|
| 23 december 2011 | 13:13 | Tekst: Nic de Boer | Print Mail Houd me op de hoogte |
Waar hebben we dat eerder gehoord? Om geld binnen te harken voor het voortbestaan van het merk, verkoopt Gianluca Rossignolo, de licenties voor het bouwen van de Deauville aan een nog onbekend Chinees bedrijf. Met die transactie is twaalf miljoen euro gemoeid. Dat geld wordt onder meer gebruikt om het achterstallige salaris van de werknemers te betalen.
Op de Autosalon van Genève, in maart dit jaar, leek het nog zo mooi. Daar stond voor het eerst de De Tomaso Deauville te glimmen. Dat moest de wedergeboorte zijn van het Italiaanse merk en een nieuwe concurrent in de klasse van de BMW 5-serie GT.
De laatste maanden wordt het merk echter geplaagd door opstartproblemen en is er moeite het toegezegde overheidsgeld voor het project binnen te harken. Daarom is het merk genoodzaakt de kroonjuwelen al naar China te brengen. Rossignolo ziet de zonnige kant van de zaak: “De verkoop van de licentie is het bewijs dat we geslaagde technologie in huis hebben,” vindt hij. “Het is de eerste overeenkomst waarmee we geld kunnen halen en daarmee verzekeren we de toekomst van de werknemers die geloven in dit project.”