De Renault Scenic overtuigt meer, maar DS Numéro 4 heeft eigen kwaliteiten
Hoofd of hart
Stel, je hebt zo’n 45 mille te besteden aan een nieuwe elektrische auto. Je wenst minstens 200 pk vermogen en je hebt wel wat met Franse auto’s. Dan zouden zomaar de Renault Scenic en de DS Numéro 4 op je shortlist kunnen staan. Maak je dan maar op voor een strijd tussen hoofd en hart.
Sinds de facelift van afgelopen najaar is de DS 4 niet alleen van naam veranderd, maar hij is er nu ook met een volledig elektrische aandrijflijn. In feite is DS er in dit segment best vroeg bij. Andere traditionele ‘premium’ hatchbacks zoals de Audi A3 en BMW 1-serie zijn slechts met verbrandingsmotoren verkrijgbaar.
Toch kan de Numéro 4 bepaald niet vrij van concurrentie aan de slag. Voor dit geld zijn er nog genoeg andere EV’s te koop, die er met hun formaat dicht bij in de buurt zitten. We blijven in de Franse hoek, maar laten zijn wat meer burgerlijke neefje Peugeot e-308 even links liggen. De DS mag zich bewijzen naast een EV met een vergelijkbaar vermogen en prijskaartje, maar met een wat andere insteek: de Renault Scenic. Hoewel de Scenic iets groter is én ook een duidelijk groter accupakket heeft, is de strijd niet op voorhand beslist. De DS heeft wat andere trucjes achter de hand om de harten van kopers te veroveren.
Enige gelijkenissen zijn de twee niet te ontzeggen.
Andere insteek
Bij deze twee Fransen vertonen vooral het prijskaartje, het segment en hun elektrische aandrijving grote overeenkomsten. Maar we gaan geen appels met peren vergelijken. Als je ze zo naast elkaar ziet staan, is het goed zichtbaar dat ze ieder een wat andere insteek hebben. De Renault Scenic moet net als zijn voorgangers kopers verleiden met zijn ruimte en dat blijkt uit zijn afmetingen. Hij is flink groter dan de DS. De Scenic is met zijn 4,47 meter lengte 7 cm langer dan de Numéro 4, hij is daarnaast 3,4 cm breder en zelfs 10 cm hoger. Dat laatste zit hem voor een deel in het feit dat de Scenic wat hoger op de poten staat dan de DS, maar toch, de verschillen zijn duidelijk. Renault heeft tegelijkertijd zijn best gedaan om de Scenic een aantrekkelijk koetswerk te bezorgen, om het ‘busjesgevoel’ van de oude Scénics te omzeilen. Dit is een cross-over pur sang,hij houdt het midden tussen een hatchback en een SUV.
Bij de DS Numéro 4 zit het net iets anders, dat is toch vooral een hatchback, al oogt hij wat hoger dan zijn Peugeot- en Opel-neven, de 308 en Astra. Eerder deed de Cross-versie er nog een schepje bovenop, maar die is er niet meer. Ondanks de wat andere proporties zouden sommigen de DS en de Renault in het snelle voorbijgaan bijna als modellen van hetzelfde merk kunnen beschouwen. Vooral de neuzen, met de scherpe vlakke koplampen en de boemerangvormige units lager in het front, vertonen enige gelijkenissen.
De Renault Scenic heeft het meest doortimmerde interieur. De keuzehendel voor de rijrichting werkt echter niet fijn.
Mooi is niet altijd fijn
Vanbinnen is het een heel ander verhaal. Renault kiest voor een strakke en functionele vormgeving, met onder meer een groot verticaal georiënteerd infotainmentscherm. Fijn is dat er daaronder een rij fysieke knoppen zit voor de klimaatregeling. Alles dat zich puur op het scherm laat bedienen, is makkelijk te vinden. Een ergonomische misser is de hendel aan het stuur waarmee je de rijrichting kiest. Die werkt net als in andere moderne Renault niet feilloos en zit gevoelsmatig te hoog. Meer dan eens zetten we onze ruitenwissers aan als we achteruit willen rijden.
Dat het nog veel beroerder kan, merken we in de DS. Daar is weliswaar de rijrichting veel makkelijker te kiezen met het bekende ‘schuifje’ van Stellantis in de middentunnel, maar het infotainmentsysteem levert terugkerende ergernissen op. De indeling van de menu’s zit onlogisch in elkaar en het werkt allemaal niet soepel genoeg. Vooral de klimaatregeling is een probleem. Er zijn net als in de Renault weliswaar fysieke knoppen voor diverse functies, maar voor het hoger of lager zetten van de temperatuur moet je wél op het scherm zijn. Hierover is niet goed nagedacht.
Weelderig en mooi gemaakt, maar helaas ook niet even doordacht. Het infotainment steekt verwarrend in elkaar en knoppen zitten niet allemaal op logische plekken.
Daar staat tegenover dat het DS-interieur bijzonder mooi is afgewerkt en een hoge mate van luxebeleving geeft. De Numéro 4 probeert je in te pakken met weelde, de Renault maakt het je vooral makkelijk. Dat geldt ook voor de ruimte, want op dat vlak is er niet geheel verrassend een duidelijke winnaar. De Scenic biedt zowel voor de inzittenden achterin als voor de bagage duidelijk meer ruimte. 545 liter kan er achterin, in de DS is dat slechts 390 liter. Voorin zit je in beide auto’s ongeacht je lengte prima.
Als een ware DS
DS verwijst graag naar zijn rijke geschiedenis. Daarmee doelt het merk vanzelfsprekend op de Citroën DS, want DS als merk bestaat immers nog niet zo lang. Als dé DS ergens wel in uitblonk, dan was het zijn onovertroffen veercomfort. Daar gaan de Fransen nog altijd prat op. Het moet gezegd worden: de DS Numéro 4 is voor een hedendaagse auto zonder meer zacht geveerd. Hij vangt oneffenheden behoorlijk goed op, al voel je tegelijkertijd dwarsrichels nog vrij nadrukkelijk doorkomen. Vooral kuilen en drempels poetst hij zijdezacht weg. Tegelijkertijd wordt het in snelle bochten ook geen al te weke auto, dus behoud je moeiteloos de controle.
Het gedrag van het stuurwiel op hoge snelheden is helaas een smet op de comfortabele insteek van de DS. Op de snelweg gaat het sturen rond de middenstand van het stuur wat te stroperig en dat wordt naar verloop van tijd vermoeiend, terwijl de besturing verder juist aan de lichte kant is. Een opmerkelijke balans.
De DS is aanzienlijk zachter geveerd, al mis je in de Scenic ook zeker geen comfort.
In de Scenic is het wat dat betreft beter voor elkaar. Die is duidelijk straffer geveerd dan de DS, zonder oncomfortabel te worden. Het is wat meer op zijn Duits, zou je kunnen zeggen. Een mooie balans, met een licht dynamisch randje. Daarbij is het stuurgedrag wat voorspelbaarder dan in de DS. Ook hier gaat het sturen vrij licht, maar dan op elke snelheid zoals je het verwacht. De rij-assistentiesystemen zijn in beide voitures prima op orde. In de DS kun je het eenvoudigst ‘bemoeienissen’, zoals de snelheidswaarschuwing, uitschakelen.
Significant verschil
De Fransen zijn ongeveer even sterk; het beschikbare vermogen is in beide gevallen ruim voldoende. De 220 pk sterke elektromotor op de voorwielen maakt korte metten met de toch ruim 1.800 kilo die de Scenic in de schaal legt. De sprint vanuit stilstand naar 100 km/h gaat in 7,9 seconden en daarmee heb je niets te klagen. De DS heeft met zijn 213 pk iets minder vermogen, maar die elektrokrachtbron heeft ‘slechts’ dik 1.700 kilo voort te slepen en het koppel ligt hoger. Met 7,1 seconden is de 0-100-sprint bij de DS dus iets sneller voorbij én hij haalt met 190 km/h een 20 km/h hogere topsnelheid. Wat betreft snelheidsbeleving is er weinig verschil. Je zit weliswaar een fractie lager in de DS, maar de Renault doet zoals gezegd wat sportiever aan vanwege zijn straffere vering.
Een écht groot verschil doemt op als we de accu’s van beide testauto’s langs de meetlat leggen. De Scenic heef een 87-kWh exemplaar, terwijl de DS blijft steken op 58,3 kWh. Een significant verschil en dat merk je direct aan de actieradius. Volgens de WLTP-cyclus komt de Renault 625 km ver, terwijl het rijbereik van de de Numéro 4 bij 450 km blijft steken. Als je dat zou willen halen, moet het verbruik bij de DS dan zo’n 13 kWh per 100 km zijn en bij de Renault net geen 14 kWh.
In de praktijk ligt het verbruik uiteraard hoger. In onze testperiode, waarin de lage temperaturen niet bepaald hielpen, kwamen we met de Renault op een gemiddeld verbruik van 22 kWh per 100 km en bij de DS zelfs op 23,7 kWh. Op die manier is het bij de DS na 246 km rijden al gedaan met de acculading, bij de Renault houdt het pas na zo’n 395 km op. Dan ben je al snel blij met de extra elektrische longinhoud van de Renault. Daarnaast ligt zijn maximale snellaadvermogen met 150 kW hoger - bij de DS is dat 120 kW - én heeft de Scenic standaard een warmtepomp aan boord. Aan de snellader zien we bij beide auto’s voor langere tijd een vrij stabiel laadvermogen van rond de 70 kW.
De betere deal
We kunnen kort zijn over welke van de twee het meeste waar biedt voor zijn geld: de Renault Scenic. Zijn prijzen beginnen met deze aandrijflijn bij €45.290 en dat is slechts twee mille meer dan de DS kost. Dan heb je – in tegenstelling tot in de Numéro 4 - bijvoorbeeld al stoelverwarming voorin, een verwarmd stuurwiel, een draadloze smartphonelader en keyless entry. Breng je de DS op hetzelfde niveau als de Renault, dan verdampt het prijsverschil. Dat maakt de keuze wellicht nog makkelijker. De DS koop je vooral met je hart, als zijn extravagante uitstraling, het weelderigere interieur en het soepele veergedrag je aanspreken. Maar puur rationeel - dus met het hoofd - bekeken is de Renault de logische keuze.
Dit artikel is gratis te downloaden in PDF-formaat. Hiervoor maak je eenmalig een AutoWeek account aan, waarna je onbeperkt uit het AutoWeek archief kunt downloaden.
Oordeel
Hoewel de eigenzinnige insteek van de DS en zijn prachtige afwerking lovenswaardig zijn, is het totaalpakket niet opgewassen tegen de Renault. Die is op allerlei vlakken praktischer en beter inzetbaar, zonder saai te zijn. De ruimte, het verbruik, het rijbereik, het gebalanceerde rijgedrag; het is bij de Scenic allemaal beter voor elkaar. Voor hetzelfde geld.
PRIVATE LEASE Renault Scénic
Lees ook

De Kia EV4 bewijst naast de Renault Scenic dat hij een goede EV is, maar niet in alles beter

Zo ver komt de Renault Scenic E-Tech in de praktijk

Praktijkervaring Renault Scenic E-Tech: Auto van het Jaar-waardig?

Test: DS N°4 - Rijdt erg comfortabel, misschien wel iets te

