Een lege A28, ergens tussen Zwolle en Harderwijk. Donker, kaarsrecht en kurkdroog. Het is de nacht van zaterdag op zondag en dus ook nog eens hartstikke leeg. Bijna niemand rijdt harder dan 120, zelfs niet op dit nachtelijke tijdstip. Koos Spee ligt vast in dromenland, sterker nog, het vreselijke gevoel bekruipt me dat ik me in zijn droom bevindt. Een nachtmerrie dus...
Is het angst voor een verdekt opgestelde VW Transporter van bureau Verkeershandhaving? Is het angst voor hoge snelheden? Is het angst voor een draaikolk in de tank? Stel je vertrekt rond een uur of twaalf na een gezellig dagje bij familie of vrienden en moet nog zo'n 150 kilometer rijden naar een plek elders in het land. Dan trap je toch het gaspedaal wat dieper in. Je hoeft echt niet te gaan jakkeren met 30 km/h of meer boven de toegestane snelheid, maar met de teller keurig op 130, 135, dan zit je misschien qua echte kilometers iets boven de 120, voor het gevoel schiet 't net wat sneller op. Blijkbaar zit de angst voor Big Brother en hel en verdoemenis predikende verkeersofficiers er zo ontzettend in geramd dat 120 als een soort uiterste limiet wordt aangehouden.
Of zou het iets te maken hebben met het gedrag van de weekendrijder? Want als ik op een doordeweekse dag 's ochtends met 130 op de teller over de A4 richting redactie rijdt, komen ze me voorbij stuiven alsof ik stilsta. En die 'ze' zijn echt niet de vredig voort tuffende automobilisten die ik zag op de betreffende zaterdagnacht. Nee, de weekendrijder heeft blijkbaar de tijd, als -ie al achter het stuur kruipt houdt -ie altijd en overal rekening met de snelheid en let sterk op het verbruik. De keurig afgerichte automobilist.

