Dafjes zijn inmiddels stokoud, maar jonge fans als Janine (1996) beleven er veel plezier aan

Hollands erfgoed in ere houden

Daf meeting van mensen die Dafjes rijden

Als uitvinder van de cvt, de Continu Variabele Transmissie, oogstte DAF zowel lof als hoon. Maar eigenlijk was het merk zijn tijd (te) ver vooruit. Tegenwoordig is DAF hipper dan ooit bij oud, jong, man en vrouw, zo bleek tijdens een sleuteldag van de DAF Club Nederland.

Deze sleutel- en taxatiedag begint officieel om 10.00 uur, maar als wij iets eerder arriveren, zijn er al heel wat Dafs aanwezig in het Twentse Goor. Ibalo Sportscars is vandaag de gastheer en dat zorgt hier en daar voor surrealistische beelden. Zoals een ’73-er Daf 33 die naast een Bentley Continental staat. Aan de andere kant: ze hebben allebei vier wielen, twee portieren en ronde koplampen, dus waar praten we over? En die Porsche 911 naast een Daffodil uit 1965? Nou, ze worden allebei aangedreven door een boxermotor! We hadden dit soort taferelen wel voorzien. Enkele jaren geleden waren we hier ook al te gast in verband met een reportage over een one-of-a-kind Mercedes-Benz 300 SEL 6.3 Coupé Pininfarina (1970), dus we wisten wat we zoal aan automobiele lekkernijen konden verwachten. “Die Mercedes hebben we inmiddels verkocht, via Bonhams”, horen we van Ibalo-eigenaar Roel Jochems.

Daf meeting van mensen die Dafjes rijden

Van de ene coupé naar de andere, want Roel bezit een prachtig oranjerode 55 Coupé Marathon uit 1972 - waarmee de link tussen de luxewagens en de volksauto’s (DAF wilde een auto die voor de meeste mensen te betalen was) is gelegd. Volks waren ook de vele grappen en grollen die indertijd over Dafjes werden gemaakt, culminerend in de Achteruitrijraces. Omdat een Daf net zo hard achteruit als vooruit kon rijden, leverde dat op de circuits van Zandvoort en Valkenswaard legendarische tv-momenten op, waarbij de vaderlandse trots bij bosjes tot sloopmateriaal werd gereduceerd. Tja, in die tijd gold een Daf als niet het bewaren waard.

Een mooie Daf tegenwoordig ook al meer dan €10.000

Nog altijd denken we dat een puntgaaf exemplaar nauwelijks de €10.000-grens passeert. Maar dat klopt helemaal niet, merken we als we de taxatie bijwonen van een op het oog vrij alledaagse 33 (bouwjaar 1971) van Alfons Kootstra uit Almelo. “Mijn tante had een Daf 31 waarin ik van haar, toen ik een jaar of drie, vier was, ergens op een zandweg achter het stuur mocht. Dat moment ben ik nooit vergeten. Daarom wilde ik naast mijn Fiat 500 en Peugeot 204 graag een Daf hebben. Deze vond ik vijf jaar geleden op Marktplaats. Hij was in goede staat, zodat ik hem enkel wat verfraaid heb: andere wielen, banden met witte zijvlakken, bumpers met rozetten … Ook heb ik er een rood interieur in gemaakt, dat vond ik beter passen bij de witte koets dan het originele zwart.”

Daf meeting van mensen die Dafjes rijden

Alfons’ arbeid was niet voor niets, want een eerdere taxatie leverde al een fraaie €11.500 op. En nu? “Dat weten we nog niet. We beoordelen de auto op een aantal punten en gaan erover nadenken”, horen we van clubtaxateur Michel-Angelo Wijnen, die en passant jongeling Dion Snoek (26) de fijne kneepjes van het vak bijbrengt. “Een taxatie kost €70, maar we komen niet aan huis. Zoiets wordt aangeboden tijdens een evenement, zoals vandaag.” Tot slot: “Als clubtaxateurs mogen we enkel auto’s met een Variomatic taxeren - een Volvo 343 met automaat hoort daarbij, de handgeschakelde versie dus niet.” Wat is een top-Daf tegenwoordig waard? “De eerste lichting 600 (vanaf 1958) gaat naar de 15 à 16 mille.” Dat valt helemaal niet tegen! En ook de negens en tienen die we op het taxatieformulier van de 33 zien staan, beloven veel goeds.

Daf meeting van mensen die Dafjes rijden

Letterlijk opgelapt

Een dergelijk bedrag zal de gele 55 Coupé uit 1971, met het bijzondere kenteken 88-88-PX, voorlopig niet halen, want die zit nog volop in z’n restauratie. Eigenaar Wilfried Molendijk nam hem vanuit Denekamp mee op de auto-ambulance en hoopt vandaag de motor draaiend te krijgen. “Mijn vader was automonteur bij de Enschedese Daf-dealer en besmette mij op die manier met het Daf-virus. Mijn eerste auto was een Volvo 66 waarmee ik naar Oostenrijk ben gereden, opgevolgd door eenzelfde 66. Nu heb ik deze 55 Coupé, maar wat ik vandaag zie - hij staat voor het eerst op de brug - valt mij toch tegen. Ik wist dat-ie in de jaren 90 was opgelapt, letterlijk, welteverstaan. Er moest daarom veel aan gelast worden. Die klus heb ik uitbesteed, wat nogal prijzig was. Een nieuw interieur heb ik al wel. Motorisch en visueel moet-ie nog aandacht krijgen.” Maar wat techneuten Doede de Vries en zijn kleinzoon Iwan van Rosmalen ook proberen; de 1100-Renault-motor geeft niet thuis, en dan ontdekken ze ook nog een brandstoflek. Zou het daaraan liggen?

Daf meeting van mensen die Dafjes rijden

Doede kennen we trouwens al: in AutoWeek Classics 6-2017 maakten we kennis met hem toen hij een jeugd-techniekdag organiseerde, een initiatief dat helaas geen vervolg kreeg. En ook toen zagen we zijn zelf ontworpen en gebouwde Phantom staan. “Ik heb tien jaar over de bouw gedaan. Er zit een 1.1-motor van Renault in, voorzien van de multipoint-injectie van de 25. Het dashboard is eveneens grotendeels Renault. De vooras komt van een Daf 55, de achteras van de 33 met een aangepaste schokdemperophanging. De Variomatic bestaat uit zowel 33- als 55-onderdelen, dit om een langere eindreductie te krijgen. Bij 100 km/h draait de motor een schappelijke 2.900 tpm.”

Indertijd werd de auto goedgekeurd door de RDW, kreeg een eigen kenteken en chassisplaatje en doet nu al 100.000 kilometer dienst, waaronder vandaag de reis van Almere naar Goor. Kleinzoon Iwan (15) was een dag eerder vanuit Breda naar Flevoland gereisd om bij z’n grootouders te logeren. “Ik zit in het eindexamenjaar van de mts en ben inmiddels net zo’n Daf-liefhebber als mijn opa. Later wil ik er ook een, maar dan wel gemodificeerd; ze gaan mij te langzaam!”

Daf meeting van mensen die Dafjes rijden

Janine Haddering kan kiezen uit 30 Dafs

Zo lijkt deze sleuteldag wel een (familie-)reünie, ook als het gaat om de DAF Club Nederland zélf. Clubvoorzitter Pascal School is vanuit het Brabantse Nistelrode present met zijn 66 Combi (1974). Evenementencoördinator Chevy(!) Jansen nam vanuit Eindhoven zijn mintgroene 55 Coupé uit 1971 mee. Uit Drenthe is PR-dame Janine Haddering - “ik ben van bouwjaar 1996” - gearriveerd in haar onthoofde, caramelkleurige 44. Ze kon ook uit een van de dertig(!) andere Dafs en Volvo’s 340/360 kiezen die zij en haar echtgenoot hebben. “Maar het is mooi weer, dus pakte ik de cabrio. Bovendien heb ik het idee dat de handrem niet goed werkt, daarom gaat-ie zo even de brug op.” Toen Janine eens een Daf 55 zag staan, wilde ze ook graag een klassieker. “Mijn man had meer met oldtimertractoren, maar ik heb hem overgehaald. Nu hebben we zo’n dertig voertuigen. Automaatervaring had ik al opgedaan in een Lada, dus wennen is een Daf niet. Deze 44 is uit 1972, vermoedelijk was het dak al in de jaren 90 afgezaagd, wij hebben hem sinds vorig jaar januari in ons bezit.”

Daf meeting van mensen die Dafjes rijden

Coördinator van de Technische Commissie Geert Heintges heeft in zijn leven ook al meer dan twintig Dafs gehad, “en dat terwijl ik opgroeide met Kevers en zelf Audi reed. Totdat-ie een mankement kreeg en ik van een kennis zijn 55 Coupé mocht lenen. Wat me daarmee overkwam: overal in Eindhoven werd ik ermee gecomplimenteerd en vroeg men of ik hem niet wilde verkopen. Kennelijk reed ik in een heel bijzondere auto, waardoor mijn aandacht naar DAF uitging.” Het liep al snel uit de hand: op het hoogtepunt bezat de Noord-Limburger 23 Dafs. “Werd ik gebeld door het nonnenklooster. De enige zuster met een rijbewijs was blind geworden, dus mocht ik hun Daf komen ophalen. Een omaatje zonder rijbewijs wier man was overleden, reed eens in de zoveel tijd hun Daf naar buiten voor een poetsbeurt en daarna weer de garage in. Die mocht ik ook hebben.”

Het zijn dit soort anekdotes die deze dag over tafel gaan. Leuk is ook de pionierstijd van DAF. “Men was aan het testrijden met een 600-prototype. Maar ja, in ons land zijn geen bergen. Vandaar dat ze op de bonnefooi naar Italië zijn gegaan om te zien hoe de auto zich onderweg hield. Zijn ze nog bij Enzo Ferrari langs geweest ook!”

Bij die laatste woorden scrolt Geert door zijn gsm en laat inderdaad het bewijs zien. Ook ontwaren wij wat anders: ontwerptekeningen van de Daf 77 die uiteindelijk zou opdrogen als Volvo 343. Maar een 343 zien wij er niet in, eerder een BMW 5-serie E12. Dat had best wat kunnen worden! Met de Variomatic werd het ook wat. In 1957 was de Maas overstroomd, wat de testrijders ertoe bracht met een 600-prototype de uiterwaarden in te rijden om te beoordelen hoe dit stukje Hollands vernuft met water omging. Probleemloos.

Daf meeting van mensen die Dafjes rijden

Te klein om te overleven

Diezelfde Variomatic bezorgde DAF een minder sportief imago, eigenlijk al direct na de productiestart. De tweede Daf 600 werd geschonken aan de eerste vrouwelijke burgemeester van ons land, Truus Smulders-Beliën van de gemeente De Beerzen (inmiddels opgegaan in Oirschot), die echter geen rijbewijs had. Maar zonder problemen reed ze haar 600 de fabriekspoort uit. Daardoor werd DAF al snel een merk voor mensen die niet konden rijden en bleef zodoende een kleine fabrikant (in topjaar 1973 rolden bijna 99.000 auto’s van de band). Te klein om te overleven. Volvo, dat een kleiner model onder de 200-serie wenste, maar onvoldoende middelen daarvoor had, nam DAF in 1975 over en kreeg met de 343 zijn gewenste compacte model.

Chauvinistische Hollanders die net een Volvo 66 hadden gekocht, lieten deze weer terugbouwen naar een Daf 66. Dat is ook het geval met de 66 van Hans van Riessen uit Heino, want hoewel die van januari 1977 is, zien we overal DAF op de koets staan en niet Volvo. “Tja, ik kocht de auto al in deze staat, zelf heb ik er niets aan gedaan. Waarom deze 66? Nou, ik wilde graag een klassieker, maar met mijn 2,04 meter is menig model te klein. En in een Daf pas ik perfect!” Hans is hier om zijn ‘verdafte’ Volvo aan een algehele inspectie te (laten) onderwerpen. In tegenstelling tot Wilfried is hij opgetogen bij het zien van de onderkant. “Ik had het idee dat de oliekeerring lekte, maar ik werd gerustgesteld: het is enkel wat zweet.” Zo loopt deze taxatie- en sleuteldag ten einde. Op een na vertrekken alle Dafs weer op eigen kracht naar huis. DAF leeft, zoveel is zeker. En misschien wel meer dan ooit.

Daf meeting van mensen die Dafjes rijden

Bijna een miljoen personenauto's

De personenautodivisie van DAF bouwde tussen 1958 en 1975 bijna een miljoen auto’s, verdeeld over de zelf ontworpen A-body (600, 750, 30, Daffodil, 31, 32, 33) en de door Michelotti getekende B-body (44, 46 (die in Duitsland niet verkocht mocht worden omdat hij maar één riem had, zodat de 44 daar langer werd aangeboden), 55, 66) die in diverse varianten (bestelwagen, pick-up, combi, coupé, stationcar) verkrijgbaar waren. Volvo nam in 1975 DAF over en verkocht van de oorspronkelijk als Daf 77 bedachte Volvo 300-reeks ook nog ruim een miljoen stuks (inclusief handgeschakelde versies en potente tweeliters). Vijf jaar na die overname werd de DAF Club Nederland (DCN) opgericht met als doelstelling het in stand houden van alle voertuigen met een Variomatic-aandrijving, waaronder ook buitenbeentjes als de Daf Pony (een klein vrachtwagentje) en de Kalmar (bedacht voor de Zweedse Posterijen).

DAF Club Nederland

De DCN bestond in 2025 45 jaar en behoort met zijn bijna 2.200 leden (en een kleine 3.000 voertuigen) tot de grotere merkenclubs van ons land. Opvallend is dat het enthousiasmeren van de jeugd zichtbaar vruchten afwerpt: terwijl de meeste autoclubs kampen met vergrijzing en krimp, geldt dat niet voor de DCN. Dat is extra opvallend gezien het ‘grijze’ imago dat altijd aan DAF kleefde. Op het clubmenu staan evenementen in binnen- en buitenland, cursussen en technisch advies (waartoe ook de sleuteldagen behoren), er is een uitgebreid onderdelenmagazijn, er zijn clubtaxateurs en vier keer per jaar komt het fullcolour clubmagazine Variomatic op A4-formaat uit. Tevens geeft de club af en toe boeken uit in eigen beheer, zoals tien jaar geleden het schitterende koffietafelboek ‘De nieuwe manier van rijden’, ruim 300 pagina’s dik.

Dit artikel heeft eerder in AutoWeek Classics gestaan.

Lezersreacties (3)

Reageren

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kun je er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.