Klassiekergids

Jaguar XJ Series I (1968-1973)

    Print     Mail
Er zijn maar bar weinig auto’s die zonder al te grote veranderingen al decennialang in productie zijn. De Porsche 911 is er een van, alsmede de Land Rover Defender, maar Jaguars XJ mag in dat licht ook niet vergeten worden. Het model werd in 1968 voor het eerst getoond als XJ6 en vormde een grote verandering ten opzichte van de Mk2 en de S-type die hij opvolgde. Het enige dat hij er eigenlijk nog mee gemeen had, was de zescilinder lijnmotor die onder de motorkap te vinden was, al was ook deze flink gemoderniseerd. Voor het eerst was deze motor met een inhoud van 2.792 cc leverbaar, al vertoonde dat blok vanaf het begin de nodige kuren. De 4.235 cc-versie had zich al eerder bewezen in de Jaguar 420 en 420 G en die versie verkocht ook aanmerkelijk beter. Er waren vanaf 1972 ook Daimler-versies, maar die verschilden eigenlijk niet zo gek veel van de Jags op een luxer interieur, wat emblemen en natuurlijk de geribbelde grille na. Vanaf ’72 waren er trouwens ook een Jaguar XJ12 en een Daimler Double Six – beide met een twaalfcilinder motor in het vooronder. Die motor bestond in feite uit twee zessen-in-lijn die aan elkaar waren gesmeed. Samen waren ze goed voor een inhoud van 5.343 cc en een vermogen van 253 pk bij 6.000 toeren. Natuurlijk kenmerkte een brandstofverbruik om bang van te worden hem, maar het reed wel voortreffelijk. De productie-aantallen zagen er na vier jaar als volgt uit: Jaguar XJ6 2.8 - 19.322; Jaguar XJ6 4.2 - 59.951, Jaguar XJ12 – 3.228; Daimler Sovereign - 15.141; Daimler Double Six – 885. De laatste werd trouwens tot 1973 gebouwd. Tegen die tijd was er van de Jaguar XJ al een opvolger verschenen.

Foto's en video's bij dit artikel

Jaguar XJ Series 1 Jaguar XJ Series 1 Jaguar XJ Series 1