Minderen
Met rode oren lees ik in Autoweek de vergelijkende test tussen de Volvo S60 en de BMW 328i. Allebei viercilinders, allebei bron van dubbele gevoelens. Redacteur Michiel Willebrands heeft lovende woorden voor beide en is net als ik ernstig in mineur over het verdwijnen van de Volvo-vijfcilinder respectievelijk de onovertroffen zes-in-lijn van BMW. De geluidsbeleving is geen schim van wat het was, luidt zijn oordeel. De turbosound-nieuwe-stijl van BMW biedt 'geen enkele sensatie', de Volvo-tweeliter roept heimwee op naar 'die diep roffelende vijfpitter'.
Als ex-850- en M3-rijder onderschrijf ik die bevindingen bij voorbaat blindelings. Ik zie wel dat Michiel objectief bezien geen klagen had. De prestatiecijfers spreken voor zich, die turboblokjes gaan als raketten. Lawaai maken ze ook niet, waarmee een van de belangrijkste motieven voor de aanschaf van een zescilinder wegvalt. Die kocht je voor de sound, maar nog meer voor de rust die oldskool-vierpitters niet in die mate konden bieden.
De gewetensvraag die Michiel opwerpt blijft als een cliffhanger aan je klitten. De Benzen in mijn schuur zijn natuurlijk niet toevallig zescilinders, ik ben ook niet doof. In mijn database van piekervaringen wemelt het niettemin van de viercilinderfeestjes: Alpine Renault A110, Mini Cooper S, Saab 900 Classic turbo, Escort Cosworth, veel oude Alfa's, Porsche 944, Honda Civic R, Subaru Impreza 555, Lotus Elise en zelfs de onvergetelijk rauwe Golf TDI IV met 150 pk - zelf gehad en zelf verkocht, de stomste daad van m'n leven.
Kan ik een koppel viercilinder-youngtimers samenstellen, gezinsauto plus cabrio, dat me even gelukkig zou maken als de S-klasse en de SL? Moeiteloos. Je verdwaalt in de mogelijkheden. Saab 900 Classic turbo en Mazda MX5. Golf IV TDI, alle letters rood, en de Honda S2000. Mercedes 190 2.5-16 en Porsche 968 cabrio. Citroën XM 2.5 TD en Lotus Elise. Of doe eens gek: Renault Vel Satis Turbo Initiale, Jeep Wrangler 2.5i softtop – open is open.
Ik krijg er bijna zin in. Maar echt opgewonden raak ik pas als ik aan mijn droomkoppel denk, mini en megacool: Audi A2 1.6 FSI (rood) plus Daihatsu Copen 1.3 (staalgrijs metallic, rood leer). Licht, compact, kwiek, onderhoudsvriendelijk, speels tegendraads, geweldige stuurauto's en geheide klassiekers. Allebei zijn het auto's die al jaren aan me trekken, en die ik deo volente ooit zal bezitten. Kortom, ik heb meer met viercilinders dan ik dacht. Hoe erg is het dan dat die nieuwe downsize-blokken, behalve zingen en brullen, inmiddels bijna alles net zo goed kunnen als zespitters? Precies: de akoestische domper. Als jullie dat even voor Michiel en mij willen oplossen, Volvo en BMW, wordt de nieuwe tijd net zo'n feest als de oude.

Bas van Putten
Columnist/Schrijver
Bas van Putten is schrijver en columnist voor diverse kranten en tijdschriften. Zijn wortels liggen in de muziek, maar zijn hart gaat al jaren uit naar auto's.
Lees ook

Weblog Joas - Schuif nou eens op naar rechts!

Weblog Frank: Brandstofprijzen verlagen is als in je broek plassen

Weblog Jan: Stop de kitsch

Weblog Marc - Zijn achterlichten echt zinvol bij mist overdag?
