Een traantje om Daihatsu

Daihatsu Charade
Eigenlijk kon je het al wel een tijdje zien aankomen, maar sinds 13 januari is het officieel: Daihatsu trekt zich terug uit Europa en dus ook uit Nederland. En ja, ik heb het op deze plek al eens eerder bekend: ik heb wel iets met dat merk. Of eigenlijk: had. De Copen daargelaten, konden de Daihatsu's van de laatste jaren me niet bekoren, al vond ik het wel van moed getuigen dat de Japanners een auto als de Materia op de markt durfden te brengen.
Mijn liefde voor het merk werd uit berekening geboren. Je studeert en wilt toch graag autorijden, tja dat mag natuurlijk niet te veel kosten, zeker wanneer je bedenkt dat je vroeger als beursstudent maar nauwelijks iets mocht bijverdienen. Kortom, áls je dan een auto wilde hebben, moest die goedkoop in aanschaf, voordelig in de wegenbelasting én zuinig met benzine zijn. In die tijd - ik heb het over halverwege de jaren '80 – had je dan niet zo veel keus. Met de Suzuki Alto, Fiat Panda en Daihatsu Cuore had je het wel gehad. Uiteindelijk werd het min of meer bij toeval een driedeurs Cuore uit 1984. Al wel voorzien van schijfremmen voor en 12-inchwielen in plaats van 10-inchers, maar ook nog met een 600 cc tweepitter. Een armzalige 30 pk bracht dat ding op de been en hij was dus niet vooruit te branden. Heel lang hebben we 'm niet gehad, maar vooral tijdens een kampeervakantie in Noorwegen hebben we het oerzuinige en verbazingwekkend ruime Japannertje erg leren waarderen. Ondanks de van angstzweet vervulde momenten op de Duitse autobahn.
Als vanzelf ga je het merk dan een beetje volgen, en zie je dat het ook 1,0-liter driepittertjes met turbo maakte en - dat was helemaal bijzonder - 1,0-literdiesels met en zonder turbo. Klap op de vuurpijl was in 1987 natuurlijk de Charade GTti, die dankzij turbo, intercooler, brandstofinjectie en multikleppentechniek 102 pk per liter genereerde. Kortom, een bijzonder merk, met ongebruikelijke en innovatieve technieken. Maar tevens een fabrikant die - als onderdeel van het Toyota-concern - jarenlang de motoren voor compacte Toyota's ontwikkelde. Wedden dat de dappere driepitter onder de kap van de Aygo (en dus ook de Peugeot 107 en Citroën C1) oorspronkelijk ook uit de Daihatsu-koker komt?
Waar het precies is misgegaan? Wat mij betreft met de Charade die in 1993 werd geïntroduceerd en met vreselijke modellen als de Move en Gran Move. Het merk raakte het contact met jonge klanten kwijt en Daihatsu's kregen het imago van bejaardenbak. Daar kon ook de knotsgekke YRV Turbo met drukknopautomaat niets meer aan doen. En dat terwijl het zo mooi had kunnen zijn, zeker in deze tijd. De Aygo had gewoon een Cuore kunnen zijn. Sterker nog, als Daihatsu van moeder Toyota z'n wortels trouw had mogen blijven en productiefaciliteiten in Europa of lagelonenlanden als India had mogen bouwen, stond er nu gewoon een moderne, belastingvrije variant op de Charade Turbodiesel vlak achter de Volkswagen Polo Bluemotion in de verkoopstatistieken. Het heeft niet zo mogen zijn. Treurig, ook voor al die kleine, maar vaak prima presterende dealers, sla onze Tevredenheids Trofee er maar op na. En voor mij persoonlijk het ergste nieuws: als die reïncarnatie van de Charade GTti er ooit komt, zal die ons wel nooit bereiken. Daihatsu, vaarwel ...

Lezersreacties (68)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.