De Europese Unie wil de lokale auto-industrie steunen, maar daar moet wat tegenover staan. Zo wil men dat de accuproductie hier grotendeels plaatsvindt. De fabrikanten vinden de deadline daarvoor echter veel te streng.
Europese autofabrikanten hebben niet alleen last van direct concurrerende Chinese modellen, maar zijn vaak ook voor een groot deel afhankelijk van China voor onderdelen. Dat eerste probeert de EU aan te pakken met gerichte importheffingen en ook voor dat tweede ligt er een plan. De Europese Unie wil onder meer dat Europese fabrikanten grotendeels in Europa geproduceerde accutechnologie gaat gebruiken voor hun EV's, in ruil voor subsidies. Op die manier hoopt de EU fabrikanten aan te sporen om hun onafhankelijkheid te vergroten.
De zogeheten Industrial Accelerator Act (IAA), waaronder dit plan valt, gaat op zijn vroegst volgend jaar in. Vanaf dat moment hebben fabrikanten zes maanden om onder meer de accucellen uit de EU te halen om aan de subsidie-eisen te voldoen. De ACEA, de Europese belangenorganisatie van autofabrikanten, vreest dat dit niet haalbaar is. "De eisen voor de lokalisatie van de batterijproductie zijn bijzonder streng en wij zien geen haalbare manier waarop de sector daaraan kan voldoen binnen de door de Europese Commissie gestelde termijn. Europa heeft meer tijd nodig om de toeleveringsketens voor grondstoffen en andere upstream-activiteiten te ontwikkelen en de kosten te verlagen, én om de structurele nadelen aan te pakken die productie in Europa in de eerste plaats duurder maken", tekent Automotive News op.
Concreet wil de ACEA dat er vanaf het moment van ingaan van de IAA geen zes maanden, maar drie jaar de tijd is om aan de starteisen te voldoen. Bovendien wil de ACEA dat de geplande verdere aanscherping van de eisen wordt uitgesteld. Nu wil de EU nog dat er drie jaar na het ingaan van de IAA nog meer accucomponenten uit de EU komen dan in het begin. De ACEA wil dat die deadline wordt opgerekt naar vijf jaar.
