En dan is het opeens over en uit voor Daihatsu in Europa. Stagiair Lars Krijgsman en freelance webredacteur Jan Lemkes zijn er als liefhebbers van het kleine Japanse merk al weken vol van. Ik zie allemaal beelden van Daihatsu's van weleer over hun beeldschermen voorbij schieten. Vol weemoed hoor ik ze praten over machientjes van weleer!
Het merk heeft volgens mij best veel fans, ook al zag je dat de laatste jaren niet terug in de verkoopcijfers. Ik snap die sympathie wel. Vaak waren het geinige karretjes, vol karakter. Ik herinner me nog een test met de gefacelifte eerste Sirion. De importeur had 'm aardig opgeschmukt, en door het geringe gewicht wist de 1.3 zestienklepper wel raad met het Sirionnetje. Ik vermaakte me kostelijk met het 102 pk sterke hatchbackje.
Het kabaalmachientje staat me nog helderder voor de geest dan de YRV Turbo. Dat was ook een snel ding, maar de automaat bedierf de pret. Een ding hadden ze allebei gemeen. Ze konden hun vermogen niet zo goed kwijt.
Dat gold dan weer wel voor de Cuore van eind jaren negentig, je weet wel, waarvan je ook die Marathon-uitvoering had. 55 pk en een boel beleving! 120 km/h rijden voelde aan als 180. Helaas heb ik nooit de Charade GTti gereden, dus de Cuore 1998-2003 met zijn brullende driepitter bestempel ik bij deze dan maar tot mijn leukste Daihatsu-experience ooit. Toch maar een keer mijn schoonzus lief aankijken want die heeft er nog een in bezit.

