Later als ik groot ben

Ruben
Ik heb het niet zo op mensen die denken te weten wat hun kinderen later moeten worden. Of erger, mensen die vinden dat hun kind hetzelfde moet gaan doen als zij. Ikzelf heb een zoon van acht plus een gloeiende hekel aan voetbal, maar als Ruben op een dag besluit te gaan voetballen, zal ik langs de lijn staan juichen. In de jaren dat Ruben al kan praten, is zo ongeveer de hele kaartenbak van het arbeidsbureau voorbij gekomen op de vraag wat hij later wil worden; dokter, bouwvakker, piloot, ik heb het allemaal aangemoedigd. Nooit of te nimmer heb ik ook maar gesuggereerd dat mijn jochie iets met auto's moet gaan doen, laat staan er over schrijven. Maar nu al wordt mijnheer kieskeurig als ik hem bij zijn moeder kom ophalen. Cabrio's hebben zijn voorkeur en moeten altijd open; waar heeft-ie dat nou van? Voor kleine auto's haalt hij zijn neus op, terwijl de naam BMW slechts omfloerst door ontzag zijn mond verlaat. Ik kan hem geen groter plezier doen dan na een sneeuwbui met een achterwielaandrijver een verlaten parkeerterrein op te zoeken, en zijn commentaren als hij bij me in de auto zit getuigen van een grote, kritische oplettendheid. Moet ik me zorgen gaan maken?
Afgelopen weekend wist ik het zeker, toen Ruben me deelgenoot maakte van zijn grootste zorg: dat taal zijn slechtste vak is op school. Toen ik hem gerust probeerde te stellen door hem er aan te herinneren dat hij in rekenen juist uitblinkt, kwam het grote woord er uit: "Maar als ik slecht ben in taal dan kan ik geen autojournalist worden." En weer kon ik hem geruststellen...

Lezersreacties (23)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.