Budgetbrigade 2025 - De Monstertocht waarvoor we dit jaar verder gaan dan ooit (deel 1)
Met de tong op de schoenen
7 reacties
Video
Helaas kunnen wij deze video niet weergeven, omdat je niet akkoord bent gegaan met de
cookie voorwaarden.
Onze video speler heeft rechten nodig voor de "Social Media".
Wijzig je cookie instellingen
- Frank Jacobs
- Barrelbrigade
De afgelopen vier weken kon je zien hoe onze drie auto’s in de Budgetbrigade 2025 de degens kruisen. Inmiddels is wel duidelijk dat Frank trouw blijft aan zijn gewoonte om met een bak ellende ten tonele te verschijnen. Maar ook de auto’s van Joy en Michiel blijken meer gebreken te hebben dan aanvankelijk gedacht. Toch kan het nog alle kanten op, want ook dit jaar zit de Monstertocht weer vol verrassingen. Aangename, maar ook onaangename. Dit jaar is ons einddoel de Grossglockner Hochalpstrasse in Oostenrijk.
Tweeduizend kilometer
De auto’s van de Budgetbrigade 2025 hebben de eerste beproevingen doorstaan, wat traditiegetrouw niets minder betekent dan een propedeuse voor het absolute hoogtepunt: de Monstertocht. De afgelopen jaren bleven we redelijk dicht bij huis en daarom besloten we dit jaar weer eens ouderwets uit te pakken met een lekker lange roadtrip naar verre oorden. Geheel in de geest van het thema van dit jaar, 2000, moet de rit rond de tweeduizend kilometer bedragen en willen we op zijn minst tot tweeduizend meter boven zeeniveau komen.
De Grossglockner Hochalpenstrasse in Oostenrijk is op en neer ongeveer tweeduizend kilometer, komt ruim over de tweeduizend meter boven zeeniveau en geldt als een van de mooiste panoramawegen ter wereld. Bovendien is het met zijn lange, pittige hellingen een gesel voor auto’s en daarom een geliefde plek voor autofabrikanten om de prototypes van toekomstige modellen tot het uiterste te tergen. Dikke kans dat onze auto’s hier aan het begin van hun loopbaan op de proef zijn gesteld, dus laten wij datzelfde aan het eind van hun carrière nog eens doen.
Haantjes aan het spit
Aangezien de drie deelnemers en de cameramensen uit verschillende hoeken van het land moeten komen, ontmoeten we elkaar op een maandagochtend op grensovergang Bergh-Zuid aan de A12, voorbij Arnhem en aan het begin van de Oberhausen Straight. We mogen de Barrelbrigade dan hebben omgedoopt tot Budgetbrigade, de weergoden blijken zich daardoor niet te laten misleiden. De meeste monstertochten van de afgelopen jaren werden getrakteerd op fantastisch zomerweer en terwijl wij onze auto’s voltanken, maakt Europa zich op voor een hittegolf. In Nederland zal het kwik ruim voorbij de 35 graden schieten, Duitsland en Oostenrijk doen daar nog een schepje bovenop, zo is de voorspelling. Een flinke plus voor Joy, want haar Renault Twingo is de enige auto waarvan de airco nog werkt. Michiel en Frank wacht drie dagen als haantjes aan het spit.
Maar nu is iedereen nog fris en fruitig en vol goede moed bovendien. De auto’s zijn in Joys werkplaats net van hun ergste mankementen ontdaan: “What could possibly go wrong”, concludeert Michiel dan ook terwijl ons drietal de shop van het tankstation uit wandelt. Nou, dit dus. De drie cameramannen zitten voorovergebogen op hun knieën bij de achterkant van de Mercedes CLK. “Het gutst er net zo hard weer uit!”, roept Jasper als hij Frank ziet komen aanhollen. Gelukkig stopt dat al gauw, zodat er niet al te veel kostbaar vocht in de betonbodem van het Shellstation verdwijnt. Het was Frank bij een eerdere tankbeurt al opgevallen dat de auto een tijdje erna naar benzine stonk. Waarschijnlijk zit er een lek in de vulbuis; niet meer helemaal voltanken dus.
Al gauw rolt ons trio de grens over, met in het kielzog de Subaru Forester duurtester met de cameraploeg en apparatuur. Hoewel de Oberhausen Straight op elke rechtgeaarde petrolhead de verleidingskracht van een kudde Sirenen uitoefent en de CLK en de Citroën XM volgens fabrieksopgave ruim 200 km/h halen, moeten Michiel en Frank zich inhouden. Joy daarentegen heeft weinig in te houden. Ze mag dan een geluksvogeltje zijn met haar airco, het uitzicht op honderden kilometers over de Duitse autobahn met een stokoud boodschappenkarretje is ook niet alles. Ze weet de 140 km/h die de rest aanhoudt bij te houden, maar pas later geeft ze toe dat dat alleen lukt door constant plankgas in zijn vier te blijven rijden. Arme, arme Twinkie.
Gelukkig (voor de Twingo dan) maakt de Duitse autobahn ook vandaag zijn twijfelachtige reputatie weer waar. Het is baustelle in, baustelle uit, met ervoor steevast een amper bewegende, schier eindeloze file. Die vertragingen zijn voor Joy en haar Twingo welkome rustmomenten, maar Michiel en Frank zijn dan juist zwaar de pineut, omdat het bij deze temperaturen vlak boven het zwarte asfalt zonder de rijwind door de ramen een hoogoven wordt in hun auto’s. Opnieuw dankt Joy iedereen die ooit aanbeden werd voor de airco in haar Twingo.
Zowel Michiel als Frank doet af en toe verwoede pogingen de gentleman uit te hangen door Joy aan te bieden een uurtje of wat van auto te ruilen, maar Joy prikt door die valse generositeit heen. Leuk, zo’n grote luxe reiswagen, maar zonder airco bij deze hitte? Kommt nicht im Frage! Het blijft dus zweten voor de heren, maar daar staat tegenover dat ze verder koninklijk rijden. Stoel ver naar achteren en arm uit het raam. Naarmate de dag vordert, wordt Franks linkerarm steeds bruiner. Two tone ledematen: zo herken je de man met kapotte airco.
Tweedehandsie op vakantie
Zo dendert en kruipt de eerste dag voorbij. Düsseldorf, Keulen, Bonn, Mannheim, Stuttgart, Ulm: het lijkt wel een lesje topografie, hoofdstuk Bondsrepubliek Duitsland. Naarmate het zuidelijk deel van het vroegere Pruisische rijk dichterbij komt, stijgt de temperatuur van verzengend naar smorend. Met de koelsystemen van onze brikkies zit het in elk geval nog goed, want de kokende motoren die we min of meer verwachten, blijven zelfs in lange files uit.
Bij Frank spookt de hele dag een liedje uit zijn jeugd door zijn hoofd: ‘Met een tweedehandsie op vakantie, een luide knal ik dacht meteen een lekke band. Maar toen het motor begon de koken, en het water stond te koken, onder de motorkap stond alles in de brand.’ We hebben werkelijk geen idee van wie het nummer is, het is nergens meer te vinden. Mocht de rechtmatige eigenaar nog leven en zijn intellectuele eigendom herkennen, dan horen we het graag.
Toch schieten we best aardig op. De Twingo die op het uiterste van zijn kunnen moet presteren en bovendien een kleinere tank heeft, maakt dat we wat vaker een tankstop moeten maken, maar dat is voor de CLK met zijn lekke tankbuis evenmin een overbodige luxe. Nou is dat lek bovenin niet zo erg zolang je telkens oplet dat je de tank niet helemaal volgooit, maar dat laatste is juist weer nodig om een verbruikscijfer te krijgen. En dat is weer nodig om mee te dingen naar de punten in het onderdeel verbruik.
Frank besluit om twee tankbeurten op het einde heel voorzichtig te vullen, net zolang tot het begint te druppelen. Dat is nog een hele uitdaging, maar hij weet op die manier een praktijkverbruik van 7,9 l/100 km (1:12,7) neer te zetten. De fabrieksopgave is 6,9 l/100 km (1:14,6), wat betekent dat onze CLK op deze trip 15 procent meer verbruikt dan NEDC ooit mat. En nu we toch aan het rekenen zijn: onze Twingo zou volgens NEDC 6,2 l/100 km gebruiken. Met 6,7 l/100 km had het autootje onder Joys voet een halve liter meer nodig per 100 kilometer, ofwel 8 procent meer. Best knap als je bedenkt hoe Joy een dag lang alles uit dat blokje moest knijpen om de grotere auto’s bij te houden. Op papier is de XM veruit de dorstigste van deze drie: 10,4 l/100 km. Des te knapper van Michiel dat het cruiseschip onder zijn commando maar 8,8 l/100 km verbrandt. 15 procent minder dus. Wow! We hebben het een paar keer nagerekend, het klopt echt. Dat betekent dat Michiel dit onderdeel op zijn naam mag zetten.
Winston Gerschtanowitz
Wanneer we München voorbij zijn, zit de A van avondmaal ruim in de klok. Een klein stukje van de snelweg, in het pastorale dorpje Holzkirchen, vinden we een snackbar die zo nieuw is, dat het folie nog op de balie zit. We zijn nog net niet de eerste klanten van eigenaar Daniel Klein, die zoveel uiterlijke verwantschap toont met Winston Gerschtanowitz, dat hij de rest van onze trip als Winston over de tong gaat. Ook zijn levensmotto, ‘Alles hat ein Ende nur die Wurst hat zwei’, zal ons nog lang bijblijven.
Winstons snackbar heet Satt & Selig, wat vrij vertaald betekent dat geluk in een volle buik zit. De kaart staat vol Nederlandse specialiteiten, zodat onze vitaminevergiftiging van deze dag afkomstig is van frikandellen, bamischijven en kaassoufflés die op de grote vaart worden gebruikt als ballast. Dat zijn delicatessen die je bij de oosterburen doorgaans tevergeefs zoekt, wat bij ons de vraag doet rijzen hoe ze op Winstons menu zijn beland. Onze nieuw verworven vriend vertelt dat hij uit een dorpje net over de grens bij Roermond komt, dol is op Nederlandse lekkernijen en in de overtuiging verkeert dat hij die guilty pleasure kan overbrengen op de mensen hier in Beieren. Ach, wij kunnen hun Oktoberfest ook waarderen en wees eerlijk, een vette bek gaat goed samen met een koud biertje, dus wie weet zijn we hier getuige van een staaltje culinaire diaspora.
Winston is zo blij met ons bezoek dat hij ons gratis wil cateren, in ruil voor wat publiciteit. Dat slaan we beleefd af, onafhankelijk als we zijn, maar later krijgen we spijt daarvan, wanneer blijkt dat je bij Satt & Selig (nog) niet kan pinnen en dat hij ook (nog) niet aan bonnetjes doet. Misschien heeft Winston het te druk in zijn hoofd, want naast dat hoofd op het visitekaartje dat hij me aanreikt, staat zijn andere levensmotto: ‘Ein Kopf Viele Ideen’. Wat heet: het kaartje heeft nog drie kanten, waaruit blijkt dat Winston naast zijn kersverse vreetschuur ook nog een marketingbureau en een standbouwbedrijf heeft, plus een handel in profielbalken van hergebruikt kunststof.
Verkoeling
Het afscheid van Winston en zijn team is hartelijk. Satt und selig besluiten we er nog een kilometer of honderd tegenaan te gooien en dan een mandje te zoeken in de buurt van de Grossglockner, zodat we de volgende ochtend vroeg Mount Doom kunnen beklimmen voor het echte werk. Dat laatste stuk pakt uit als het mooiste deel. De zon is inmiddels achter de bergtoppen gezakt, de schepper draait de verzadigingsknop van de verlichting steeds verder naar rechts en de frisse berglucht die door de raampjes binnenwaait brengt eindelijk echte verkoeling.
Begin goed, al goed: onze budgetauto’s hebben Oostenrijk gehaald en staan aan de voet van de autoverslindende doemberg. Op het terras van een halfleeg wintersporthotel maken Joy, Michiel en Frank de balans op. De verbruiksmetingen hebben aan de tussentijdse rangorde niet kunnen tornen. Michiel zette een indrukwekkend verbruik neer en blijft daarmee op nummer een, terwijl Frank zijn reputatie als eeuwige verliezer wist te consolideren. Joy heeft een zware dag achter de rug, urenlang zwoegend aan het stuur van haar amechtige, maar dappere Twingo. Volgende week deel twee van de Monstertocht, met maar liefst vier spelonderdelen. Het kan nog alle kanten op!
Volgende week zie je het tweede deel van de Budgetbrigade Monstertocht.