Klassiekergids

Morris 1100 - 1300 (1962-1974)

    Print     Mail
Naast Morris horen de 1100 en 1300 eigenlijk ook te worden genoemd onder de merken Austin, Riley, Wolseley, MG en Vanden Plas, want BMC (the British Motor Corporation) rolde het model uit over al die merken – stuk voor stuk met slechts kleine verschillen onderling. De overkoepelende naam die door kenners daarom gebruikt wordt is ‘ADO16’, naar de aanduiding die de fabriek voor de modellen hanteerde. Hoe dan ook: de 1100 werd door Alec Issigonis ontworpen, die natuurlijk ook garant had gestaan voor het slimme ontwerp van de Mini. De 1100 was dan ook opgebouwd volgens hetzelfde concept: de 50 pk sterke motor dwars voorin, met de radiateur aan de zijkant en de wielen op de hoeken van de carrosserie. Die carrosserie was overigens grotendeels getekend door Pininfarina.
In augustus 1962 – drie jaar na de komst van de Mini - werd de auto gelanceerd als twee- en vierdeurs Morris. Revolutionair was het hydraulastic-systeem dat de wielophanging onderling verbond, met achter ieder wiel een met hydraulische vloeistof gevulde veerbol. De 55 pk sterke MG kwam al snel daarop met dubbele carburateurs, om in september 1963 gevolgd te worden door de Austin-versie. Later dat jaar kwam er tevens een super-de-luxe Vanden Plas-versie met hoogpolig tapijt, Connolly-leer, hoogglanzend hout en opklaptafeltjes achterin. Het idee voor die auto kwam overigens niet van BMC zelf, maar van Fred Connolly, de leer-leverancier. Op de Londense Motor Show van 1965 stonden er vervolgens ook een Riley- en Wolseley-versie op de BMC-stand, die qua uitrusting in feite tussen de Austin- en Morris-modellen en de Vanden Plas inzaten. Vanaf oktober dat jaar is er een automaat leverbaar, en in maart 1966 is er een stationversie, die bekend is geworden doordat Basil Fawlty er in reed.
Een jaar later worden de modellen leverbaar met 1275 cc motor, maar de sportief getinte 1300 GT laat dan nog even op zich wachten: die komt pas in 1969. Kenmerken zijn een iets verlaagde wielophanging en dubbele carburateurs die de auto 59 pk’s gaven, maar vooral de nodige uiterlijke aanpassingen zoals een vinyl dak, driespaaks stuur, toerenteller en imitatie ‘Rostyle’-wielen. In 1973 kondigde de fabriek aan dat het doek zou gaan vallen voor de ‘ADO16’-reeks. Opvolgers in de vorm van de Austin Allegro en de Morris Marina stonden toen al klaar. In juni 1974 rolde de allerlaatste auto uit de fabriek in Longbridge: een Vanden Plas. In Nederland staan de 1100 en 1300-modellen ook wel bekend onder de noemer ‘Gliders’ – die naam werd door de importeur verzonnen om te refereren aan het hydraulastic veersysteem: het zou aanvoelen als een hangglider waarmee je door de lucht zweeft. De ‘ADO16’-reeks is jarenlang Groot-Brittannië’s bestverkopende auto geweest en het totaal aantal auto’s is de twee miljoen ruimschoots gepasseerd. Liefhebbers zijn er dan ook nog altijd genoeg.

Foto's en video's bij dit artikel

Morris 1100 Traveller - 1965 Morris 1100 Traveller - 1962 Morris 1300 Superdeluxe - 1967
Morris 1300 Traveller - 1968 Morris 1100 - 1962