Weblog | Motorgeluid: bron van ergernis of van genot?Waar de motor in de ene auto niet meer is dan een eenvoudig aandrijfaggregaat, maakt hij in andere vierwielers deel uit van de totale rijbeleving. Het bijna huiveringwekkende gebrul van een Ferrari V8 op oorlogspad of het zalige gehuil van de boxermotor in een Porsche 911 geven het rijden met deze auto’s een totaal andere dimensie. Zelf heb ik een zwak voor mooie of bijzondere motorgeluiden. Zo kan ik mij tot op de dag van vandaag het ritje op de passagiersstoel in de Ford Taunus 2.0 V6 van mijn toenmalige wiskundeleraar nog heel goed herinneren. Van zijn ongetwijfeld mathematische monoloog heb ik weinig meegekregen; ik was volledig gefascineerd door dat prachtige geluid van die zescilinder. Ongeveer in diezelfde tijd kreeg onze huisarts een nieuwe auto: een BMW 320, met de letters UU in het midden. Rond 1978 dus. En jawel, een zespitter. Tijdens de sporadische huisbezoeken (hij rookte overigens Caballero zonder filter!) zorgde ik dat ik op tijd buiten stond om het starten en vertrekken van zo dichtbij mogelijk mee te maken. Ineens vond ik de viercilinder van de CX 2200 Super die destijds dienst deed als onze gezinsauto een rauw apparaat. De tik voor bijzondere motorgeluiden is gebleven. Zescilinders – lijn, V of boxer – hebben nog altijd de voorkeur. Maar de vijf in lijn van de Volvo 850 (en alles wat daarna komt) vind ik ook een akoestisch hoogstandje. Of die luid hamerende V8 met compressor in het vooronder van een Mercedes-Benz AMG. Maar het rustige gesnor van de oude, achtkleps 1.2 van Fiat (nog te vinden in de Panda) kan mij eveneens bekoren. En wat te denken van een stationair draaiende, antieke machine van een Mercedes-Benz 200D? Prachtig. En nu we toch bij de diesels zijn aanbeland: één van de meest verfijnde die ik tot nu toe meemaakte is de 2.7 V6 HDI in bijvoorbeeld de Peugeot 407 Coupé. Een juweeltje. Ronduit teleurstellend vind ik de 2,2-liter viercilinder van een Alfa Romeo 159. Heb je al een Opel-motor in je Alfa, klinkt ‘ie ook nog eens nergens naar. Wat een deceptie. Hoe heerlijk waren die dubbelnokkers in o.a. de Giulietta en Alfetta. Voor mij gaat rijplezier voor een groot deel hand in hand met een enigszins karakteristiek motorgeluid. Zijn er meer mensen met deze gezonde afwijking? Marc Klaver |
119 reacties | 26-01-2012 08:00
Gedragsregels AutoWeek.nl:
|
Over Marc Klaver
Naam: Marc Klaver
Hobby’s: Autorijden (liefst lange trips), auto’s en mijn Kever 1200 uit september 1964, die tien dagen na mijn geboorte van de band rolde. Heerlijk, die eenvoud.
Eerste auto: Citroën GS Break van 1973, ik kocht ‘m in 1983 van een kennis van mijn ouders. Toen was tien jaar heel oud voor een auto, maar de GS had zich er heldhaftig doorheen geslagen en APK bestond nog niet. Hoofdzakelijk gebruikt om van en naar de kazerne in Bussum te rijden of om met mijn kamergenoten naar de plaatselijke discotheek te toeren. Ik was daar de enige met een auto…..
Huidige auto: BMW 3, 5 en een Kever.
Droom: Een Porsche 911 (bij voorkeur de GT2) en een eigen circuit…. Zonder dat circuit ben ik trouwens ook tevreden en als het een Carrera S wordt, zal ik niet klagen.
Eigenaardigheden: Naast snel en veilig rijden vind ik zuinig rijden –soms - ook leuk. Ben in testauto’s sowieso altijd met het verbruik bezig. En ik ken de meeste mensen van auto, niet van naam. Schijnt geen therapie voor te zijn, dus ik leer er maar mee leven.
Hoe gekomen bij AutoWeek: Deed in de avonduren (overdag gaf ik rijles) de HBO studie Journalistiek & Communicatie. Na vier jaar studeren en werken stapte ik als stagiair bij VNU in Haarlem binnen, de toenmalige uitgever van AutoWeek. Dat was in 1997. Sindsdien werk ik nog altijd met veel plezier op freelance basis voor dit tijdschrift.
Laatste weblogs Marc Klaver
Overige webloggersCategoriënLaatste reacties |