Mijn eigen GM-moment
Pikkedonker was het nog. Een wat frisse doordeweekse ochtend, ongeveer tien minuten voor zes. Ons tot dan toe zo trotse Saab Barrel startte feilloos, een rustig muziekje speelde door de twee speakers die nog over waren, en vol goede moed draaide ik de A13 bij mijn woonplaats op. Op weg naar Schiphol, onze vlucht naar Los Angeles wachtte. Niet meer dan twee afslagen later ging het echter al fout. De viercilinder voor mijn voeten sputterde, maar dat deed hij wel vaker. Ik vond het 'gehik' zelfs wel wat vertrouwds hebben; als het kenmerkende kuchje van je favoriete oom… Maar in mijn ooghoek spotte ik de meter van de motortemperatuur die in rap tempo aan een klimpartij begon; voor ik het wist stond de wijzer nagenoeg verticaal, de tweeliter begon te koken. Ik probeerde de 2.0 S nog van zijn pijn te verlossen door de verwarming op standje sambal te zetten en de ventilator vol open te draaien, maar dat mocht niets meer baten omdat we de kachel eerder al buiten spel hadden moeten zetten nadat de slang knapte op de Rollenbank.
En daar (st-)reden we dan, door de vroege ochtendspits. Met een dilemma van heb ik jou daar. De goede huisvader in mij wilde de 900 natuurlijk netjes aan de kant zetten, om te wachten op de pechhulp die mij en mijn gewonde reisgenoot naar een veilig autohospitaal kon brengen zodat we de wonden konden likken. Zo zou ik dat ik elke andere situatie gedaan hebben. Maar in dit geval had ik weinig keus omdat ik op tijd moest komen voor het vliegtuig. Te laat vertrokken, hoorde ik mensen zeggen. Onzin, want als ik op een berger had moeten wachten en überhaupt een alternatieve manier had gevonden om naar Schiphol te reizen, had ik ondanks mijn vroege vertrek die vlucht zonder enige twijfel gemist. Ik besloot het er op te wagen.
Zelden heb ik zo'n hoge hartslag gehad aan boord van een Saab. Hectometerpaaltje na hectometerpaaltje schoof voorbij in het zwakke licht van de koplampen, en ter hoogte van Hoogmade dwarrelde er een onheilspellende witte rookpluim door het koplamplicht van mijn achterligger. 'Oh God, daar gaat-ie…!' Maar nee, de 900 herpakte zich en roffelde al pluimend onder de Ringvaart door, versnelde nog lichtjes op het 120-stuk onder het Brugrestaurant over de A4 en we haalden zelfs Hoofddorp. Maar zelfs ik – soms tegen beter weten in optimistisch – kon niet ontkennen dat er flink wat mis was toen ik de Saab op de parkeerplaats tot stilstand liet komen. Als een doodvermoeide marathonloper legde de motor zichzelf het zwijgen op, terwijl de ventilator nog tegen beter weten in de boel koel probeerde te krijgen. Het arme ding… Ergens was ik blij dat ik op tijd mijn bestemming gehaald had, maar er vormde zich meteen een knoop in mijn maag. 'Volgens mij heb ik net een Saab vermoord.' Harteloos een 900 de nek omgedraaid. Mijn hoogsteigen GM-moment.
En dat heb ik geweten ook. Toen het nieuws van het overlijden naar buiten kwam, dreven jullie me vol walging met pek en veren het digitale dorp uit. 'Moordenaar!', 'Belachelijk harteloos' en 'Als het zijn eigen auto was geweest had hij wel anders gepiept.' Geen idee of dat zo is, onder dwang van een intercontinentale vlucht blijkt een mens soms verrassende keuzes te maken. Feit is wel dat het me, meer dan een maand later, nog steeds niet lekker zit. Elke keer als ik een 900 'nieuw model' zie staan of voorbij rollen, trekt de knoop in mijn maag zich weer even aan. Immers, ons Barrel – of wat daar van over is – is inmiddels vast ergens als gerecyclede schemerlamp een nieuw leven begonnen. Het is zonde, het is jammer, want stiekem was het best een gave kist. In een veel, maar dan ook véél slechtere staat dan we van tevoren konden bevroeden, maar toch. Mijn eigen GM-moment, het is en blijft pikkedonker…
