Stellantis, met merken als Fiat, Peugeot, Chrysler, Jeep en Opel, doet weer goede zaken in Europa. De Europese verkopen in het derde kwartaal gingen met 10 procent omhoog, vooral door een sterke vraag naar zijn elektrische auto's. De groei is opvallend, omdat Europese autofabrikanten de afgelopen tijd steeds meer concurrentie ondervinden van Chinese elektrische merken. Europa is voor Stellantis verreweg de belangrijkste automarkt qua verkoopaantallen.
Toch was de sterkere vraag in Europa onvoldoende om de dalende verkopen in Noord-Amerika, het Midden-Oosten en Afrika te compenseren. De wereldwijde verkopen daalden met 1 procent tot net onder de 1,3 miljoen voertuigen, werd dinsdag bekend.
In Europa deden vooral automodellen zoals de Citroën C3 en C3 Aircross, de Opel Frontera, de Fiat Grande Panda, de Fiat 500 Hybrid en Jeep Compass het goed. Stellantis kampte de afgelopen jaren vooral met problemen in de Verenigde Staten, zoals overproductie en dalende verkoopprijzen.
Stellantis en Volkswagen, de grootste autofabrikanten in Europa, voeren strategische hervormingen door om de toenemende concurrentie van Chinese merken het hoofd te bieden. Zo maakt het Frans-Italiaanse Stellantis gebruik van zijn joint ventures met de Chinese fabrikanten Leapmotor en Dongfeng om te onderzoeken waarin de Chinezen technologisch vooroplopen. "Door samen te werken en onze engineeringteams bij elkaar te brengen om te begrijpen hoe we dingen beter kunnen doen, kunnen we achterhalen waar dat concurrentievermogen vandaan komt en daarvan leren", zei Stellantis-topman Antonio Filosa op de autosalon van Parijs.
Het autoconcern presenteerde in Parijs een reeks elektrische conceptauto's, waarmee het bedrijf het modellenaanbod in de toekomst wil vernieuwen. Toch zijn deskundigen kritisch. "Ze hebben geen conceptauto's nodig, maar auto's die daadwerkelijk in productie gaan. Nu, niet over twee jaar", zei analist Felipe Munoz.






