BMW 4-serie

Optelsom

BMW 4-serie
BMW 4-serieBMW 4-serieBMW 4-serieBMW 4-serieBMW 4-serie
AutoWeek 31 2013
AutoWeek 31 2013

Je leest het in AutoWeek 31 2013

BMW claimt met een puntenupgrade de 3-serie naar een hoger niveau te tillen. Wij geloven er niets van; als deze 4-serie 'gewoon' 3-serie Coupé had geheten, was de auto krek hetzelfde geweest. Gelukkig is dat bepaald geen slecht nieuws.

De discussies over voor- en achterwielaandrijving en wat het beste past bij de te kopen auto zijn van alle (automobiele) tijden. Geen enkel merk heeft zijn naam de laatste decennia zo aan rear wheel drive verbonden als BMW dat het om andere fabrikanten te pesten vaak standaardaandrijving noemt in zijn communiqués. Iets waar het na de op stapel staande lancering van zijn kleine MPV met voorwielaandrijving nog vaak aan herinnerd zal worden de komende jaren. "Maar", zo werpen tegenstanders vaak tegen, "achterwielaandrijving wordt overschat. Leuk dat driften, maar hoeveel mensen doen dat daadwerkelijk in de 3-serie? Vijf procent? Minder nog?" Oftewel leuk op papier, maar in de praktijk heb je echt geen achterwielaandrijving nodig ... Mis. Uiteraard zijn er massa's fijn sturende auto's die al hun vermogen op de voorwielen loslaten, maar er is iets natuurlijks aan de manier waarop je een auto voelt bewegen als hij wordt 'geduwd', in plaats van 'getrokken'. Dat heeft met driften niets te maken.

Precies zoals verwacht

Deze gedachten gaan door me heen wanneer ik een fijne bochtige weg bestorm met een gloednieuwe 435i. Ik zit lang niet op de limiet en laat de banden niet kermen. Gebruikmakend van de extreme soepelheid van de zes-in-lijn turbomotor met 306 pk gaan we vloeiend van bocht naar bocht. In zo'n fijn heuvellandschap is het krijgen van een goede cadans in de auto bijna net zo bevredigend als hem op de limiet rijden. De 4-serie verbaast totaal niet. Hij is precies zoals je hem verwacht als je de huidige 3-serie goed kent. De woorden sedan en coupé hoeven we met de komst van de vierer (ja, dat wordt even wennen) niet meer te gebruiken ter onderscheiding. De auto is duidelijk iets comfortabeler dan de E92 3-serie Coupé, iets wat vrij logisch is in het licht van wat BMW met zijn 1-, 3- en 5-serie heeft gedaan. Ook deze zijn comfortabeler dan voorheen. Dit is zeker geen slechte zet voor de 4-serie. Ja, de auto heeft wellicht iets meer bodyroll dan de 3-serie Coupé die hij aflost (een A5 met sportonderstel ligt gevoelsmatig strakker), maar de dynamiek is zeker niet minder, vooral vanwege de prachtige balans in de auto. Hij is 26 mm langer dan de E92, en de wielbasis groeide met 50 mm. Verder is hij lager en breder. Allemaal zaken die de stabiliteit ten goede komen. Door de lange neus ligt de motor ver genoeg naar achteren om een gewichtsverdeling van 50-50 te creëren. En geloof ons, dat merk je wel degelijk aan de manier waarop onderstuur uitblijft. De zithouding is tegen het perfecte aan. Het stuur kan zeer ver naar je toe en de stoel kan ver omlaag. Je rechterhand valt automatisch om de pook waarmee je de achttrapsautomaat bedient. Deze volautomaat vinden we in alle 'nieuwe' BMW's, maar ook in Maserati's en Audi's. En niet zonder reden. De wijze waarop de transmissie zeer snelle schakelbewegingen combineert met soepele overgangen bij langzaam rijden, overklast een bak met dubbele koppeling. Die is wellicht nog net even sneller, maar offert daarvoor wel comfort op. Pas vanaf niveau M4 (dat wordt helemáál wennen straks) zouden we naar iets sportievers verlangen.

Juweel

De motor, met zijn maximumkoppel bij een ongelooflijke 1.200 tpm, blijft een juweel. Hij is heel soepel onderin, en heeft een prachtige vermogens-opbouw als je doorhaalt. Bovendien klinkt hij leuker dan voorheen. BMW heeft wat uitlaatgeroffel toegevoegd aan de mooie zescilindersound. Dat hoor je als je van het gas gaat of opschakelt. Het systeem moet hiervoor wel in Sport of Sport Plus staan. "We creëren de roffel door de motor bij opschakelen even op 3 cilinders te laten lopen", verklaart een engineer trots. Hij was al verantwoordelijk voor de zescilinder toen deze nog een tweetal turbo's had. Gezien de awards die deze krachtbron de laatste acht jaar gewonnen heeft, iemand om respect voor te hebben. Maar ook al doet het bijna pijn om te zeggen, in Nederland kom je met de viercilinder 428i met 245 pk eigenlijk niets tekort.

De binnenkant valt eigenlijk wat tegen. Natuurlijk zit alles prima in elkaar, maar het interieur is precies gelijk aan dat van de 3-serie en dat past totaal niet bij de claim van BMW dat deze auto een treetje hoger staat. De ergonomie is natuurlijk top en het vernieuwde iDrive-systeem (nu ook met touchpad) werkt soepel als altijd. Maar het geheel overweldigt niet als je instapt. Neem de tellers, die er toch simpel uitzien. In een Audi A5 krijg je mooie kokers die het verschil met de A4 markeren. BMW houdt het simpel; alles is gericht op het rijden. En zo belanden we bij onze grootste klacht over de auto. Het uiterlijk is mooi, en zeker stoer (er komt wel wat aan in je spiegel), maar het mist de elegantie van een A5. Dat geldt nog sterker voor het interieur; dat had voor dit geld meer indruk mogen maken. Tenzij je begrijpt dat het cleane design juist fantastisch is voor diegenen die zich vooral willen bezighouden met auto-rijden. Daarmee is de doelgroep voor de 4-serie uitstekend geformuleerd.

Video

Gerelateerde forumtopics

Lezersreacties (53) (gesloten)

Maak melding van misbruik

Let op! Deze functie is niet bedoeld om zelf een commentaar toe te voegen. Optioneel kunt u er een opmerking bij plaatsen.

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens of e-mail ons.

Reactie verwijderen

Weet je het zeker dat je dit bericht wilt verwijderen?

Er is iets mis gegaan. Probeer het later nog eens

De discussie is gesloten.
Reageren is niet meer mogelijk.