Weblog | Van de tap of van de pomp?Sinds jaar en dag (2000, om precies te zijn) is het voor pomphouders in Nederland verboden om alcoholische dranken te verkopen. Onder het motto ‘alcohol en verkeer, dat kun je niet maken’. We zijn inmiddels elf jaar verder en steeds meer pomphouders zien de omzet van brandstof dalen. Deels ten gevolge van de crisis, maar zeker ook doordat er kleiner en dus zuiniger gereden wordt. Niet zo verwonderlijk dus dat de benzinebaronnen graag weer een blikje bier in het koelvak willen. In veel omringende landen mag dat namelijk ook. Stop je langs de Autobahn voor een volle tank en een reep chocola, dan waan je je bijkans in een slijterij. Bier in alle soorten, wijn en dan is daar vriend Jack Daniels die klaar staat om je tijdens de rest van de trip te vergezellen. De vraag is: trek je achter het stuur die halve liter open of wacht je tot je thuis bent? Ik denk dat 99,9% van de automobilisten verstandig genoeg is om het genot van een onderweg gekochte alcoholische versnapering nog even op de lange baan te schuiven. Eventuele passagiers zijn natuurlijk vrij in hun doen en laten. Maar goed, terug naar de Nederlandse pomphouder die zijn of haar omzet een boost wil geven met de verkoop van drank. Ik denk niet dat dat de verkeersveiligheid in gevaar zal brengen. Terecht stelt Ewoud Klok, voorzitter van branchevereniging BETA, dat wegrestaurants ook mogen schenken en daar hoor je verder niemand over. Veilig Verkeer Nederland stelt echter dat het aantal verkeersslachtoffers sinds de invoering van deze maatregel met 20% is gedaald. Dat is wel héél kort door de bocht. Wat mij betreft mag het bier terug aan de pomp, hoewel de exploitanten mij niet tot de klantenkring kunnen rekenen. Maar ik gun ze hun handel. Bovendien – en wat ik nu ga zeggen zal niet bij iedereen gevoelens van sympathie opwekken – is het strikt volgens de wet niets eens verboden om achter het stuur een blikje bier te drinken, zolang het promillage maar onder de wettelijke norm blijft. Niet doen natuurlijk, want alcohol en verkeer horen inderdaad niet samen te gaan. De één bobt, de ander rijdt. Marc Klaver |
62 reacties | 20-10-2011 12:58
Gedragsregels AutoWeek.nl:
|
Over Marc Klaver
Naam: Marc Klaver
Hobby’s: Autorijden (liefst lange trips), auto’s en mijn Kever 1200 uit september 1964, die tien dagen na mijn geboorte van de band rolde. Heerlijk, die eenvoud.
Eerste auto: Citroën GS Break van 1973, ik kocht ‘m in 1983 van een kennis van mijn ouders. Toen was tien jaar heel oud voor een auto, maar de GS had zich er heldhaftig doorheen geslagen en APK bestond nog niet. Hoofdzakelijk gebruikt om van en naar de kazerne in Bussum te rijden of om met mijn kamergenoten naar de plaatselijke discotheek te toeren. Ik was daar de enige met een auto…..
Huidige auto: BMW 3, 5 en een Kever.
Droom: Een Porsche 911 (bij voorkeur de GT2) en een eigen circuit…. Zonder dat circuit ben ik trouwens ook tevreden en als het een Carrera S wordt, zal ik niet klagen.
Eigenaardigheden: Naast snel en veilig rijden vind ik zuinig rijden –soms - ook leuk. Ben in testauto’s sowieso altijd met het verbruik bezig. En ik ken de meeste mensen van auto, niet van naam. Schijnt geen therapie voor te zijn, dus ik leer er maar mee leven.
Hoe gekomen bij AutoWeek: Deed in de avonduren (overdag gaf ik rijles) de HBO studie Journalistiek & Communicatie. Na vier jaar studeren en werken stapte ik als stagiair bij VNU in Haarlem binnen, de toenmalige uitgever van AutoWeek. Dat was in 1997. Sindsdien werk ik nog altijd met veel plezier op freelance basis voor dit tijdschrift.
Laatste weblogs Marc Klaver
Overige webloggersCategoriënLaatste reacties |