Na een aantal jaren als lezer actief te zijn geweest, dan toch maar een profiel aangemaakt en mijn eerste post ook nog in dit Lada-topic.
Reden is dat ik tijdens het surfen onderstaand artikel tegenkwam. Ik kon zo snel niet vinden of het al eens gepost is. Maar het zal jullie (net als mij) zeker interesseren:
artikel BIZZ
redactie BIZZ | 06 april 2010
Roelof Noordman slaat met zijn vlakke hand hard op zijn broekzak, waar zijn portemonnee kan zitten. “Er zijn nog mensen die niet naar de bank kunnen of willen voor een autolening. Die sparen eerst voor een auto.” Hij slaat opnieuw op zijn broekzak: “En als dat sparen niet lukt, dan komt er geen nieuwe auto. Die mensen zitten in mijn klantenkring en ik ben blij dat ik ze nu weer een nieuwe, grote en sterke auto kan bieden. Daar ben ik trots op.”
Roelof Noordman (51) zit in een lege showroom met lege kantoren. Er staat welgeteld één auto voor de deur en daar rijdt hij zelf in. Toch straalt hij. Hij is namelijk toch maar mooi dé importeur van Lada’s in Nederland. Lada? Bestaat dat automerk nog? “Reken maar!”, zegt de Groninger strijdlustig. “Ik heb eind april de definitieve financiering rond gekregen om maandelijks zo’n 40 tot 50 auto’s hierheen te halen. We kunnen aan de slag.”
Noordman was administratief medewerker bij Upjohn Polymer, een Amerikaanse chemische multinational in Delfzijl. “Op zichzelf beviel het werk me goed. Begin jaren tachtig kreeg ik bovendien de tijd mij in de automatisering te verdiepen. Dat was in die tijd mooi.” Maar de Delfzijlse fabriek werd aan Dow Chemicals verkocht. “Ik zou moeten verhuizen naar Terneuzen.” Wie Noord- Groningen kent, waar Noordman in het prachtige gehuchtje Woltersum werd geboren, weet dat de keuze eenvoudig was. “De ruimte, de mensen, de luchten. Ik zou hier voor geen goud weg willen.”
De neef
Nu reed Noordman al vele jaren tussen zijn woonplaats Roden en Delfzijl heen en weer met een neef van Lada-importeur Been. De familie Been bezat in de stad Groningen het bedrijf Gremi, dat al sinds jaar en dag handelde in verschillende merken motoren en auto’s. Noordman springt op en haalt oude ingelijste foto’s tevoorschijn. Trots houdt hij de afbeeldingen met klinkende namen als Indian en Triumph en Glas en Goggomobil omhoog. Gremi importeerde sinds 1971 Lada’s. In 1985 zocht het bedrijf net een hoofd administratie. Noordman: “Het klikte tussen ons. Het was een sociaal bedrijf, met een sterke band tussen de familie en het personeel.” In de daarop volgende jaren volgde een reeks van management buy-outs, deelnemingen en overnames. Terwijl Noordman naar een directiezetel groeide, kwam Gremia uiteindelijk in handen van Eurolada, het exportvehikel van Lada voor de West-Europese markt.Gremi werd in 1996 voor de volle honderd procent eigendom van Eurolada in Hamburg, maar bleef wel de import voor de Nederlandse markt doen.
Vrije val
De val van de Berlijnse muur zette ook een vrije val van Lada en dus Gremi in. “In de toptijd zaten hier negentig mensen”, zegt Noordman. Hij kijkt om zich heen in de lege ruimten van het Gremi-gebouw, waar hij is blijven zitten. Het personeel kalfde in die jaren langzaam af tot 29 medewerkers. “In 1996 kregen we bericht van Eurolada, dat we terug moesten naar maximaal tien werknemers. Er zaten hier mensen die al veertig jaar bij het bedrijf werkten! Het gemiddelde dienstverband lag tussen de achttien en twintig jaar! Eurolada wilde een koude sanering, maar ik heb net zolang geknokt tot er een plan voor outplacement kwam. Dat was net zo duur, maar wel zo sociaal. Ze hebben uiteindelijk mijn plan geadopteerd. Alle Gremia-medewerkers zijn ergens anders aan de slag gekomen. Dat was mijn eerste slag met Eurolada.”
Maar zelfs met tien mensen redt Gremi het niet. De economie draait op volle toeren, maar Lada reageert er niet op. Koreaanse en Chinese concurrenten grazen de kaartenbakken met Lada-prospects leeg. Noordman: “Vorig jaar kregen we opnieuw bericht van Eurolada. Dat ze in staat van faillissement verkeerden en dat ze nog geld van ons kregen. Toen was het snel gepiept met Gremi.”
Sleutelaar
Roelof Noordman inventariseerde zijn mogelijkheden. “Ik was 50 jaar en auto’s hebben me altijd aangetrokken. Ik ben geen sleutelaar, maar hou gewoon van auto’s. Ik was opeens in staat hét importeurschap van een automerk over te nemen. Zo’n kans zou ik nooit meer krijgen”, zegt hij en zijn ogen beginnen opnieuw te glimmen. Ook deze keuze was duidelijk. “Ik wist dat het zwaar zou worden, maar thuis werd ik door dik en dun gesteund. Bovendien, als het fout zou aflopen, dan zou ik heus wel weer ergens anders aan de slag kunnen. Ik werk vanaf mijn zestiende en ben nog nooit een dag werkloos geweest.”
Noordman gaat als eenmansbedrijfje aan de slag. Lada verkocht in totaal 60.000 auto’s, waarvan er nog zo’n 20.000 rondrijden en die zijn aan vervanging toe. “Lada-rijders zijn erg trouw. Ze kopen liever een nieuwe, grote auto dan hun geluk op de tweedehands markt te beproeven. Lada is misschien niet sexy, maar wel betrouwbaar, groot en sterk.”
Zijn eerste doel is de bedrijfsnaam Gremi te redden. “Dat is me niet gelukt. Eurolada wilde de naam Gremi voor vijf ton verkopen. Dat geld heb ik niet en dat wil ik er niet voor uitgeven. Nu niet en nooit niet. Het grappige is dat oud-eigenaar Been, waarmee ik nog steeds contact heb, mij adviseerde de naam Gremi los te laten en onder eigen naam verder te gaan.” Dat werd Lada Holland BV.
Geen fabriekskrediet
De tweede hindernis was dat Lada in Rusland wel weer produceerde, maar niet exporteerde. Eurolada, nog steeds op sterven na dood, weigerde iedere medewerking. Noordman had in die periode best zijn dips door het gebrek aan medewerking, maar “het thuisfront en twee goede vrienden, Rob van der Ploeg en mijn advocaat Jos Kap, hebben me door dik en dun gesteund.” Uiteindelijk lukte het Noordman om via de Deense Lada-importeur in contact te komen met de fabriek. Hij kreeg namen en adressen en schreef een brief met zijn Nederlandse plannen. Rob van der Ploeg van het bedrijf Kaltic dat in het ‘Gremi-pand’ in Groningen zetelt, vertaalde de brief in het Russisch. Een dag later lag er een fax met antwoord. Roelof Noordman: “Geloof me, dat is verrekte snel voor Russische begrippen.” Lada wilde graag met hem praten. Noordman spitte stapels folders en prijslijsten van concurrenten door, maakte zijn marketingmatrix en vertrok met Van der Ploeg als tolk en Jos Kap als juridisch adviseur naar Rusland. “Ik had plezier van mijn ervaring met Amerikaanse managers. Geen gedoe, meteen bij de voornaam noemen en direct onderhandelen. We stelden contracten op, Rob vertaalde ze en Jos keek ze na. Ik heb ze ervan overtuigd dat Lada alleen kans maakte als de auto onder de magische grens van twintigduizend gulden bleef. ‘Dat zou wel lukken’, zeiden ze. Eén van de leveringsvoorwaarden was wel dat iedere ingekochte auto direct moest worden betaald. Krediet van de fabriek, zoals gebruikelijk, was er niet bij.”
Vertrouwen winnen
De derde hobbel was het onttakelde dealernet weer te interesseren. Noordman bestelde via de Deense collega een Lada 110 en 111 (stationcar) en begon aan een one-man-roadshow. Lada had 90 dealers, waarvan er vorig jaar nog zo’n 60 actief waren. De meesten hadden er een ander merk bijgenomen en Lada stond niet boven aan hun to-do lijstje. “Het waren lange gesprekken. Ik kon er niet meer dan twee per dag plannen, want ik moest de mensen echt weer overtuigen. Ze waren kritisch over de houding van Lada in het verleden of over de technische prestaties van de auto’s. Ik heb ze eerlijk gezegd dat ik hun kennis nodig had. Ik wil samenwerken. Dat is voor mij een principiële houding. Ik wil het vakmanschap van een vrije ondernemer respecteren. Ik had het geluk dat veel dealers ontevreden zijn over de centralistische houding van hun fabrikanten. Ik bood ze juist alle vrijheid. Ik heb in die periode zeven nieuwe dealers aangetrokken, die hun oude merk spuugzat waren. De deal was simpel: ze kochten een Lada en zetten die in hun showroom. Het bleek dat veel oude klanten zaten te wachten op een nieuwe Lada. Sommige dealers hadden al mensen uitgenodigd om te komen kijken als ik langskwam met de nieuwste Lada. Het is fantastisch hoeveel krediet die auto bij zijn dealers en berijders heeft. Dat heeft me een enorme kick gegeven.”
Alle journaals
Noordman kocht de eerste acht Lada’s in Denemarken en betaalde de rekening uit eigen zak. “Ik heb een krediet op mijn huis genomen om de order te kunnen betalen.” Hij wist nog hoe Lada de aandacht van de pers trok toen het fout ging en nodigde de pers uit voor de aankomst van de eerste nieuwe Lada’s. “Ik haalde op 1 oktober zo’n beetje alle journaals die er zijn. Dat streelde mijn ego wel, hoor.”
De actieve dealers boeken inmiddels orders en er zitten nu zo’n 190 nieuwe Lada’s in de pijplijn tussen de fabriek, Tallin in Estland waar ze worden verscheept en Groningen. In Tallin kwam Noordman in contact met de expediteur van Lada. “Hij was geïnteresseerd in onze plannen en bleek over uitstekende contacten met de Hansabank te beschikken. In april zijn we met z’n drieën opnieuw op pad gegaan. Nu naar Tallin, weer contracten opgesteld en sindsdien is de financiering van de import ook rond. Het bleek dat mijn huisbank ABN AMRO relaties met de Hansabank heeft, dus dat was ook mooi geregeld.” Noordman ontspant: “Het wordt nooit meer zoals vroeger, toen ze hier met scheepsladingen tegelijk in de Eemshaven aankwamen. Dat was ook gekkenwerk. Met 500 auto’s per jaar speel ik quitte en ik hoop er 1000 af te zetten. En ik heb weer vier mensen aan werk geholpen.”