppeld aan, jawel, een vijfbak - genoeg voor een ongedwongen vlotte rit van nu naar toen.
Ik weet dat ik in mijn lof niet alleen sta, maar wil toch even de stelling neerleggen dat de verdienste van de auto naar mijn overtuiging meer dan in zijn objectieve kwaliteiten is gelegen in zijn atmosfeer, zijn Opelachtigheid. De eerste indruk is dat Opel weer een Opeltje heeft neergezet. Wat goed nieuws zou zijn, want van die nestgeur zullen merken het moeten hebben op een markt en in een C-segment waarin haast iedereen op vergelijkbaar hoog niveau de show steelt.
Alleen die eigenheid kan het vreselijke woord 'beleving' weer betekenis geven. Auto's in deze klasse moeten sympathie opwekken en hoe merkwaardig dat ook klinkt, er bestond zoiets als Duitse charme. Oude Volkswagens, Audi's en BMW's hadden het ook, nieuwe op een enkele uitzondering na niet of te weinig. Dat is iets om over na te denken.

