Volkswagen Passat CC

CLS voor het volk

Volkswagen Passat CC
Volkswagen Passat CCVolkswagen Passat CCVolkswagen Passat CCVolkswagen Passat CCVolkswagen Passat CCVolkswagen Passat CCVolkswagen Passat CC
AutoWeek 17
AutoWeek 17

Je leest het in AutoWeek 17

In navolging van de Mercedes-Benz CLS heeft ook Volkswagen nu een vierdeurscoupé in het assortiment: de Passat CC. Dat deze CC meer is dan een Passat met een aflopende daklijn, werd ons duidelijk tijdens de kennismakingsrit door het zuiden van Duitsland.

Sommige dingen zijn te mooi om te kunnen plannen, die overkomen je: terwijl cameraman Jeroen en ondergetekende even pauzeren tijdens onze zoektocht naar een Passat sedan als 'vergelijkingsmateriaal' voor de CC, komt er op z'n dooie akkertje een Mercedes CLS 350 aangereden. De eigenaar voelt zich duidelijk aangetrokken tot de Passat CC; hij herkent er ongetwijfeld iets van z'n eigen auto in. Daar staan ze dan gebroederlijk naast elkaar: de 'stamvader' van de huidige lichting vierdeurscoupés (een benaming die nog altijd niet helemaal strookt met de officiële uitleg van de term 'coupé') en z'n eerste 'nakomeling'. Het idee achter beide auto's is hetzelfde, maar waar Mercedes voor de CLS een compleet nieuwe koets ontwierp, daar leunt de Passat CC qua design sterk op z'n populaire sedan-broeder. Toch is slechts 55 procent van de CC-onderdelen gelijk aan die van de sedan. Zo is de CC 31 cm langer, 3,6 cm breder (ook de spoorbreedte nam toe) en 5 cm lager. Verder blijken bij nadere bestudering het front, de motorkap, de achterlichten en de kofferdeksel duidelijk afwijkend gemodelleerd. Maar het meest opvallende verschil is natuurlijk de aflopende daklijn, waardoor de coupévorm ontstaat.

Comfort coupé

Trek je een portier van de Passat CC (een lettercombinatie die we kennen als afkorting voor 'coupé cabriolet' maar bij VW 'comfort coupé' betekent), valt direct het ontbreken van een ruitstijl op. Zoals viel te verwachten, is het bij het instappen achterin oppassen dat je je hoofd niet stoot tegen de schuine C-stijl. In de CC geen bank achterin, maar twee aparte stoelen, die worden gescheiden door een opbergvak en bekerhouders. Over de beenruimte geen enkele klacht, die is riant, met de hoofdruimte houdt het logischerwijs niet over. Maar als langere lieden een klein beetje onderuitzakken, is het goed te doen. Het dashboard komt grotendeels overeen met dat uit de 'gewone' Passat, met uitzondering van het driespaaks stuurwiel en een andere indeling van de knoppen voor de klimaatregeling. O ja, en de verlichting van de klokken is wit in plaats van blauw, net als bij de Phaeton. De stoelen zitten voortreffelijk en zijn goed verstelbaar, de zitpositie is zoals bij zo'n beetje alle VW-producten prima. Rijden met de Passat CC is voor 90 procent als rijden met elke andere Passat, met de aantekening dat je op de topversie (de 3.6 V6) standaard DCC Adaptive Chassis Control aan boord hebt. Dat betekent dat je met een druk op de knop de hardheid van de demping kunt variëren van sportief via normal naar comfortabel. In de sportstand werkt de besturing met meer tegendruk, voor een beter stuurgevoel. Hoewel de Passat CC een sportieve zweem om zich heen heeft hangen, is het absoluut geen sportwagen. Wat dat betreft dekt de term 'comfort coupé' de lading uitstekend.

Als aan een touwtje

Volkswagen benutte de introductie van de Passat CC om een aantal technische noviteiten te introduceren. Eén daarvan is de eerdergenoemde 3,6-liter V6. Deze 300 pk en 350 Nm sterke topmotorisering vervangt de bekende 3,2-liter V6 en zou aanvankelijk z'n debuut maken in de Passat R36, waarop we echter nog steeds wachten. In de CC houdt de V6 zich qua geluidsproductie op de achtergrond, sensaties a la Golf R32 blijven uit. Uiteraard heb je met 300 pk vermogen in overvloed (0-100 in 5,6 seconden is ronduit snel) en dankzij de standaard aanwezige 4Motion-vierwielaandrijving hoef je je over de grip ook weinig zorgen te maken. Eveneens standaard is een zestraps DSG-transmissie, die zorgt voor vloeiend, razendsnel schakelen. Nadeel van de combinatie 4Motion en DSG is dat die nogal wat weegt, en daar komen de extra kilo's van de V6 ten opzichte van een viercilinder nog eens bij. Daardoor kan het gebeuren dat een handgeschakelde Passat CC 1.8 TSI (160 pk, 250 Nm) op tussensprints bijna net zo snel is als dit topmodel. Op de autobahn gingen beide versies als aan een touwtje richting 200 km/h. Die laatste motorisering lijkt dan ook de verstandigste keuze en Volkswagen verwacht hiervan de grootste aantallen af te zetten, samen met de 2.0 TDI van140 of 170 pk. De nieuwe 7-traps DSG maakt in een later stadium z'n debuut in combinatie met de 1,8-liter TSI-motor.

Front en Lane Assist

Behalve noviteiten op het vlak van motor en transmissie, vinden we in de Passat CC nog enkele bijzonderheden, zoals Front Assist, dat samenwerkt met de adaptieve cruisecontrol en de auto in noodsituaties tot stoppen kan brengen. Een andere is Lane Assist, dat de auto letterlijk 'binnen de lijntjes' houdt. Het systeem is op zich niet nieuw, de manier waarop het ingrijpt wel; in plaats van een trilling in stuurwiel of stoel (zoals bij Audi, BMW en Peugeot) stuurt de elektronica de auto daadwerkelijk de goede kant weer op als een doorgetrokken lijn onbedoeld dreigt te worden overschreden. Dat ingrijpen is in het begin even wennen, maar we denken dat dit systeem daadwerkelijk iets toevoegt aan de veiligheid.

In principe beginnen de prijzen van de Passat CC bij E 36.990 voor de 1.8 TSI. In principe, want in 2008 word je 'verplicht' om op elke uitvoering de optiepakketten Dynamic en Advance aan te schaffen, die bij elkaar E 4.080 kosten. Daar krijg je wel het nodige voor terug, maar keuze heb je dus niet. Volkswagen verwacht op jaarbasis tussen de 2.500 en 3.000 Passats CC af te zetten. Of Nederland na de Mercedes CLS rijp is voor een tweede (betaalbaarder) vierdeurscoupé, gaan we afwachten. Aan de auto zelf zal het niet liggen.

Video

Gerelateerde forumtopics