Weblog | De Astra van CitroënOf de Mégane. Of de 3 van Citroën. Een Leon-met-Double-Chevrons van mijn part, of een Franse versie van de nieuwe Focus… Ik wil de kakelverse Citroën C4 niet direct alle wind uit de zeilen nemen, maar de levensechte rijfoto’s die we laatst op onze site zetten stemmen me alweer niet erg vrolijk. Opnieuw een ietwat bollig ogende vijfdeurs hatchback in het C-segment zonder een echt eigen gezicht; het begint erop te lijken dat ze in die klasse carbonpapier gebruiken!
Is het een lelijke auto? Nee, wat mij betreft zeker niet. Stoot-ie iemand tegen de borst? Neuh, de nieuwe C4 past op het eerste gezicht keurig in het huidige straatbeeld. Hij is ook vast lekker ruim vanbinnen, comfortabel, mooi gebouwd, stil, voorzien van een fijne ambiance, en dat soort aardse zaken… Maar dat maakt het hele plaatje wel héél erg verstandig voor een Citroën. Want waar is het onderscheidend vermogen van deze auto? Waar zitten de eigenzinnigheden, de Citroën-factor zo je wilt? Ik mis hem. Of moeten mensen zoals ik die factor voortaan zoeken bij de nóg versere DS4? Die heeft net het levenslicht gezien en vaart – zo op het eerste gezicht – wel flink zijn eigen koers.
De wat gekke vorige C4 was misschien te vreemd voor enorme verkoopaantallen, maar een kenmerkend uiterlijk hoeft succes toch niet in de weg te staan? Nu is de nieuwe C4 weliswaar best een fraai geheel, maar wel allemaal erg doorsnee. En dat is volgens mij het laatste wat je als ontwerper van ‘Créative Technologie’ wilt: heb je net je best gedaan op een voiture, schuift het publiek – wat uiterlijk betreft – je schepsel in één klap in het rijtje met concurrenten… En toch is dat precies wat ik zie gebeuren met deze C4. Een keurige kar met (dus) meer verkooppotentieel dan z’n voorganger, en daar gaat het ze uiteindelijk allemaal om, maar juist het onderscheidende van die eerste C4 maakte die auto wat mij betreft de moeite waard. Roland Tameling |
41 reacties | 30-08-2010 11:16
Gedragsregels AutoWeek.nl:
|
Over Roland Tameling
Hobby’s:
Ik ben niet zo van het benoemen van hobby’s, omdat dat zou betekenen dat je andere dingen meteen minder waardeert of op voorhand uit zou sluiten. En da’s zonde. Muziek bijvoorbeeld: het maakt me niet uit wat het is, als het maar lekker klinkt. Enkele dingen die ik overigens erg graag doe zijn reizen, lol maken met m’n vriendengroep en – hoe verrassend – autorijden tot ik erbij neerval.
Eerste auto:
Mijn eerste auto was de absolute droomwagen van velen. Tijdens de vele kilometers die ik in dat autotechnische hoogstandje afgelegd heb, kreeg ik onderweg zeldzaam veel blikken van bewondering. Of was het medelijden? Dat laatste zou best eens kunnen, want ik heb het over een witte (nou ja, eerder naar witgeel uitgeslagen) Volvo 340 DL driedeurs uit 1987, kenteken RS-68-NV. Een 1.4-tje mét Variomatic, jazeker. Ik vond hem drie maanden na mijn achttiende verjaardag in een smerige loods en mocht hem voor 50 euro meenemen. Nadat we de losgeroeste achterklep hadden vastgezet, hield het ding het toch nog negen maanden met me uit.
Droom:
Mijn droom is om zoveel mogelijk plekken van de wereld te hebben gezien. Bij voorkeur per auto natuurlijk. Ideeën te over: met een Smart van Amsterdam naar Vladiwostok rijden, dwars door Siberië en Mongolië. Of met een klassieke Cadillac Eldorado Biarritz een tocht door Amerika maken, van het plaatsje Cadillac in Michigan naar het stadje Eldorado in Texas. Van dat soort trips slaat mijn fantasie al snel op hol…
Eigenaardigheden:
Ik heb de irritante en hoogst overbodige neiging om kentekens te onthouden en auto’s in het donker te herkennen aan hun achterlichten. Soms echt op het neurotische af. Daarnaast ben ik met m’n 2.03 meter veel te groot voor sommige auto’s. Een Mazda MX-5 bijvoorbeeld betekent voor mij: met de benen in de nek en de nek in de wind.
Hoe gekomen bij AutoWeek:
In het jaar 2000 kwam ik als groen ventje van 15 een snuffelstage van twee weken lopen op de AutoWeek-redactie, toen nog gevestigd in Hoofddorp. Zes jaar later was ik student Journalistiek, en mocht ik voor het echte werk eens terug komen voor een serieuze stage. Nog een jaar later kreeg ik, nu als groen ventje van 22, de kans om redacteur te worden. En ja, werken bij AutoWeek had wat mij betreft inderdaad ook onder het kopje ‘droom’ kunnen staan.
Laatste weblogs Roland Tameling
Overige webloggersCategoriënLaatste reacties |