Over asociaal verkeersgedrag had ik het in deze kolommen vaker. Maar dat was voordat ik op televisie door de mand viel als verkeerspiraat.
Het gebeurt op een zomerse dag in de buurt van Lelystad. We maken opnamen met PK. Op de rol staat een fantastisch plan; een race met een Jaguar XK8 Cabrio tegen de aluminium Silvestris-speedboot van het voormalige Spyker-meesterbrein Maarten de Bruijn. Rob bestuurt de Silvestris, ik pak de Jaguar. We gaan in drie etappes: Muiden - Lelystad, Lelystad - Hoorn, Hoorn - Durgerdam.
Tijdens de eerste etappe rijd ik up-tempo over de dijk naar Lelystad. Dat traject hebben we gekozen omdat we daar met de camerahelikopter beide racemonsters vanuit de lucht kunnen filmen, op voorwaarde natuurlijk dat Rob en ik een beetje gelijk op gaan. Alles loopt volgens plan. Precies op tijd liggen Rob en ik zij aan zij; hij op het IJsselmeer, ik op het asfalt. Kicken! Vooral omdat PK-regisseur Merlijn de beelden van die schitterende boot en die even prachtige auto zo geraffineerd monteert dat het op tv net een James Bond-film lijkt.
Helaas ziet cameraman Mladen vanuit de volgwagen door zijn lens ook iets heel anders dan opspattend water en een vette Jag.
Hij ziet mij inhalen.
Natuurlijk moet ik inhalen. We filmen een race, en een race moet snel ogen. Met de XK8 is dat geen probleem. Vol op het gaspedaal en je bent de hele wereld te snel af.
De vraag is natuurlijk of tegenliggers dat ook begrijpen.
Als ik richting Lelystad volgas naar de linkerbaan schiet is die tegenligger relatief dichtbij, maar niet gevaarlijk dichtbij. Ik weet wat de Jag kan en dat ik ruim op tijd weer aan de goede kant van de streep zit. Actie, nu! Maar als ik de beelden op televisie terugzie voel ik spijt. Het ziet er tien keer enger uit dan het in werkelijkheid was. Ik vrees dat ik iemand aan het schrikken heb gemaakt.
Vandaar dat ik had besloten nooit meer een onvertogen woord te zeggen over wegmisbruikers.
Maar afgelopen week was ik in Italië en daar vielen me de schellen van de ogen. Die lui rijden echt als gekken, allemaal. Vlak voor een bocht op een smal bergweggetje zonder vangrail nog even drie veertigtons vrachtwagens voorbijschieten. Toeteren. Bumperkleven. Snijden. Waar je in dat land ook komt, overal zie je doorsnee weggebruikers - mannen en vrouwen - onvoorstelbare risico's nemen, of ze nou Fiat Punto of Ferrari rijden. En iedereen lijkt het doodnormaal te vinden.
Het is een schrale troost, maar goed: daar ben ik heilig bij.

