De Ockels-discussie
Het is altijd weer een feestje om naar uit te kijken: onze jaarlijkse Auto Innovatie Awards. Maar nog prettiger is het gala waarbij we de prijzen uitreiken: dit jaar vond het plaats in Amersfoort zoals jullie in het filmpje van Frank hebben kunnen zien, een verrassend mooie locatie! Ook de sprekers dit jaar waren van formaat. Oud-hoofdredacteur Tonie Broekhuijsen vertelde een boeiend verhaal over de toekomst in medialand en columnist Bas van Putten oreerde op zijn eigen unieke, onnavolgbare wijze over de meest onzinnige auto-innovaties van de afgelopen jaren. Maar de man bij wie ik toch het meest aan de lippen heb gehangen was ongetwijfeld Wubbo Ockels. Al leverde zijn verhaal meteen een probleem bij mij op.
De professor en oud-astronaut stak een bevlogen verhaal af over de prachtige plek die onze planeet is. Uniek in zijn soort, en natuurlijk volgde er een betoog over hoezeer we moeten oppassen hoe wij met z'n allen met Moeder Aarde omgaan. Een oprecht en eerlijk verhaal over zonnepanelen, duurzame energie en de kansen die daar voor de mensheid nog liggen. Ik moet bekennen dat ik best onder de indruk was van Ockels' verhaal, en van het dromerige realisme waarmee hij zijn boodschap aan het luisterpubliek wist over te brengen. En toch verschillen de professor en ik op een essentieel punt van mening.
Wubbo Ockels gelooft namelijk heilig in elektrische mobiliteit, zeker wanneer de aandrijfkracht voortkomt uit zonnecellen. Ik zie daar ook wel kansen, dat is het probleem niet, maar zo lyrisch als Ockels ben ik zeker niet. Ockels is natuurlijk al jaren verbonden aan de teams die de Solar Challenge rijden met auto's op zonnecellen en ziet daar ieder jaar de vooruitgang; telkens worden de collectoren efficiënter, steeds gaat de auto harder en blijkt-ie betrouwbaarder. Hij zit dicht bij het vuur. Maar toen hoorde ik Ockels, de held die ik vroeger al eens als bewonderend jochie van zeven jaar oud om een handtekening had gevraagd, vol overtuiging zeggen dat wij elektrisch (en dus geluidloos) rijden ooit meer zullen waarderen dan het inpalmende gebrul van een Ferrari-V8.
Een gewaagde uitspraak in een ruimte vol petrol heads, dat sowieso, maar ik merkte dat mijn autohart vlak na die zin in opspraak kwam. Dat kán toch niet! Ik snap best dat we het uiteindelijk niet zullen moeten hebben van slurpende verbrandingsmotoren, maar ik moet gewoon niet denken aan een toekomst vol geluidloos voorbij zoevende machines. Het geluid van een Ferrari-V8 raakt me in het hart, een roffelende boxer tovert zelfs in de meest kleurloze Impreza een lach op m'n gezicht, de brul van de vijfcilinder in onze V70 Classic communiceert rechtstreeks met mijn genotshormonen. Een goed uitlaat- of motorgeluid maakt autorijden specialer, zo simpel is het.
Volgens Wubbo Ockels blijf ik met mijn opvattingen hangen in het 'oude denken'. Ik moet met de tijd mee... Het zou een kwestie van tijd zijn voordat ook mensen zoals ik vallen voor de charmes van zoevende mobiliteit. Dat kán toch niet?
Lees ook

Weblog Joas - Schuif nou eens op naar rechts!

Weblog Frank: Brandstofprijzen verlagen is als in je broek plassen

Weblog Jan: Stop de kitsch

Weblog Marc - Zijn achterlichten echt zinvol bij mist overdag?
