Stellantis, moederbedrijf van merken als Peugeot, Citroën, Fiat en Alfa Romeo, heeft niet de beste reputatie op het gebied van kwaliteit. Dat moet anders, vindt ook de topman. Er wordt volgens hem hard aan verbetering gewerkt.
Stellantis heeft op enkele vlakken niet echt een goede reputatie qua betrouwbaarheid. Het bekendste voorbeeld zijn misschien wel de 1.2 PureTech-motoren, waar in de loop der jaren grote problemen mee optraden. Recent was er ook nog gedoe rond de boordladers van elektrische en deels elektrische auto's van het concern en er duiken ook andere elektronische problemen op. Antonio Filosa, die vorig jaar als CEO van het concern aantrad, wil schoon schip maken op dit gebied. Dat benadrukt hij in gesprek met Automotive News.
"We hebben bijna vijftig kwaliteitsgerichte 'war rooms' opgezet, waar grote teams van ingenieurs, kwaliteitsspecialisten, productie-experts en leverancierskwaliteitsingenieurs samenwerken aan onderdelen en systemen waarvan we weten dat ze cruciaal zijn om te verbeteren", aldus de 53-jarige Italiaan. "We lossen die problemen zeer, zeer, zeer snel op." Filosa wil aan de beoogde kwaliteitsverbetering zelfs wel een concreter doel hangen: "Ons doel is om in 2028 tot de bovenste 25 procent op het gebied van kwaliteit te behoren in alle segmenten en markten waarin we actief zijn. En dat doel gaan we bereiken."
Stellantis is al bezig geweest met de genoemde PureTech-motoren en benadrukte eerder dat de huidige generatie voor 70 procent nieuw is en dus al duidelijk afwijkt van de eerdere problematische lichtingen. Het ging bij eerdere PureTechs vaak mis door de in de olie lopende distributieriem, maar tegenwoordig is de 1.2 er met een distributieketting.
