Rij-impressie Mini Coupe JCW

Mini Coupé
Een gewone Mini is al hartstikke strak, hoe sportief is dan de Coupé? We pakken de allerdikste uitvoering, de John Cooper Works met 211 pk.

Ken je de good old Veronica-slogan 'jong, snel en wild' nog? Die zou het nog altijd goed doen bij Mini, de natte droom van menig marketing- en reclamebureau. Want: hip, trendy en succesvol. Maar als buitenstaander vraag je je bij sommige modellen tóch af welke doelgroep de ontwerpers en productontwikkelaars voor ogen hadden toen ze hun ideeën voorlegeden aan de directie. De Mini Coupe is er wat ons betreft zo eentje. Ga maar na: hij is duurder en onpraktischer dan de hatchback maar je krijgt er weinig méér voor terug. Zelfde motoren, zelfde interieur, zelfde uitrusting. Sterker, je krijgt er mínder voor terug: minder interieurruimte, geen achterbank. Wat heeft de coupe dan wel wat de hatchback ontbeert? Onder de streep blijft er dan één onderdeel over: het uiterlijk. Dat wijkt vanaf de A-stijl onherroepelijk af van de hatchback. De vooruit ligt schuiner, het dak is helemaal anders gevormd en is bijna drie centimeter omlaag gekomen en het korte kontje herbergt een spoiler – goed voor 40 kg extra neerwaartse druk op topsnelheid - die boven de 80 km/h omhoog komt en onder 60 km/h weer inklapt. Binnenin vertaalt dit alles zich in een krappere leefomgeving voor de passagiers, die tegen een dashboard aankijken dat een op een is overgenomen van de hatchback. Achter de stoelen geen achterbank(je) maar een soort schot met een (afsluitbare) opening erin waardoor je zo de bagageruimte in loert. Die bagageruimte is voor Mini-begrippen best groot: 290 liter en dat is zelfs meer dan je in een Clubman kwijt kunt - wanneer de achterbank daarvan is bezet, uiteraard. Daarmee is deze Coupe dus een echt tweepersoons-wagentje; minder praktisch dan bijvoorbeeld de Peugeot RCZ, die nog wel iets van een achterbankje heeft, plus een grotere bagageruimte. Die RCZ is eigenlijk de enige serieuze concurrent voor de Mini Coupe; qua prijsstelling en motorenaanbod zitten ze zo'n beetje op dezelfde lijn.

Geen lekkere match

De basis van de Coupe is de Mini Cabrio, vanwege z'n U-vormige verstevigingen in de bodem en de dorpels, om de stijfheid van de koets te garanderen. Bij de Coupé dient ook het dwarsgeplaatste deel achter de voorstoelen voor extra stevigheid. Mini levert de Coupé met dezelfde motoren als de hatchback, op de basismotor uit de One na. Dat betekent dat de Cooper met 122 pk de instapper is, gevolgd door de Cooper S (184 pk) en de John Cooper Works (211 pk), aangevuld met de SD, de diesel van 143 pk. Tijdens de introductie in de omgeving van München konden we met die laatste twee versies rijden, waarbij we onze vraagtekens zetten bij het bestaansrecht van de SD. Prima motortje, hoor, daar niet van maar een ronkend, niet overdreven vlot dieseltje in een funautootje als de Coupé, het is gewoon geen lekkere match. Laat die diesel gewoon lekker in de hatchback, Club- of Countryman zitten. Nee, dan de topversie: de Works. Die heeft de motor aan boord die deze auto recht doet: een 1.6 turbo met 211 pk en 280 Nm, gekoppeld aan een handgeschakelde zesbak – een zestrapsautomaat is op de andere versies leverbaar. Onderin moet het blok nog even wakker worden maar boven de 3.000 tpm is de beer los en maakt de Works serieuze stappen, begeleid door een lekker motorgeluid en een iets minder spectaculaire uitlaatbrom, met incidenteel 'plofje' bij 'gas los'. Wat dat betreft was de 'oude' Works met 1.6 compressor net iets leuker. Aan het onderstel bracht Mini wat kleine wijzigingen aan in de vorm van iets hardere dempers, iets zachtere veren, dikkere stabilisatoren en een aangepaste geometrie van de voorwielen (caster). Samen met de extra verstevigingen en de constructie van de achterspoiler (goed voor een gewichtstoename van 25 kg extra ten opzichte van de hatchback) zorgt dit voor een iets andere rijkarakteristiek in vergelijking met de hatchback - zoals bekend een feest om mee te sturen. Mede dankzij het elektronische sperdifferentieel (dat werkt met remingrepen op het binnenste voorwiel) is de Coupé nauwelijks van de wijs te brengen en laat onderstuur erg lang op zich wachten. Plotseling gas lossen in een bocht levert een voorspelbaar schuivende achterkant op. Achter de pook zit een klein knopje met 'sport' erop. Druk dit in en het gaspedaal reageert ineens een stuk feller en de stuurbekrachtiging wordt wat zwaarder voor wat meer stuurgevoel, dat wel een beetje kunstmatig aanvoelt. Maar hoe dan ook: met de rijeigenschappen van de Coupé is helemaal niets mis.

Aardig idee

Had het geen aardig idee geweest om de Coupé-koper te verblijden met wat extra pk's of uitrusting ten opzichte van de andere Mini's, om zodoende het exclusieve karakter van dit nichemodel te benadrukken en de meerprijs beter te kunnen verantwoorden? Feit is dat je nu voor meer geld een minder praktische auto koopt met nagenoeg dezelfde (geweldige) rijeigenschappen als de hatchback. Daarom rijst de vraag: leuke auto, die Coupe, maar voor wie precies? We vermoeden dat de Coupé vanaf begin oktober – dan staat-ie bij de dealers - door het leven zal gaan als 'leuk autootje voor erbij', naast de BMW of Porsche bijvoorbeeld. Ten opzichte van de eerdergenoemde Peugeot RCZ lever je in op het gebied van praktische bruikbaarheid - de Fransoos is ook een slagje groter - maar waarschijnlijk is de Coupé de bovenliggende partij wanneer er een serieus potje gestuurd gaat worden. Het zal ons benieuwen welke van de 'Oxford twins' - zoals de Coupé en de voor 2012 geplande Roadster ook wel door het leven gaan - het meeste bestaansrecht heeft. We zetten ons geld op de Roadster; als je dan toch een onpraktische auto koopt, neem er dan in ieder geval eentje waarvan het dak nog open kan…

Lezersreacties (19) (gesloten)

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kunt u er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.

Reactie verwijderen

Weet je het zeker dat je dit bericht wilt verwijderen?

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens

De discussie is gesloten.
Reageren is niet meer mogelijk.