Ik wil een Mini

Mini Clubman

Zeker: van wat ik aan testwagens zoal meekrijg ben ik vaak genoeg onder de indruk. Wat minder vaak, zeg maar gerust zelden gebeurt is dat je van een auto zo totaal ondersteboven bent dat je er je hele spaarpot op zou stukslaan. Dit weekeinde staat zo'n auto op mijn oprit. Een auto waarvan ik nooit verwacht had dat ik er als een blok voor zou vallen. Geen Ferrari 430. Geen 911. Een Mini Clubman.

Het is niet eens een Cooper S of Works. Ik heb de D. Onder het witte kapje pruttelt een vredig dieseltje met 110 pk. Gaat hard genoeg, maakt niet teveel lawaai, trekt lekker door, verbruikt haast niks (de zuinigheidsfetisjist in mij kreeg 1 op 22,4 op de verbruiksmeter), maar qua stoer stelt het geen donder voor. Daar gaat het in dit geval ook helemaal niet om. Het gaat om iets anders. Verliefdheid. Liefde is iets onverklaarbaars. Ik waag toch een poging.

De Clubman-lijn. Ik geef toe dat ik met de eerste nieuwe Mini niets had. Teveel design, verkeerd publiek, een hebbeding voor Gooise glamourmeiden en de vastgoedjongens van de PC Hooft. Die strepen en vlaggen – doe normaal. Maar dat beetje extra lengte van de Clubman geeft de auto body. Die donkere, doorlopende raampartij is precies het juiste midden tussen space en retro. Deze is het popperige ver voorbij. Deze heeft spierballen.

Kleurencombinaties. Erg belangrijk. Rood is ook goed. Maar neem hem in dat fraai gebroken wit, met zwarte C-stijlen en dito spiegelkappen. En 17 inch lichtmetaal, dan staat hij net iets minder ieltjes op de benen. Onmisbaar bling-extra is xenon, waarmee de bolle ogen van de blitstor 's avonds als briljanten oplichten in de ivoorkleurige koets. 't Is net of je naar een oude tekenfilm zit te kijken. Het strip-gehalte van de auto is betoverend.

De klapdeurtjes achter. De charme van gedeelde achterruitjes is één ding. Maar moet je opletten. Open de deur: zie dat de achterlichten blijven waar ze zitten. Mini heeft ze in venstertjes geplaatst. Onbetaalbaar.

Snelheidsmeter. Veruit de grootste die nu te koop is. Bij nacht lichten cijfers en streepjes oranje op. Half hoerenkit, half koekoeksklok. Voor het eerst sinds twintig jaar het woord 'gezellig' uit mijn strot gekregen.

Detailwerking. De knopjes, poezelig verchroomde hefboompjes: net een Japanse versterker uit de tachtiger jaren. De ronde ventilatieroosters. Het horlogevormige display van de automatische airco. De in de koekoeksklok geïntegreerde knoppen voor de radiobediening zijn een kunstwerk op zichzelf. Heel mooi: het verklikkerlicht voor het alarm, verzonken in een sleuf bovenop de toerenteller recht voor je: alsof een kier in het meterhuis is volgelopen met rood licht. Zinloos maar heerlijk.

En wat ik haast vergeet: het rijden. Super. Vandaar dat ik vandaag even mijn licht heb opgestoken op het net. Op de Mini-site heb ik een Clubman Cooper S geconfigureerd zoals ik hem graag voor mijn deur zou hebben. Dat is dan bijna 45 mille, nog eens vijf meer dan het D'tje op de oprit. Inclusief afleveringskosten, dat dan weer wel. Heb ik ook een simpele A6, een Volvo S80 of Jeep Cherokee voor. Maar dan kan ik fluiten naar het speciale gevoel dat als een zomerbries in me opsteekt als ik nu vanuit mijn keukenraam naar buiten kijk.

'Zou je toch homo zijn?', vraagt E. bezorgd. 'Als deze het niet schopt tot gay car of the year eet ik mijn schoenen op.'

Het zij zo. Ze vindt hem trouwens net zo leuk als ik, de helleveeg. Zijn we dus mooi het eerste homohuwelijk tussen man en vrouw.

Lezersreacties (29)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.