Ik zag het licht achter het stuur van de Kia Niro EV. Ik gaf gas, ik bedoel stroom – en hij ging als de brandweer, net als alle andere EV’s. Ik reed op de snelweg en o, wat was hij stil – net als alle andere EV’s. Ik bestudeerde de afwerking – perfect en trillingvrij, net als…. juist. Wegligging? Prima, scheuren ga je toch niet met een hoogzitter van 1800 kilo. Geweldig comfortabel ook. Een S-klasse voor middenklassegeld, net als….
De EV is volmaakt, besloot ik, de sluipmoord op de evolutie. De auto is af. Ik zie niet in hoe het nog veel beter zou kunnen worden. Hoe moest ik die verdomde Kia testen? Er viel niks te testen. Tien met een griffel.
Wat moet je kopen als je nu elektrisch wilt gaan rijden? Dat maakt dus steeds minder of niets uit. Ik zeg maar: laat je smaak, je spaarsaldo en niet te vergeten de extreme wachttijden beslissen. Een check van de snellaadopties loont, maar het snel uitbreidende laadnetwerk biedt altijd genoeg dekking en een sof koop je nooit. Je zou de Kona Electric mooier kunnen vinden dan de Kia - de techniek is hetzelfde. Je zou al naar gelang je budget op de Tesla Model 3 of VW Neo kunnen wachten; de een gaat in 4,8 seconden naar de honderd en de ander in acht, maar snel zijn ze allebei. Tien tegen een dat je straks tussen kantoor en huis voor je gevoel in ongeveer dezelfde auto zit. De NEO-aandrijflijn vind je straks terug in elke elektrische Skoda, Audi en Seat, er zijn van die zekerheden. EV’s worden vergaand uitwisselbaar. De eenheidsworst die VW en PSA nu al verkopen is kinderspel bij de gelijkschakeling van de nabije toekomst. Nu hebben al die crossovers met hun bakken- en motorenaanbod tenminste nog iets van een eigen karakter.
Hoe moeten merken dan concurreren, behalve op uiterlijk? De industrie heeft alle reden om het antwoord op die vraag te vrezen. Merktypische eigenschappen zullen geleidelijk verdwijnen. Hooguit zullen BMW’s net iets sportiever blijven sturen, zoals een i3 qua handling nu al Niro’s en Kona’s in zijn zak steekt. En van de Jaguar i-Pace zal na een testrit niemand met goed fatsoen kunnen beweren dat het geen sportieve auto is. Maar als de Koreanen het willen, bouwen ze met het grootste gemak elektro-suvs van dat kaliber. Tweede vraag is of het consumenten veel zal uitmaken. Ze willen actieradius en rust. Het grootste deel van de Niro’s wordt opvallend genoeg besteld met de dure 64 kWh-accu; het publiek slaat de short range-fase gewoon over. Gemak dient de mens. Na een jaar wachten stapt hij in en dan begint het einde van de geschiedenis. Bijna alle auto’s van de toekomst zullen Niro-achtigen zijn. Wie ze levert wordt steeds onbelangrijker.
Dat is precies waar wijlen Sergio Marchionne bang voor was. Hij had om twee redenen de pest aan EV’s: je kon er behalve in het absolute topsegment niet aan verdienen, en hij leverde de fabrikanten uit aan hun toeleveranciers. Verbrandingsmotoren, meende hij, zijn ongeveer het enige wat we als industrie nog zelf maken. Zijn we die kwijt, dan verliezen we ons laatste stukje eigen inbreng.
Hij heeft nu al gelijk gekregen. EV’s zijn feilloze maar anonieme apparaten met een logo dat niets meer betekent. Een Alfa met elektromotor zou als tang op Dirk slaan. Gelukkig heeft de briljante maar rechtlijnige Marchionne zijn concern die boot laten missen. Die Alfa komt er nooit. Wees er maar dankbaar voor. De kater zou te groot zijn.

