Het objectieve oordeel
Hoe beoordeel je auto's? Op kwaliteit? De eerste indruk zegt wel iets, maar pas na drie rondjes om de aardbol blijkt hoe foolproof techniek en materialen zijn. Op rij-eigenschappen? Ze wegen zwaar bij een GTI, voor een familiewagen zijn ze minder relevant. Op emotie? Hoe persoonlijk. Maar met de dooddoener dat het allemaal subjectief is, kom je ook niks verder.
De voor mij meest zinvolle beoordelingsmethode is toetsing van de auto aan zijn eigen uitgangspunten. De hamvraag is met welk doel hij is gemaakt en hoe effectief de formule is uitgewerkt. Ik bagatelliseer veiligheid, kwaliteitsniveau, comfort en rijgedrag niet, maar ik houd ze graag binnen het raamwerk van hoofd- en bijzaken. Doorslaggevend beoordelingscriterium voor een MPV is ruimte, tenzij hij op overige eigenschappen ernstig onder de maat blijft - maar dus niet als hij in de bocht meer op één oor hangt dan een Astra OPC. Met dezelfde kanttekening is de beste sportwagen de snelste - dat was namelijk de bedoeling. De eindscore wordt in die lijn van denken de optelsom van beoogde eigenschappen na aftrek van zwaarwegende tekorten. Daarmee krijgt het kwaliteitsbegrip een andere invulling. Op basis van recente ervaringen geef ik twee voorbeelden.
Eerst de Mini Paceman Cooper S. Uitstekend in elkaar gezet, oogstrelend, op papier snel – in 7,8 seconden naar de honderd is niet langzaam. Helaas is hij niet functioneel beoordeelbaar. Mini's hebben geen functie, behalve leuk zijn. Ok, dan ligt de meetlat daar en wordt de vraag: hoe wil de Paceman leuk zijn? Als fun car waarbij alle praktische functies ondergeschikt zijn aan good looks en rijplezier. Maar op dat punt scoort hij onvoldoende met de turbomotor die de gewone Mini Cooper S tot dat wonder op wielen maakt. Hij is te zwaar. Gevoelsmatig staan alle seinen voor het ding op groen, maar het verstand trapt op de rem omdat juist de emotie op één kardinaal aspect niet wordt bevredigd. Hij is niet genoeg wat hij zijn wil.
Bij de Dacia Lodgy is het omgekeerd. Niet moeders mooiste, maar functioneel beschouwd een aanbod dat je niet mag weigeren. In tegenstelling tot de Mini is de Roemeense Quasimodo wel wat hij op zijn voorwaarden belooft; een zee van ruimte voor een grijpstuiver. Niet klagen dat hij minder stuurt dan een Mégane RS; hij gaat prima de bocht om. De minpunten – looks, afwerkingsniveau – zijn de in dit geval acceptabele concessie die je slikt voor een qua prijs/kwaliteit uniek concept. Ze doen geen afbreuk aan de kracht van zijn grondidee. En in zijn prijsklasse zijn er geen concurrenten. Punt gemaakt.
De conclusie is dat de Lodgy een steekhoudender concept is dan de Paceman, terwijl een starre toepassing van kwalitatiefsmaatstaven tot heel andere conclusies had geleid, voor zover we daar nu een oordeel over kunnen vellen. Hoe kan ik nou liever een Dacia hebben dan een Mini? Het kan ook niet. Maar het kan toch. Kwestie van prioriteiten.

Bas van Putten
Columnist/Schrijver
Bas van Putten is schrijver en columnist voor diverse kranten en tijdschriften. Zijn wortels liggen in de muziek, maar zijn hart gaat al jaren uit naar auto's.
Lees ook

Weblog Joas - Schuif nou eens op naar rechts!

Weblog Frank: Brandstofprijzen verlagen is als in je broek plassen

Weblog Jan: Stop de kitsch

Weblog Marc - Zijn achterlichten echt zinvol bij mist overdag?
